Dit is een onderzoek naar effectieve interventies voor preventie en de vroege aanpak van geldzorgen, schulden en armoede. Doel van het onderzoek is om meer zicht te krijgen op hoe interventies op het gebied van de preventieve aanpak van geldzorgen in Nederland zich tot elkaar verhouden en op welke elementen gemeenten en het sociaal domein kunnen selecteren bij de keuze voor een interventie of het opschalen van interventies. Het is tot op heden voor een groot deel van de Nederlandse interventies op het gebied van preventie onduidelijk in hoeverre ze effectief zijn en waar opschaling zinvol kan zijn. Er komt wel steeds meer informatie beschikbaar over mogelijke werkzame bestanddelen van effectieve interventies. Dit is echter lang niet altijd gerelateerd aan Nederlandse interventies of de Nederlandse context. Daarnaast geldt dat de mechanismen van bestaande interventies vaak niet helder zijn. Hiermee wordt bedoeld dat het lang niet altijd duidelijk is op welke manier de interventie bijdraagt aan het vergroten van de redzaamheid (bijvoorbeeld beter overzicht of juist meer inkomsten) en wat realistisch gezien verwacht kan worden op het gebied van armoede en schulden. Dat maakt dat het ook onduidelijk is welke interventies elkaar kunnen versterken en hoe individuele interventies bijdragen aan minder geldzorgen. In deze studie is in kaart gebracht welke aspecten bijdragen aan financiële redzaamheid en op welke wijze interventies kunnen bijdragen aan het versterken van financiële redzaamheid. Er is een raamwerk ontwikkeld dat helpt om interventies te kunnen plotten. Met dit raamwerk zijn 30 interventies die een dwarsdoorsnede vormen gecategoriseerd en beschreven.
Voor hen die het welzijnswerk (c.q. het sociaal domein) een warm hart toedragen is er goed nieuws. Een groeiend aantal evaluaties wijst uit dat de inzet op preventie van het welzijnswerk in de regel positieve effecten heeft op iemands gezondheid of goedkoper is dan een alternatieve inzet. In deze studie bekijken we de effecten van verschillende typen welzijnswerk (sociale wijkteams, schuldpreventie, jongerenwerk, ouderenwerk, collectieve interventies en sociaal ondernemerschap). Dit is een uitbreiding van een eerdere literatuurstudie (de Lange, Rözer, Huber, & Veldboer, 2021). Hiervoor hebben we organisch naar literatuur gezocht. In een overkoepelende rapportage vatten we de resultaten samen en bieden we een bredere blik (Rözer, Veldboer, & de Lange, 2022).
Door de coronapandemie is 2020 een jaar geworden waarin preventieve maatregelen essentieel blijken om ziekten te voorkomen. Hierbij doet de regering een groot beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Maatregelen als sociale afstand houden, thuisblijven en handen wassen zijn inmiddels bij iedereen bekend. De maatregelen worden geregeld herhaald en op een redelijke korte termijn zag het merendeel van de bevolking het belang en de urgentie ervan in. Bij de bestrijding van het coronavirus komen verschillende varianten van preventie aan bod: preventie naar ziektefase, doelgroep, maatregel of interventiemethode. Al deze vormen blijken van belang bij het bestrijden van deze pandemie. Tussen de diverse landen is er enige diversiteit te zien in de aanpak, niet alleen door de ernst van de pandemie, maar ook door culturele verschillen.
Kansen voor circulaire beademingszorg De gezondheidszorg is verantwoordelijk voor 7% van de totale Nederlandse CO2-uitstoot. Eén van de meest materiaal intensieve afdelingen in een ziekenhuis is de intensive care. Patiënten op een intensive care worden beademd en ontvangen daarbij zogenaamde beademingszorg. Tijdens beademingszorg wordt gemaakt van hulpmiddelen zoals beademingsslangen, uitzuigslangen, filters en materialen ter infectiepreventie. De meeste hulpmiddelen worden na gebruik weggegooid. Om de zorg te verduurzamen zijn in de Green Deal doelstellingen geformuleerd om grondstoffenverbruik te verminderen in 2030 en uiteindelijk toe te werken naar circulaire zorg 2050. Er is op dit moment echter weinig kennis over de milieubelasting van gebruikte hulpmiddelen tijdens beademingszorg en de mogelijkheden om circulaire strategieën toe te passen. Dit project heeft als doel om een inventarisatie te maken van de milieubelasting en de afvalstromen van hulpmiddelen rondom beademingszorg. Daarbij is het project ook gericht op een inventarisatie van de mate waarin milieubelasting een overweging is bij de besluitvorming door betrokken stakeholders. Vervolgens zal in kaart worden gebracht welke mogelijkheden er zijn om via circulaire strategieën een bijdrage te leveren om de milieubelasting van hulpmiddelen rondom beademingszorg te verminderen. Voor de uitvoering van dit project zijn unieke deskundigheidsgebieden samengebracht in een consortium. De praktijkpartners hebben expertise in zorgverlening op de intensive care afdeling (AmsterdamUMC) en afvalstromen in ziekenhuizen (adviesbureau Innomax). De betrokken kennisinstellingen hebben expertise in onderwijs- en onderzoek rondom duurzaamheid (de Hogeschool van Amsterdam, Technische Universiteit Delft en Radboudumc). Dit consortium is een unieke samenwerking waarbij om kennis van zorgprocessen, afvalstromen en de milieubelasting van de zorgverlening op de intensive care worden gebundeld om de kansen voor duurzame beademingszorg te inventariseren. De resultaten van dit project zullen een praktijkverandering in gang zetten op intensive care afdelingen van AmsterdamUMC en Radboudumc en vervolgens ook verspreid worden via de landelijke en internationale netwerken.
