Uit onderzoek blijkt de kwaliteit van de leraar voor de klas de meest belangrijke factor is op het leerresultaat van leerlingen.Leraarschap is een professie en net als andere professionals moeten leraren hun vak bijhouden en constant hun eigen handelen evalueren en verbeteren. Soms gaat dat vanzelf, bijvoorbeeld bij beginnende leraren. Om te overleven, zijn zij gedwongen heel snel te leren en zich verder te ontwikkelen. Maar meer ervaren leraren hebben inmiddels allerlei routines opgebouwd en missen vaak wat Koffeman (2011) noemt de 'noodzaak tot leren'. Het proefschrift beschrijft mogelijkheden om de professionalisering van leraren te stimuleren door middel van reflectiegesprekken met collega's en het gebruik van videofeedback. Het proefschrift betreft een ontwerponderzoek met als doel: op onderzoek gebaseerde oplossingen te ontwikkelen voor complexe problemen uit de onderwijspraktijk en tevens bij te dragen aan wetenschappelijke theorievorming, door het bestuderen van de onderliggende ontwerpprincipes. Samen met een school voor voortgezet onderwijs is een concreet programma ontworpen dat meer informele vormen van leren op de werkplek tussen leraren stimuleert. Door het ontwerpproces en de uitkomsten stap voor stap te beschrijven, levert dit onderzoek niet alleen een kant-en-klaar professionaliseringsprogramma dat andere scholen kunnen gaan gebruiken, maar levert het vooral ook bouwstenen op in de vorm van ontwerpprincipes en kennis over hoe en onder welke voorwaarden deze in de school kunnen werken. Met deze bouwstenen worden ook andere scholen in staat gesteld om het programma aan te passen aan de context van de eigen school.
Feedback is one of the most powerful tools teachers can use to enhance student learning. In 2006, the Dutch Inspectorate of Education concluded from classroom observations that it is difficult for Dutch teachers to give their students good feedback in order to stimulate students' learning process and developmental progress. Similar problems were revealed in other school levels and countries, for example in secondary education and in Finland. Giving feedback during active learning may be even more troublesome for teachers. During active learning, students are working in small groups on different learning goals and undertake different learning activities at the same time. They need to achieve task-related goals as well as to develop the meta-cognitive knowledge and skills that are needed for active learning. Yet, teachers often seem unable to provide the feedback that is needed and they do not know how to support the development of meta-cognitive knowledge and skills.Therefore, this research project focused on ways to improve primary school teachers' feedback giving practices during active learning. The central research question is: How can primary school teachers learn to give optimal feedback to pupils during active learning? To answer this question, five studies have been conducted. In the first study, knowledge regarding teachers' feedback practices was gathered. A category system was developed based on the literature and empirical data. A total of 1465 teacher-student interactions of 32 teachers who practiced active learning in the domain of environmental studies in the sixth, seventh or eighth grade of 13 Dutch primary schools were videotaped and assessed using this system. Results showed that about half of the teacher-student interactions contained feedback. This feedback was usually focused on the tasks that were being performed by the students and on the ways in which these tasks were processed. Only 5% of the feedback was explicitly related to a learning goal. In their feedback, the teachers were directing (rather than facilitating) the learning processes. During active learning, however, feedback on meta-cognition and social learning is important. Feedback should be explicitly related to learning goals. In practice, these kinds of feedback appear to be scarce. In the second study, the problems these 32 primary school teachers perceive and the beliefs they hold regarding the provision of feedback were investigated. A writing task and an interview were conducted. It appeared that teachers believed that conditional teacher skills, especially time management, hindered them most from giving good feedback. The most widely held belief was that 'feedback should be positive'. Teachers also believed that it is important to adopt a facilitative way of giving feedback, but they found this difficult to implement. Only some teachers believed goal-directedness and a focus on student meta-cognition were important during active learning and teachers did not perceive problems regarding these aspects. In the third study, a professional development program (PDP) was developed, implemented and evaluated. The goals and content of the PDP were based on a review of the literature regarding feedback and active learning and on the results of the preceding studies. The design of the PDP was based on the extant literature regarding the features which are considered to be important for PDPs, including structural features, goal setting and characteristics of the professional development activities that are part of the program. Effects of this PDP on 16 primary schoolteachers' knowledge, beliefs, perceived problems and classroom behavior were examined via observations, a writing task and a questionnaire prior and twice after the program was implemented. Results showed that several aspects of feedback during active learning were improved, both in the short and in the long term. For example, teachers learned to believe that feedback must be goal-directed and that learning goals need to be communicated to students. In the classrooms, teachers related their feedback more often explicitly to the learning goals. In the fourth study, the extent to which teachers attributed the success of the PDP to each of the purposefully implemented features of the PDP was examined. The 16 teachers that participated in the PDP completed a questionnaire and four focus group interviews were conducted. Results indicated that teachers value most features quite highly; all features contributed to teachers' professional development according to the teachers themselves. The qualitative data was used to illustrate and specify the theoretical knowledge regarding the features that appeared to be effective in PDP's. Finally, in the fifth study, the learning process of two of the participating teachers was described in detail. Written reflections, as well as videotaped reflections during the video interaction training meetings were analyzed and related to the effects of the PDP on both teachers' knowledge, beliefs, perceived problems and classroom behavior during te course of the PDP. By relating the learning processes of these two teachers to the literature regarding professional development, we aimed for a rich understanding of the impact of the PDP on teachers' professional development.
