In adult football, small-sided games are associated with increased action variability and suggested to promote more creative actions compared to regular 11v11 formats. This aligns with predictions from an ecological approach to perception and action that creative actions emerge in environments that grant variability in action, instead of being an expression of the individual player's ability to generate ideas. To further evidence for this prediction, the current study aimed to expand this observation to elite youth football players. To this end, the number of different and creative actions in 4v4 small-sided game and a 11v11 regular-sided game among 10- to 12-year-old elite football players were examined. We analyzed a total of 7922 actions, which were categorized for type and creativity. Based on a subset of these actions, a panel of elite football coaches judged action types occurring below 0.5% as significantly more creative than more frequent action types. Hence, we used an occurrence of 0.5% as threshold to distinguish creative actions from non-creative actions. The results showed that the total number of actions, the number of different action types, the number creative actions and the number of different creative action types was significantly higher for the small-sided game format than the regular-sided game. In conclusion, this study confirms that in elite youth football, small-sided games induce a more variable and creative action repertoire. This shows that practitioners can design learning environments that promote the emergence of creative actions.
In L1 grammar teaching, teachers often struggle with the students’ conceptual understanding of the subject matter. Frequently, students do not acquire an in-depth understanding of grammar, and they seem generally incapable of reasoning about grammatical problems. Some scholars have argued that an in-depth understanding of grammar requires making connections between concepts from traditional grammar and underlying metaconcepts from linguistic theory. In the current study, we evaluate an intervention aiming to do this, following up on a previous study that found a significant effect for such an approach in university students of Dutch Language and Literature (d = 0.62). In the current study, 119 Dutch secondary school students’ grammatical reasonings (N=684) were evaluated by language teachers, teacher educators and linguists pre and post intervention using comparative judgement. Results indicate that the intervention significantly boosted the students’ ability to reason grammatically (d = 0.46), and that many students can reason based on linguistic metaconcepts. The study also shows that reasoning based on explicit underlying linguistic metaconcepts and on explicit concepts from traditional grammar is more favored by teachers and (educational) linguists than reasoning without explicit (meta)concepts. However, some students show signs of incomplete acquisition of the metaconcepts. The paper discusses explanations for this incomplete acquisition.
Society continues to place an exaggerated emphasis on women's skins, judging the value of lives lived within, by the colour and condition of these surfaces. This artistic research will explore how the skin of a painting might unpack this site of judgement, highlight its objectification, and offer women alternative visualizations of their own sense of embodiment. This speculative renovation of traditional concepts of portrayal will explore how painting, as an aesthetic body whose material skin is both its surface and its inner content (its representations) can help us imagine our portrayal in a different way, focusing, not on what we look like to others, but on how we sense, touch, and experience. How might we visualise skin from its ghostly inner side? This feminist enquiry will unfold alongside archival research on The Ten Largest (1906-07), a painting series by Swedish Modernist Hilma af Klint. Initial findings suggest the artist was mapping traditional clothing designs into a spectral, painterly idea of a body in time. Fundamental methods research, and access to newly available Af Klint archives, will expand upon these roots in maps and women’s craft practices and explore them as political acts, linked to Swedish Life Reform, and knowingly sidestepping a non-inclusive art history. Blending archival study with a contemporary practice informed by eco-feminism is an approach to artistic research that re-vivifies an historical paradigm that seems remote today, but which may offer a new understanding of the past that allows us to also re-think our present. This mutuality, and Af Klint’s rhizomatic approach to image-making, will therefore also inform the pedagogical development of a Methods Research programme, as part of this post-doc. This will extend across MA and PhD study, and be further enriched by pedagogy research at Cal-Arts, Los Angeles, and Konstfack, Stockholm.
