Between 2009 and 2013 a project has been executed in the Utrecht region to strengthen the workplace innovation capacity of SMEs (My Company 2.0). The participating companies were asked to fill in a questionnaire on the workplace innovation capacity of the company at two moments: at the beginning (T0) and at the end of the project (T1). The workplace innovation capacity was measured with questions about the organization (responds on changing demands in the environment), labor (employee flexibility), strategy (innovation with other companies) and market (improvement or renewal of products/services). We divided the companies (n=103) into two groups, namely companies that implemented an intervention an companies that did not. We found that the companies that received an intervention during the project had a significantly higher score with regard to the workplace innovation capacity at T1 compared to T0. The companies in which no intervention took place had a small (not significant) decrease in workplace innovation capacity between the baseline- (T0) and the post- test (T1). We also compared the data with data from a national reference population. It appeared that the companies in our study scored higher in workplace innovation capacity at both measurements (T0 and T1) than the reference population
Op 1 januari 2007 is officieel bij de faculteit Economie en Management (FEM) van Hogeschool Utrecht het kenniscentrum InnBus van start gegaan. InnBus kan gezien worden als een faculteitsbreed kenniscentrum1 waarbinnen alle lectoraten worden ondergebracht. De naam InnBus staat daarbij voor Innovatie en Business. Bij de inrichting van dit kenniscentrum naar domeinen voor de lectoraten is op een specifieke wijze aansluiting gezocht bij bestaande, algemeen geaccepteerde indelingen naar de Business-deelvakgebieden: Finance; Accountancy; Organisatie & Strategie; Informatiekunde; Marketing. Door hergroepering, splitsing en het uitlichten van International Business is een centrum in ontwikkeling ontstaan, waarbinnen in de nabije toekomst zes lectoraten functioneren. De achterliggende gedachte is het positioneren van de faculteit Economie en Management als kennisonderneming met taken op het gebied van kennisontwikkeling en kennisspreiding, gericht op de versterking van het innoverende vermogen van bedrijven en instellingen in de regio. De daarbij geformuleerde randvoorwaarden luiden: Te ontwikkelen kennis ontstaat vanuit aangetoonde maatschappelijke behoeften; De nieuwe kennis is gericht op professionalisering van de beroepspraktijk; De kennisontwikkeling voldoet aan methodische vereisten. Kort samengevat: binnen het faculteitsbrede kenniscentrum wordt bedrijfeconomisch relevant toegepast onderzoek gedaan, gericht op bedrijven en instellingen in de regio. De keuze voor de regio heeft tot gevolg dat er een zekere voorkeur voor branches of sectoren ontstaat. Kennisspreiding binnen de FEM-organisatie ontstaat door zowel docenten als studenten bij de uitvoering van dit onderzoek te betrekken en op onderzoek gebaseerde curricula verder te ontwikkelen. Sinds 1 januari 2007 heb ik de eervolle taak om samen met mijn medewerkers het proces van kennisontwikkeling en kennisspreiding gestalte te geven binnen het vakgebied van de kenniskring Lectoraat Marketing, Marktonderzoek en Innovatie. In deze openbare les wil ik aangeven wat dit voor ons inhoudt door allereerst aandacht te besteden aan de begrippen innovatie en innoveren en daarna de koppeling te leggen met het vakgebied Marketing en Marktonderzoek.