In deze epiloog wordt teruggeblikt op de voorgaande reeks van elf artikelen over leren op de werkplek. Geconstateerd wordt dat in de reeks een breed breed scala aan interpretaties en onderdelen van leren op de werkplek voorbij komt. Wat aan de orde komt verschilt op een aantal dimensies: - Expliciete versus impliciete leerprocessen en/of leerresultaten; - Georganiseerde versus spontane leerprocessen; - Binnen georganiseerde leerprocessen: door anderen versus door lerenden zelf georganiseerd; - Gewenste versus ongewenste leerprocessen en/of leerresultaten; - Daarbinnen: door anderen of door lerenden zelf gewenst - Asymmetrische versus symmetrische interpretatie van de relatie tussen lerenden op de werkplek. De meeste artikelen in de serie zijn meer op de eerstgenoemde pool gericht dan op de tweede: de aandacht gaat vooral uit naar expliciete, door anderen georganiseerde en gewenste vormen van leren op de werkplek bij de 'minst machtige' partij binnen een asymmetrische relatie. Er worden in de serie veel interessante projecten en aspecten van leren op de werkplek belicht, maar door de focus op één pool van de dimensies blijft leren op de werkplek ook onderbelicht. In de epiloog wordt daarom gepleit voor een bredere visie op 'leren op de werkplek'.
De wens en noodzaak om het onderwijs goed af te stemmen op verschillen tussen leerlingen zijn groter dan ooit. Het afstemmen op verschillen tussen leerlingen vraagt complexe differentiatievaardigheden en kennis van de leraar, naast het omgaan met praktische uitdagingen. Om te differentiëren maken leraren keuzes ten aanzien van leerdoelen, leeractiviteiten en groeperingsvormen op basis van verwachtingen die zij vormen over individuele leerlingen. Meestal vormen leraren accurate verwachtingen van hun leerlingen. Echter, van gestigmatiseerde groepen leerlingen vormen leraren soms onterecht lage verwachtingen. Deze lage verwachtingen kunnen, onbewust en onbedoeld, het handelen van de leraar beïnvloeden. Het is nog onvoldoende duidelijk hoe professionalisering leraren het beste kan helpen bij het afstemmen op diversiteit. De praktijkvraag van de betrokken werkveldpartijen is dan ook: ‘Hoe kunnen leraren door voortgezette professionalisering geholpen worden om beter af te stemmen op diversiteit in hun klas?’ In dit project werken een Hogeschool, een Universiteit en drie werkveldpartners samen om deze vraag te beantwoorden in drie deelstudies. Gestart wordt met een onderzoek naar de huidige praktijk; het handelen, de opvattingen, de dilemma’s van leraren worden in kaart gebracht, naast de manier waarop zij verwachtingen vormen. In deelstudie 2 wordt onderzocht welke inhouden en vormen van voortgezette professionalisering leraren als effectief ervaren voor hun ontwikkeling op het gebied van het afstemmen op diversiteit in de klas. In deelstudie 3 wordt een professionaliseringsinterventie ontwikkeld, geïmplementeerd en geëvalueerd wat betreft de effecten op het handelen, de opvattingen, dilemma’s en de vorming van leerkrachtverwachtingen. Daarnaast wordt het effect van de interventie op de mate van ondersteuning die leerlingen van hun leraar ervaren onderzocht. Op basis van de uitkomsten van de drie deelstudies ontwikkelen we een passend professionaliseringspalet voor leraren ten behoeve van het afstemmen op diversiteit in de klas in de vorm van onder meer een routekaart en inspiratiekaarten voor leraren.
