De zachte stad. Een term die steeds vaker terugkomt in het debat over de ontwikkeling van onze steden. Een term met een hoog aaibaarheidsgehalte, maar die tegelijkertijd nog veel vragen oproept. In dit magazine van Platform Stad en Wijk duiken we daarom dieper in dit concept. Maar we werpen er ook een kritische blik op: welke blinde vlekken kent dit gedachtegoed en hoe kunnen we de zachte stad in de praktijk brengen?
MULTIFILE
Keuzes maken in spannende beroepssituaties is niet enkel het volgen van beroepsstandaarden, het uitvoeren van aangeleerde vaardigheden en het nemen van op evidentie gestoelde beslissingen. Het professioneel handelen is ook doorspekt met dieperliggende motivaties. Die motivaties hangen samen met waarden en normen, die voor ieder persoonlijk zijn. Die waarden en normen zijn geen abstracte begrippen, maar verbonden met onze identiteit, onze ziel. De ziel als metafoor voor het innerlijke, het eigene en de inspiratie in het werk. Kortom, professioneel handelen wordt gekleurd door wie we zijn. Reden genoeg om studenten handvatten te geven om wat zich afspeelt onder de motorkap meer toegankelijk te maken.
In deze fase bepaalt het team of de aanpak aansluit bij de behoeften van het team en/of het team voldoet aan de voorwaarden. Ook wordt verkend of er een complexe leervraag voor het primaire onderwijsproces bestaat. Als het team besluit dat het verder wil met de aanpak, is het belangrijk om de randvoorwaarden voor het teamleertraject op orde te brengen. Deze fase resulteert in een plan van aanpak voor het teamontwikkeltraject.
LINK
Achtergrond Gemeenten en waterschappen hebben de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting om schade door hevige neerslag, hitte en droogte zoveel mogelijk te voorkomen. Om die reden zijn en worden zogenaamde groenblauwe oplossingen aangelegd, zoals infiltrerende stadsparken, wadi's en raingardens. Er zijn echter veel vragen over het functioneren en de risico’s van deze maatregelen. Inzicht in de kansen en risico’s ontbreekt om het adequaat lange termijn functioneren van groenblauwe oplossingen te garanderen. Vraagarticulatie Professionals van gemeenten en waterschappen hebben behoefte aan meer inzicht in groenblauwe oplossingen, zoals: 1. kansen en risico’s 2. kennis over het lange termijn functioneren; 3. interdisciplinaire samenwerking van organisaties binnen de disciplines water, bodem en groen 4. actuele richtlijnen voor ontwerp, aanleg en beheer Hoofdvraag en doelstelling Wat zijn de kansen en risico’s bij het lange termijn functioneren van groenblauwe klimaatadaptieve oplossingen? Aanpak Professionals van publieke en private partijen (met verschillende disciplines als Water, Bodem en Groen) brengen hun ervaringen met groenblauwe oplossingen in kaart. Op meer dan vijftig locaties en in twee proeftuinen onderzoeken we het hydraulisch en milieutechnisch (lange termijn) functioneren. In ClimateCafés worden bestaande praktische tools voor kennisontwikkeling en -uitwisseling doorontwikkeld en ingezet. De nationale data omtrent het fysieke functioneren van groenblauwe maatregelen wordt met het werkveld vertaald naar praktische richtlijnen. Resultaat Het resultaat is een update van de landelijke open source database over groenblauwe oplossingen voor inspiratie en onderzoek waarvan op vijftig locaties participatief onderzoek wordt gedaan. De kennis omtrent kansen en risico's wordt met participatief onderzoek, (bestaande) tools, richtlijnen in vijf interdisciplinaire ClimateCafés landelijk uitgewisseld. Consortium Het consortium betreft een unieke multidisciplinaire samenwerking tussen hogescholen, gemeenten, waterschappen en provincies met diverse organisaties en bedrijven. Het consortium is mede ontstaan uit het Lectorenplatform Delta en Water en verstevigt de strategische samenwerking tussen praktijk professionals, onderzoek en onderwijs.
Het mkb heeft vragen over hoe producten te ontwerpen en te maken vanuit restmateriaal. Vragen gaan specifiek over hergebruik van (onderdelen van) afgedankte producten in nieuwe toepassingen waarbij de waarde van het oorspronkelijke product zoveel mogelijk behouden blijft: ‘Repurpose’ van producten. Daarbij is het restmateriaal niet uniform, kent verschillen in kwaliteit en is niet onbeperkt en continu beschikbaar. Huidige ontwerp- en productiemethoden, die uitgaan van de functie van het te ontwerpen product en een oneindige voorraad op elk moment beschikbaar ‘virgin’ uitgangsmateriaal, zijn niet van toepassing in het geval van Repurpose. Dit project, ‘RDD&M’, beoogt kennis te genereren over nieuwe ontwerpmethoden, productiemethoden en businessmodellen die geschikt zijn om in te zetten voor Repurpose. Het project draagt daarmee bij aan de uitdaging van het anders ontwikkelen van producten door het inzetten van afval als grondstof en het doorgronden van het proces van ketenvorming dat nodig is om te komen tot nieuwe waardesystemen voor de circulaire economie. Om deze kennis te genereren werken verschillende ontwerpende bedrijven (Cartoni, Studio Hamerhaai, Tolhuijs Design, VerdraaidGoed, Fabrique), productbedrijven (Ahrend, Springtime, Fiction Factory) en reststroom-inzamelaars (Groencollect, Renewi) samen in dit project. De kennis wordt ontwikkeld met een kwalitatieve studie waarin een aantal past- en future cases op het gebied van Repurpose beschouwd, respectievelijk uitgevoerd wordt. Er wordt gekeken naar het ontwikkelproces en de waardesystemen, maar ook naar welke circulaire ontwerp- en businessmodelstrategieën toepasbaar zijn. Resultaten worden vastgelegd in zowel wetenschappelijke- als vakpublicaties en in communicatiemiddelen die bijdragen aan het verspreiden van de kennis over Repurpose: een tentoonstelling tijdens de Dutch Design Week 2020 en in Circl, het circulaire paviljoen van ABN AMRO. De tentoonstelling wordt gecombineerd met een inspiratieboek over Repurpose. RDD&M wordt uitgevoerd met directe betrokkenheid van bovengenoemde bedrijven (mkb en grootbedrijven). Andere betrokkenen zijn TU Delft, FME, CIRCO/CLICKNL, Circl en Amsterdam Made.