In November 2021, the Lecturer Position at Institutes (L.INT) professorship was established by Saxion and Medical Spectrum Twente and as partners physiotherapy practice Pro-F and the Thoracic Centre Twente, with Sandra van Hogen-Koster as a professor. With this, the first Dutch professorship that focuses on the ideas of Positive Health has been launched.
MULTIFILE
Background Evidence about the impact of the COVID-19 pandemic on existing health inequalities is emerging. This study explored differences in mental health, sense of coherence (SOC), sense of community coherence (SOCC), sense of national coherence (SONC), and social support between low and high socioeconomic (SES) groups, and the predictive value of these predictors for mental health. participants and procedure A cross-sectional study was conducted using an online survey in the Netherlands in October 2021, comprising a total of 91 respondents (n = 41, low SES; n = 50, high SES). results There were no differences in mental health, SOC, SOCC, SONC, and social support between the groups. SOC was a predictor for mental health in both groups and SOCC for the low SES group. conclusions We found that both SOC and SOCC predict mental health during the pandemic. In the article we reflect on possible pathways for strengthening these resources for mental health.
Founded in 2004, the Games for Health Project supports community, knowledge and business development efforts to use cutting-edge games and game technologies to improve health and health care. The Games for Health Conference brings together researchers, medical professionals and game developers to share information about the impact of games, playful interaction and game technologies on health, health care and policy. Over two days, more than 400 attendees participate in over 60 sessions provided by an international array of 80+ speakers, cutting across a wide range of activities in health and health care. Topics include exergaming, physical therapy, disease management, health behavior change, biofeedback, rehab, epidemiology, training, cognitive health, nutrition and health education.
During the coronavirus pandemic, the use of eHealth tools became increasingly demanded by patients and encouraged by the Dutch government. Yet, HBO health professionals demand clarity on what they can do, must do, and cannot do with the patients’ data when using digital healthcare provision and support. They often perceive the EU GDPR and its national application as obstacles to the use of eHealth due to strict health data processing requirements. They highlight the difficulty of keeping up with the changing rules and understanding how to apply them. Dutch initiatives to clarify the eHealth rules include the 2021 proposal of the wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg and the establishment of eHealth information and communication platforms for healthcare practitioners. The research explores whether these initiatives serve the needs of HBO health professionals. The following questions will be explored: - Do the currently applicable rules and the proposed wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg clarify what HBO health practitioners can do, must do, and cannot do with patients’ data? - Does the proposed wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg provide better clarity on the stakeholders who may access patients’ data? Does it ensure appropriate safeguards against the unauthorized use of such data? - Does the proposed wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg clarify the EU GDPR requirements for HBO health professionals? - Do the eHealth information and communication platforms set up for healthcare professionals provide the information that HBO professionals need on data protection and privacy requirements stemming from the EU GDPR and from national law? How could such platforms be better adjusted to the HBO professionals’ information and communication needs? Methodology: Practice-oriented legal research, semi-structured interviews and focus group discussions will be conducted. Results will be translated to solutions for HBO health professionals.
In revalidatie-behandelteams zijn ergotherapeuten de ‘primus inter pares’ voor advisering over hulpmiddelen; hulpmiddelen die mensen met beperkingen ondersteunen bij activiteiten in zelfverzorging, onderwijs, spel, arbeid en wonen. Behoud van deze expertrol vraagt van ergotherapeuten om de nieuwste technologieën te integreren in de praktijk. Een snelgroeiende ontwikkeling betreft technologie waarmee men zelfhulpmiddelen kan ontwikkelen, maken of aanpassen. Zogenaamde do-it-yourself-technologie (DIY) met 3D-printing als bekendste voorbeeld. Revalidatie-ergotherapeuten van Adelante, Libra en Sevagram willen met DIY-technologie aan de slag om hulpmiddelen meer op maat, goedkoper en sneller te vervaardigen in nauwe samenwerking met hun cliënten. Onduidelijk is echter hoe een revalidatiedienst met DIY-technologie eruit kan zien, hoe deze in te bedden is in de dagelijkse praktijk, en hoe doorontwikkeling bewerkstelligd kan worden. Maken van hulpmiddelen met DIY-technologie past bij de identiteit van de ergotherapeut, maar vraagt om nieuwe werkwijzen en samenwerkingsverbanden om nieuwe kennis over techniek, ontwerpen en over materialen. Daarnaast spelen vragen van medische, financiële, ethische en juridische aard een rol. Met de ergotherapeuten kwamen we tot de volgende hoofdvraag: Hoe maken we als ergotherapeuten DIY-technologie, zoals 3D-printen, tot een integraal onderdeel van onze praktijk om met onze cliënten tot maatwerk-hulpmiddelen te komen? Deze vraag wordt binnen de drie centra, in vier fasen (analyse, design/testen, implementatie, doorontwikkeling) opgepakt met actieonderzoek als centrale methode en een diversiteit aan kwalitatieve en kwantitatieve manieren van gegevensverzameling. Partners in deze projectaanvraag (revalidatie-professionals, kennisinstellingen, brancheorganisaties, cliëntenorganisaties en ondernemers) zijn overtuigd dat DIY-technologie meerwaarde biedt voor het aanbod aan hulpmiddelen en invloed heeft op de eigen regie en participatie van cliënten. Met ondersteuning van hun uitgebreide expertise wordt de nieuwe dienst beschreven en wordt een toolbox DIY-technologie ontwikkeld en geïmplementeerd. Ook wordt een database voor zelfgemaakte hulpmiddelen en een DIY-community gerealiseerd. Deze kennis wordt gebruikt in het onderwijs van ergotherapie, Healthcare Engineering en Communication and Multimedia-Design.
Het Hanze Innovation Traineeship Pilot project is geïnitieerd op de Hanzehogeschool Groningen door drie onderzoeksgroepen (lectoraten) die zijn ingebed in het Marian van Os Centre of Expertise Ondernemen (CoEO). De trainees worden gecoacht in een Community of Learners en begeleid door een diverse groep van onderzoekers van de volgende onderzoeksgroepen van de Hanzehogeschool Groningen: (1) International Business, (2) Marketing/Marktgericht Ondernemen en (3) User-Centered Design. Het doel van het programma is om regionale MKBs in Noord-Nederland te ondersteunen om duurzaam te innoveren met de hulp en ondersteuning van trainees en onderzoekers van de drie onderzoeksgroepen. De trainees worden begeleid bij het ontwikkelen en implementeren van een door onderzoek ondersteunde innovatie tijdens een afstudeerproject en een 12-maanden durende traineeship bij het bedrijf. Bij de start van het programma ondergaan de MKBs een innovatie-gezondheids-check die wordt herhaald nadat de traineeship is afgerond. Over het algemeen zouden de bedrijven hun bedrijfsprestaties en innovatiecapaciteit moeten kunnen verbeteren door middel van het programma. Verder zal de onderzoekssamenwerking tussen de onderzoeksgroepen van de Hanzehogeschool en de MKBs leiden tot een beter inzicht in innovatiebarrières en succesfactoren. De opgedane kennis over regionale MKB-innovatie zal in alle sectoren en industrieën worden geprojecteerd. De uiteindelijke projectresultaten zullen dienen voor het besluitvormingsproces van toekomstige innovatie traineeship programma's