Werknemers en werkgevers in de Groen Grond Infra (GGI) sector krijgen een steeds grotere rol in de natuurinclusieve transitie binnen de agrarische sector en GGI. Deze groene transitie vereist verschillende soorten kennis, investeringen en inzet van loonwerkers. De betrokken loonwerkers moeten nu niet alleen taken uitvoeren maar ook meedenken over hoe die taken uit te voeren om bij te dragen aan de groene transitie. Een belangrijk onderdeel van deze verandering is dat werknemers als "change agents" gaan optreden. Dit betekent dat ze, dankzij hun kennis en houding, helpen om de groene transitie te realiseren. De GGI-sector omvat veel verschillende werkterreinen, zoals cultuurtechniek, agrarisch loonwerk en beheer van groene ruimtes. Om studenten op te leiden voor de arbeidsmarkt in deze diverse sector, is een nieuwe aanpak nodig. Deze aanpak moet de diversiteit van de sector bedienen en studenten stimuleren om een ondernemende en duurzame rol aan te nemen. Bedrijven, studenten, docenten, onderzoekers en andere betrokkenen gaan in een praktijkonderzoek een leeromgeving creëren die opleidt voor deze "change agents". In dit pilot-onderzoek werken studenten, bedrijven, een docent-onderzoeker, een practor en lector samen met vraaggestuurd onderwijs. Dit betekent dat de leerbehoeften van de studenten centraal staan, binnen kaders van duurzaamheid en natuurinclusiviteit. Het bedrijfsleven en het onderwijs faciliteren het leerproces, bewaken de kaders en reflecteren met de studenten op hun toekomstige rol als "change agents" in de GGI-sector. Het doel van dit pilot-onderzoek is dat studenten GGI(loonwerk) vaardigheden en tools ontwikkelen om mee te denken binnen de groene transitie. Door middel van interviews, Situational Judgement Tests en rubrics wordt inzicht verkregen in dit proces. De onderzoeksvraag is: Hoe kan vraaggestuurd onderwijs, vormgegeven door studenten, bedrijfsleven en Terra MBO, bijdragen aan een ondernemende houding bij GGI-studenten, zodat zij beter kunnen functioneren als "change agents" in toekomstbestendig loonwerk?
De klimaatopwarming is een van de meeste urgente uitdagingen voor onze maatschappij. Om deze opwarming tegen te gaan zijn verschillende technologieën ontwikkeld om CO2 uit lucht te halen. Deze technieken blijken echter erg complex en duur om op grote schaal toe te passen. Het start up bedrijf Carbyon ontwikkelt momenteel een nieuwe technologie om CO2 uit de atmosfeer te halen waarmee de kosten met een factor 10 kunnen worden verlaagd. De vraag is echter wat de netto CO2 winst is van deze nieuwe technologie en of die CO2-winst nog kan worden geoptimaliseerd in de verdere ontwikkeling van deze technologie. De samenwerking tussen Carbyon en de Radboud universiteit heeft dan ook als doel om de netto CO2 winst door direct air capture (DAC) via het nieuwe Carbyon-proces te kwantificeren en te optimaliseren. Tevens zal de CO2-winst worden vergeleken met bestaande DAC-technologieën. Carbyon zal metingen uitvoeren op hun direct air capture proces om het energie- en materiaalverbruik per ton CO2 in kaart te brengen. Verder zal Carbyon een inschatting maken op basis van expert judgement hoe de industriele setting van het DAC-proces eruit zal zien. Deze technologische expertise is van onmisbaar belang om een goede inschatting van alle relevante procesparameters voor het uitvoeren van de milieugerichte keten-analyse. De Radboud universiteit zal met die gegevens een volledige keten-analyse (levenscyclusanalyse) uitvoeren om in te kunnen schatten of de technologie van Carbyon een netto bijdrage kan leveren aan de reductie van het CO2 gehalte in de atmosfeer. In deze ketenanalyse zullen de CO2 emissies als gevolg van het materiaal en energieverbruik worden afgezet tegen de CO2 afvang van de nieuwe DAC technologie. Tenslotte zal op basis van een zwaartepuntanalalyse worden bekeken op welke wijze de CO2 emissies van het materiaal en energieverbruik kunnen worden gereduceerd in de verdere ontwikkeling van deze Carbyon DAC-technologie.