Lunchseminar Onderwijsraad, 4 juni 2019. Op dinsdag 4 juni heeft Erica Bouw (promovendus lectoraat Beroepsonderwijs) op uitnodiging van de Onderwijsraad een lunchseminar gehouden over haar promotieonderzoek. De introductie is gegeven door Ilya Zitter (Lectoraat Beroepsonderwijs) in de rol van copromotor. Onderwerp van dit seminar was: Hoe verbind je onderwijs en beroepspraktijk goed met elkaar? Eén van de manieren om beroepsonderwijs en de beroepspraktijk goed met elkaar te verbinden is door leeromgevingen te ontwerpen op de grens van school en werk. Op die grens zijn veel verschillende leeromgevingen te vinden zoals werkpleksimulaties, regionale leeromgevingen en hybride leeromgevingen, waarin werken en leren stevig met elkaar worden verbonden. Inmiddels is steeds meer bekend over het ontwerpen van leeromgevingen op de schoolwerkgrens.
Hoe kunnen leeromgevingen in het beroepsonderwijs een rol vervullen bij het oplossen van complexe maatschappelijke problemen? Ilya Zitter, bijzonder lector Leeromgevingen in het Beroepsonderwijs bij Hogeschool Utrecht (HU), onderzoekt hoe je leeromgevingen zo kunt ontwerpen dat een innovatief, lerend systeem ontstaat, zonder sterke scheiding tussen onderwijs en praktijk. Op 25 maart gaf Zitter haar openbare les.
Deze publicatie gaat over de problematische aard van de transitie van het onderwijs naar de werkplek. Een soepele overgang tussen onderwijs en de werkplek vereist dat lerenden een geïntegreerde kennisbasis ontwikkelen, maar de ontwikkeling daarvan is vaak problematisch omdat de meeste opleidingen kennis en ervaringen versnipperd aanbieden, verdeeld over verschillende vakken, modules en stageervaringen. Om dit probleem te ondervangen stellen wij een ontwerpaanpak voor waarbij de focus verschuift van alleen de individuele deelnemer naar de leeromgeving als geheel. In het bredere concept van leeromgevingen is er ruimte om horizontale verbindingen te leggen tussen de school en de werkplek.
Het doel van ons SIA RAAK-PRO onderzoek is methodieken ontwikkelen voor het op maat begeleiden van mbo-studenten in hybride leeromgevingen. De directe aanleiding voor dit project zijn vragen van begeleiders uit de beroepspraktijk en van roc’s. In het onderzoek hebben we tot nu toe inzicht gekregen in leerprocessen van studenten en begeleidingsstrategieën van begeleiders in hybride leeromgevingen. Deze inzichten lijken voor veel begeleiders iets toe te voegen aan hun bestaande kennis (fase 1, werkpakketten 1-3). Oorspronkelijk was ook het idee om methodieken te ontwikkelen via ontwerponderzoek (fase 2) samen met special design teams. Daarnaast zou de doelmatigheid van de methodieken voor studenten worden onderzocht. Door de COVID19-crisis zijn de mengvormen van school en werkplek, dus het leren en begeleiden in hybride leeromgevingen, nagenoeg onmogelijk geworden. Veel hybride leeromgevingen liggen stil of nemen geen studenten aan. Daarom hebben we tijd en energie moeten stoppen in het herontwerpen van dit gedeelte van het onderzoek. Omdat de inzichten die wij met het onderzoek ophalen voor veel begeleiders een meerwaarde zijn, hebben we doelmatigheid anders gedefinieerd. We hebben tools gemaakt die begeleiders inzicht geven in leerprocessen én hun eigen begeleiding. Echter, omdat we ons onderzoeksdesign en focus op doelmatigheid hebben moeten aanpassen en omdat de special design teams niet verder kunnen door de pandemie, hebben we als onderzoekers veel werk moeten verrichten. Deze tijd was eigenlijk bedoeld voor kennisbenuttingsactiviteiten. Zoals het er nu uitziet lukt het ons om de methodieken in tools te vervatten en daar de bruikbaarheid van te testen. Maar we zien dat we vervolgens geen tijd en ruimte hebben deze tools en de kennis die daaraan ten grondslag ligt te verspreiden en te verduurzamen. In deze RAAK-Impuls-aanvraag doen we het voorstel hoe we de kennisbenutting van dit project, dat voor begeleiders waardevolle inzichten heeft opgeleverd, alsnog kunnen realiseren via introductieactiviteiten.