De zorgsector is met 13% van het totale grondstoffenverbruik in Nederland verantwoordelijk voor een aanzienlijke milieu-impact. Verduurzamen van de zorg kan daarom een grote bijdrage leveren aan het milieu. Winst is te behalen op het hergebruik van medisch instrumentarium. Er lopen al initiatieven op hergebruik van laagwaardige disposables, zoals operatieschorten. Tegelijk begint een groeiend aantal MKB-bedrijven te experimenteren met de mogelijkheid om hoogwaardige medische instrumenten te hergebruiken. Ze worden hierbij echter geconfronteerd met barrières, waaronder marktverstoringen door grote multinationals en kennislacunes rondom o.a. wet- en regelgeving, hygiëne en infectiepreventie en kosten. In dit onderzoek werkt een consortium, bestaande uit de lectoraten Industrial Design, Technology, Health and Care en Business Models van de Saxion Hogeschool, MKB-bedrijven, ziekenhuizen en koepelorganisaties samen om het hergebruik van hoogwaardig medisch instrumentarium te stimuleren. De centrale onderzoeksvraag is: "Met welke ontwerpprincipes dient rekening te worden gehouden bij het ontwikkelen van herbruikbare hoogwaardige medische instrumenten?" Dit onderzoek wordt aangepakt via action research. Daarbij werken we concreet aan praktijkverbetering terwijl we onderzoeksvragen beantwoorden via vijf concrete cases die door de MKB-partners zijn ingebracht. In de cases doorlopen we de vijf fasen van het Design Thinking ontwerpproces, waardoor per fase best-practices, barrières en faciliterende factoren kunnen worden geïdentificeerd rondom hergebruik van hoogwaardig instrumentarium. De cases verschillen in focus, van het motiveren van medisch personeel om herbruikbaar instrumentarium aan te leveren, het verkennen van oplossingen voor lastig her te gebruiken zachte onderdelen, het ontwikkelen van een nieuw product met hergebruik als uitgangspunt, het verkennen van de (her)bruikbaarheid van alternatieve producten en het testen van de materiaaleigenschappen benodigd voor hergebruik. Het project levert ontwerpprincipes op voor hergebruik van medisch instrumentarium. Hiermee helpen we MKB-partijen bij een duurzame productontwikkeling en ziekenhuizen bij de noodzakelijke overgang naar circulaire zorg. Zo zetten we een belangrijke stap om de milieu-impact van de zorg te verkleinen.
Ondanks alle preventieve maatregelen die deskundigen infectiepreventie toepassen in zorgomgevingen, lopen naar schatting jaarlijks ruim 100000 mensen in Nederland een ziekenhuisinfectie op. Door de omgeving van patiënten te behandelen met antimicrobiële coatings (AMCs) is het mogelijk de aangroei van bacteriën terug te dringen en daarmee mogelijk het aantal ziekenhuisinfecties te reduceren. Het gebrek aan kennis over deze innovaties in de gezondheidszorg, en het ontbreken van praktijkbewijs zorgt ervoor dat deze AMCs nog weinig worden toegepast in zorgomgevingen. Professionals uit de zorg, die de verantwoordelijkheid dragen voor infectiepreventie, zijn dringend op zoek naar instanties die hen kunnen helpen om onafhankelijk onderzoek te doen naar de toepassing van AMCs in hun zorginstelling en zo te weten te komen of dit een aanvullende maatregel kan zijn om ziekenhuisinfecties terug te dringen alsmede de hoge kosten die gepaard gaan met (preventie van) uitbraken van micro-organismen. Door de jarenlange ervaring die Zuyd heeft met onderzoek naar AMCs kwam deze praktijkvraag bij het onderzoeksteam van Zuyd terecht. Zuyderland locaties Geleen en Heerlen, en Vie Curi stellen hun faciliteiten ter beschikking om onderzoek in een living lab situatie mogelijk te maken. In dit project wordt reeds bestaande kennis over AMCs gebruikt en vertaald naar specifieke situaties in de gezondheidszorg. Er wordt onderzocht hoe AMCs geïntroduceerd kunnen worden in de omgeving van patiënten, rekening houdend met wet- en regelgeving. Via pilotexperimenten wordt de effectiviteit en werking van AMCs in patiëntenkamers onderzocht, samen met professionals uit het werkveld. Implementatie van AMCs heeft gevolgen voor het infectiepreventiebeleid en de werkzaamheden van professionals actief in infectiepreventie. De resultaten van dit project zullen worden ingezet in de infectiepreventie van deelnemende ziekenhuizen. Via de in dit project te realiseren beschrijving van Best Practices voor implementatie van AMCs in de zorgomgeving staat de weg open voor een bredere toepassing in de gezondheidszorg.