Het Raak Pro project Terugschakelen naar ketendenken liet een aantal zaken zien: 1. Het is lastig MKBers bij onderzoek te betrekken; 2. Via de zgn. Leaderfirm benadering lukt dit wel bedrijven bij voor hen relevant onderzoek te betrekken, 3. Op basis van een eigen benchmakronderzoek naar international airport-seaportregio's komt Amsterdam als een sterke mainport naar voren. De benchmark leverde een aantal aanbevelingen om de NL mainport te versterken. In deze Top Up maken we gebruik van de Leaderfirm benadering om de Benchmark die éénmalig was uitgevoerd in de Raak Pro Terugschakelen naar ketendenken te verrijken, kwalitatief en kwantitatief uit te breiden en te verdiepen. (doorwerking richting beroepspraktijk) In dit Top Up project doen we dat door studenten in een zgn. afstudeeratelier bij het benchmark onderzoek te betrekken en hen i.s.m. onderzoekers de benchmark te laten uitvoeren (doorwerking richting onderwijs). De verrijkte benchmarkt vormt een belangrijk focuspunt binnen het lectoraat Mainport Logistiek en zorg voor nieuwe publicaties (doorwerking richting onderzoek en werkveld)
Fontys begeleidt een groep van 15 studenten tijdens hun afstuderen bij een MKB bedrijf intensiever dan gebruikelijk, opdat zij hun afstudeerstage met perspectiefrijke onderzoekstrajecten bij deze bedrijven kunnen vervolgen. Fontys begeleidt deze onderzoekstrajecten vakinhoudelijk, maar werkt met de bedrijven en studenten tevens aan de inhoudelijke verdieping en algemene vorming. Hiervoor werkt Fontys in deze pilot een traineeprogramma uit, alsook een werkwijze om studenten en bedrijven te verbinden. Een zorgvuldig ontworpen monitoring van de aanpak en resultaten zorgt voor tijdig bijsturen en een treffende evaluatie na afloop. Het Traineeprogramma richt zich op technologische MKB bedrijven in de Brainport regio. Zij vormen belangrijke schakels in de toeleverketens naar grote wereldmarktspelers als ASML, VDL en Philips. Vaak zijn zij ook zelfstandig actief aan de grenzen van de technische mogelijkheden. Sleuteltechnologieën als fotonica en fabrication technologies worden in hoog tempo omarmd om de wereldwijde concurrentie aan te kunnen. MKB bedrijven ontwikkelen mee aan de producten en diensten waardoor zij eveneens deze technologieën moeten beheersen. Maar, door de kleinere schaalgrootte ontbeert het vaak aan kennis en capaciteit. Deze pilot biedt mogelijk oplossingen voor beide. Met deze pilot beogen we innovatie in het MKB te bevorderen. Docent-onderzoekers van Fontys komen via de trajecten in direct inhoudelijk contact met de bedrijven en hun technologische uitdagingen. De bedrijven vormen met Fontys en de afgestudeerden een ‘learning community’ die op de high tech onderwerpen verdiepende kennis deelt en genereert. Deze community bestendigt de relatie met de hogeschool, maar heeft ook de potentie om zich na afloop te blijven ontwikkelen. Het Fontys Centre of Expertise HTSM is opgericht om bedrijfsleven en de hogeschool te verbinden. Het CoE verzorgt de werving en matching, regisseert het traineeprogramma en verbindt de onderzoekslijnen aan de actuele thema’s in de trainee-bedrijven. Daarmee versterkt het CoE eveneens haar eigen rol in de Brainport Regio.
Bedrijven worden geconfronteerd met ontwikkelingen in de mondiale economie die sneller, complexer en onzekerder zijn dan vroeger en een grote impact hebben. Veel ontwikkelingen worden gedreven door Smart Industry: de verregaande digitalisering en verweving van apparaten, productiemiddelen en organisaties. Smart Industry biedt bedrijven in de maakindustrie kansen om producten, processen en business modellen drastisch te vernieuwen en daarmee hun concurrentiepositie te versterken. Middelgrote bedrijven missen echter tijd, capaciteit en kennis om meer radicale innovaties te onderzoeken en in actie om te zetten. Een groep van zes vooraanstaande bedrijven in (b2b-)maakindustrie in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag wil daarom gebruik maken van de kennis en faciliteiten die bij Hogeschool Rotterdam en Hogeschool InHolland beschikbaar zijn. In dit RAAK-project gaan de ondernemers samen met onderzoekers, docenten en studenten onderzoeken hoe de ondernemers hun innovatievermogen kunnen verbeteren om radicale innovatie-ideeën in het kader van Smart Industry te identificeren, te ontwikkelen en te vermarkten. Beide hogescholen zetten hiertoe een breed pallet van innovatiemodellen en -technieken in waarmee de studenten en vakdocenten de mkb-deelnemers zullen uitdagen en ondersteunen. Het project levert nieuwe kennis en inzichten op over het gebruik van deze modellen en technieken in het kader van Smart Industry. Deze kennis zal worden benut om de ‘innovatie- en ondernemerschapskit’ bij de hogescholen te versterken en het onderwijs te verbeteren.