Het project ‘Makers in Verandering’ (Makers for Change) is erop gericht interdisciplinaire werkwijzen te onderzoeken en te ontwikkelen. De kunstdocent van de toekomst ontwikkelt zich niet alleen als docent, maar is tevens een maker, een onderzoeker, en iemand die verandering teweegbrengt. Dit postdoc-project is niet bedoeld als een pleidooi voor het willekeurig combineren van die rollen, noch voor het verder ontmantelen van disciplines, maar wil een doordachte en eigen positionering van de kunstdocent in opleiding ondersteunen, vanuit de visie dat een interdisciplinaire benadering daarin nodig is om betekenisgeving en sociale ontwikkeling te stimuleren. In tijden van onzekerheid, maatschappelijke onrust en wantrouwen jegens kennisinstituten, moeten we juist helder krijgen wat we in het tertiair onderwijs mogen verwachten van de educator, de maker, de onderzoeker en de veranderaar. De vraag is hoe deze rollen en competenties samen kunnen gaan en wat de ‘artist educator’ daarvoor nodig heeft. Onderwijs biedt de kritische ruimte waarin verandering vorm en betekenis kan krijgen, op weg naar een veerkrachtige samenleving. Ten eerste vraagt dit van de artist educator in opleiding een kritische, onderzoekende houding, met zicht op hoe kennis tot stand komt en getoetst kan worden. Ten tweede vraagt het om visie, om een maatschappelijke betrokkenheid en een strategie of tactiek om verandering en bewustzijn teweeg te kunnen brengen. Ten derde is de artist educator een maker, iemand die het maakproces, de verbeelding, inzet om maatschappelijke issues zichtbaar of ervaarbaar te maken. Deze drie komen samen in de houding en werkwijze. De opbrengst van het project ‘Makers in verandering’ zal een theoretische uitwerking zijn en een op praktijkonderzoek gestoelde basis voor interdisciplinair werken vanuit de verbinding van de genoemde vier rollen. Het instrument dat hieruit ontstaat helpt studenten en docenten om zich te positioneren. Zicht op het onderscheid tussen disciplines en domeinen, maakt een zinvolle verbinding mogelijk.
Eindhoven en Tilburg zijn welvarende regio's. Maar niet iedereen deelt mee. Uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken vergroten de verschillen tussen inwoners en zetten de sociale cohesie in de wijken onder druk. Overheden en professionals zetten programma's in, maar het lukt vaak niet om inwoners te bewegen en transformaties in de wijk te realiseren. Om de maatschappelijke vraagstukken succesvoller aan te pakken wil het consortium de kennis-infrastructuur in de stad versterken. De bestaande Hybride Leeromgevingen (HLO’s) in de wijken worden doorontwikkeld, zodat studenten samen met professionals beter in staat te zijn om vraagstukken van de stad bij inwoners op te halen (vraaggestuurd) in plaats van eigen beroeps- of schoolopdrachten uit te voeren (aanbodgestuurd). Inwoners krijgen hierdoor meer regie over hun eigen vraagstukken. Bovendien worden de HLO's via een nieuw netwerk met elkaar verbonden, zodat ze hun kennis kunnen delen en van elkaar leren. Dit nieuwe kennisnetwerk is de Inclusive Learning Community. Het bestaat uit KennisPunten (de verbeterde HLO's) op fysieke locaties in de wijken en een centraal KennisLab, waar het netwerk wordt beheerd, de kennis wordt verzameld en complexe transdisciplinaire vraagstukken worden aangepakt. In een KennisPunt worden meer studenten ingezet dan in de huidige HLO's, in een multi-level samenwerking met studenten van andere onderwijsinstellingen. Zij werken er nauw samen met wijkinwoners, professionals, docenten en onderzoekers. De KennisPunten worden zo rijke lerende en innoverende omgevingen die volledig in het curriculum zijn ingebed en nieuwe kennis, skills en een includerende attitude genereren. Met behulp van de City Deal Kennis Maken 2023 wil het consortium 12 bestaande HLO's analyseren om via design thinking tot het ideale model voor het KennisPunt en KennisLab te komen. Daarna willen we het model uitrollen naar zoveel mogelijk van de huidige 131 HLO's.