In de lerarenopleiding wordt aandacht besteed aan het ontwikkelen van pedagogisch handelen waarbij aangesloten wordt bij de ‘bekwaamheidseisen voor leraren basisonderwijs’. Het gaat dan om de ontwikkeling van pedagogische kennis en kunde en het stimuleren van bewustwording van het eigen handelen. Het expliciteren van het pedagogisch handelen van leraren is vaak nog lastig en blijft impliciet. Aanstaande leraren lijken zich wel bewust van het belang van hun pedagogische opdracht, maar kunnen hun pedagogisch handelen soms lastig verwoorden, onderbouwen of expliciteren. Zo ook bij het creëren van een oefenplaats voor burgerschapsvorming. Het ontbreekt hen aan taal om situaties te herkennen en hun pedagogisch handelen te duiden, terwijl ze er wel degelijk vorm aan geven. Dit onderzoeksproject heeft als doel om (aanstaande) leraren te ondersteunen bij het expliciteren van hun pedagogische opdracht bij het creëren van een oefenplaats voor burgerschapsvorming. Met behulp van de centrale vraag: “Op welke wijze kunnen alledaagse ervaringen – gericht op pedagogisch handelen bij het creëren van een oefenplaats voor burgerschapsvorming – benut worden om het handelen van (aanstaande) leraren te verstevigen?” wil de postdoc inzicht creëren in: - de manieren om alledaagse pedagogische ervaringen tot uitdrukking te brengen; en - de manier waarop deze ervaringen gebruikt kunnen worden om (aanstaande) leraren te ondersteunen bij de bewustwording van hun pedagogisch handelen en het zodoende te verstevigen. Het startpunt voor bewustwording is het expliciteren van alledaagse pedagogische ervaringen, zogenaamde lived experiences. Deze zijn de basis voor reflectie, dialoog met anderen en daarmee bewustwording. Het delen van verhalen over praktijkervaringen wordt gezien als een belangrijk startpunt bij het ontwikkelen van pedagogisch handelen . Bovenstaande sluit aan bij het instellingsplan 2017-2022 genaamd ‘Le(ra)ren met Lef’ en het onderzoeksprofiel van het onderzoekscentrum. De hbo-postdoc besteedt 50% van haar tijd aan onderzoek, de andere 50% wordt besteed aan het geven van onderwijs.
Gemeente Arnhem heeft als doel geformuleerd dat alle wijken klimaatneutraal moeten zijn voor 2050. Voor de wijk Elderveld-Noord is de uitdaging om een duurzame aardgasvrije energie-infrastructuur te ontwikkelen, bestaande woningen te verduurzamen én energielasten voor huurders gelijk te houden. Deze uitdaging is niet alleen technologisch, maar ook sociaal-maatschappelijk complex. Naast energetische verbetering en gebruik van circulaire materialen gaat het ook om een gezonde en leefbare omgeving voor een zich veranderende populatie met een eigen economische contextkenmerken. De wijk Elderveld-Noord is als proeftuin gestart om deze transitie vorm te geven vanuit technologisch perspectief. De vraag bleef: hoe kan de sociale kant van samenwerking, participatie en implementatie hierbij worden ingevuld in een dynamisch leerproces? Via een proces van vraagarticulatie met de stakeholders in deze proeftuin is de praktijkvraag ontstaan hoe een actieve ontwerpgerichte en lerende gemeenschap te realiseren, waarbij een cocreatieproces tot een integrale, succesvolle energietransitie leidt. Vanuit deze praktijkvraag is de volgende onderzoeksvraag ontstaan: Op welke wijze kan een transdisciplinaire lerende gemeenschap worden gevormd die zich richt op meervoudige waardecreatie voor het aardgasvrij maken van de Arnhemse wijk Elderveld-Noord en hoe kan dit proces leiden tot de ontwikkeling van een lerende aanpak zodat in andere wijken van Arnhem hier ook mee gewerkt kan worden? Het beoogde resultaat is transformatieve kennisontwikkeling met een lerende gemeenschap ter ondersteuning van de energietransitie in de pilotwijk Elderveld-Noord, leidend tot een participatieve lerende aanpak voor energietransitie in andere wijken: De Arnhemse Lerende Aanpak. Dat vergt een systeemgerichte, transdisciplinaire opzet. De vraag is hoe we die cocreatie vormgeven en welke lessen we daaruit leren in een transdisciplinaire aanpak van integrale wijkvernieuwing. De beoogde impact van dit onderzoek is dat lerende gemeenschappen van publiek-private samenwerkingen voor de wijkgerichte energietransitie in hoge mate zullen bijdragen aan gezonde en klimaatneutrale wijken in Arnhem en in Nederland.