Background and aim: Moderate preterm (MP) birth is associated with an increased risk of developmental problems. However, post-discharge support for this group is scarce. The aim of this study was to evaluate the feasibility of a post-discharge parenting program (TOP program) for MP infants. Three feasibility dimensions were evaluated (1) recruitment capability and compliance, (2) intervention acceptability, and (3) limited efficacy testing. Methods: A group of MP infants with a gestational age (GA) between 320/7‐346/7 weeks and their parents received six home visits by a TOP interventionist until 6 months corrected age (CA). A pre-posttest intervention design with quantitative and qualitative measures was used. Recruitment capability and compliance, acceptability, and satisfaction with the intervention were evaluated using a questionnaire, checklists, interviews, and a focus group. Infant socio-emotional development, parental distress, self-efficacy, and reflective functioning were measured with questionnaires. Observation measurements were used for infant motor development and parental sensitivity. Results: Thirty-two families completed the six home visits. The satisfaction rate (scale 0–10) was remarkably high (Mean 9.4, range: 8–10). Parents reported that the program was suitable, enhanced their understanding of their infants' developmental needs, and increased their self-efficacy. The infants showed age-appropriate motor and socio-emotional development post-intervention. Parental self-efficacy, reflective functioning, and sensitivity improved from pre to post intervention, with small to large effect sizes. Conclusion: The study demonstrated high compliance, acceptability, and satisfaction with the TOP program for MP infants with promising infant and parent outcomes. This study contributes to the preparatory work prior to a larger scale evaluation and dissemination.
BackgroundThe closing of schools and sports clubs during the COVID-19 lockdown raised questions about the possible impact on children’s motor skill development. Therefore, we compared motor skill development over a one-year period among four different cohorts of primary school children of which two experienced no lockdowns during the study period (control cohorts) and two cohorts experienced one or two lockdowns during the study period (lockdown cohorts).MethodsA total of 992 children from 9 primary schools in Amsterdam (the Netherlands) participated in this study (age 5 – 7; 47.5% boys, 52.5% girls). Their motor skill competence was assessed twice, first in grade 3 (T1) and thereafter in grade 4 (T2). Children in control group 1 and lockdown group 1 were assessed a third time after two years (T3). Motor skill competence was assessed using the 4-Skills Test, which includes 4 components of motor skill: jumping force (locomotion), jumping coordination (coordination), bouncing ball (object control) and standing still (stability). Mixed factorial ANOVA’s were used to analyse our data.ResultsNo significant differences in motor skill development over the study period between the lockdown groups and control groups (p > 0.05) were found, but a difference was found between the two lockdown groups: lockdown group 2 developed significantly better than lockdown group 1 (p = 0.008). While socioeconomic status was an effect modifier, sex and motor ability did not modify the effects of the lockdowns.ConclusionsThe COVID-19 lockdowns in the Netherlands did not negatively affect motor skill development of young children in our study. Due to the complexity of the factors related to the pandemic lockdowns and the dynamic systems involved in motor skill development of children, caution must be taken with drawing general conclusions. Therefore, children’s motor skill development should be closely monitored in the upcoming years and attention should be paid to individual differences.
MULTIFILE
Purpose: To examine whether the Canadian normative values of the Alberta Infant Motor Scale (AIMS) are appropriate for Dutch infants. Method: In a cross-sectional study, 499 infants developing typically (0.5-19 months) were assessed using the AIMS home video method. The scaling method was used for calculating item locations of the Dutch sample, and Welch test to compare Canadian and Dutch raw scores. Results: The AIMS items (45 of 58) met the criterion for stable regression to calculate item locations of the Dutch data set and compare these with the Canadian data set. Dutch infants passed 42 of 45 items at an older age. Most monthly age groups of Dutch infants had lower mean AIMS scores. Conclusion: The Canadian norms are not appropriate for the Dutch study sample. Dutch infants appear to develop in a similar sequence but at a slower rate. This has implications regarding the clinical use of the AIMS in the Netherlands.
Het Godivapp Applied in Pediatric Primary care (GoAPP) project ontwikkelt, onderzoekt en realiseert de implementatie van een e-health applicatie voor uitwisseling van videomateriaal in zelfstandige praktijken (MKB) in de eerstelijnsgezondheidszorg. Voor een goede analyse van bewegingsproblemen bij baby?s uit risicogroepen is het van belang de motorische ontwikkeling te meten en te volgen in de tijd. Kinderfysiotherapeuten gebruiken hiervoor een observatie-instrument, de Alberta Infant Motor Scale (AIMS). In 2014 en 2015 heeft de GODIVA-onderzoeksgroep (GrOss motor Development of Infants using home Video registration with the AIMS) van Hogeschool Utrecht een methode ontworpen, waarbij de ontwikkeling gevolgd kan worden aan de hand van video?s gemaakt door ouders. De methode wordt door professionals gezien als een aanvulling op bestaande methoden, die het monitoring van kinderen doelmatiger en transparanter maakt. De methode past uitstekend in de huidige e-health ontwikkeling en zelfmanagement/empowerment van ouders. Voor research met de videomethode is een prototype applicatie ontwikkeld waarmee op veilige wijze de filmbeelden verstuurd kunnen worden en opgeslagen. Het prototype is nog niet geschikt voor gebruik binnen de beroepspraktijk. Eerstelijns Kinderfysiotherapiepraktijken zouden graag de applicatie gebruiken. Zij verwachten dat het een waardevolle uitbreiding is van hun mogelijkheden en een kans om als praktijk te innoveren. Zij zien, als zelfstandige ondernemers, echter ook belemmeringen, zoals ICT-ondersteuning en een passende tarifering van een videoconsult. Voor deze kleine bedrijven spelen ook betaalbaarheid en gebruiksgemak een essentiële rol. Binnen GoAPP zijn vijf perspectieven voor innovatie en implementatie van e-health bij elkaar gebracht: eindgebruikers, zorginhoudelijk, harde technologie, zachte technologie en bedrijfskundig perspectief. Georganiseerd rondom drie werkpakketten wordt interdisciplinair onderzoek gedaan naar (1) optimalisatie van het videoportal, (2) implementatie, en (3) bedrijfskundige haalbaarheid, via ontwerpgericht onderzoek, literatuuronderzoek, implementatieanalyse en business-case onderzoek. Een vierde werkpakket richt zich op doorgroei van het netwerk kinderfysiotherapeuten naar een Community of Practice. Doel: Een innovatieve videomethode voor het observeren van de motoriek van zuigelingen, geschikt voor eerstelijnspraktijken kinderfysiotherapie, met een passend implementatieplan en business modelling.