Het onderwijs zoals we het nu kennen stamt uit het begin van de 19e eeuw. In de Nederlandse onderwijswet van 1806 werden leraren verplicht klassikaal les te gaan geven en de oude manier van lesgeven werd verboden (het zogenaamde hoofdelijk onderwijs). Onderwijzers moesten vanaf dat moment bevoegd zijn tot onderwijzen en de landelijke inspectie hield toezicht of de nieuwe schoolregels werden nageleefd. Gezien de veranderingen in de samenleving, ziet het er naar uit dat het ‘traditionele’ onderwijs aan het einde van zijn levenscyclus is gekomen. Technologische innovaties maken dat werk verandert en onderwijs dat jongeren voorbereidt op “volwaardige deelname aan de samenleving en een bij hun talenten passende (toekomstige) positie op de arbeidsmarkt” (Onderwijsbegroting OCW 2011, artikel 3) zal zich daarop moeten aanpassen. En zoals het geen zin heeft om krijtjes voor het schoolbord te verbeteren als een digibord wordt gebruikt, gaat het ook niet lukken om het onderwijs te verbeteren met verouderde gereedschappen. In dit essay zullen enkele kenmerken van de hedendaagse loopbaanbegeleiding worden geplaatst in de tijdgeest waaruit deze kenmerken zijn voortgekomen. De tekst komt deels uit de oratie ‘Architectuur van leren voor de loopbaan: richting en ruimte (Kuijpers, 2012).
Rapport van een literatuuronderzoek en van interviews met experts en studenten. De hoofdvraag was: hoe kan de kwaliteit van keuzes van deelnemers ten aanzien van de doorstroom mbo-hbo verbeterd worden? Subvragen waren onder meer: hoe kiezen studenten nu? Welke beelden hebben ze van vervolgstudie en beroep? Welke behoeften hebben ze op het gebied van studieloopbaanbegeleiding?
Zelfkennis is van essentieel belang voor de kwaliteit van het leven. Met name in de loopbaanontwikkeling is dat duidelijk. Maar hoe komt een mens aan zelfkennis en hoe kan men daarbij helpen? Dit hoofdstuk biedt enkele verklaringen waarom zelfkennis problematisch is. Vier manieren worden beschreven waarmee mensen naar zichzelf en naar anderen kunnen kijken. Eén van die manieren leent zich het best voor zelfsturing. Wat is deze manier? En wat houdt dit in voor loopbaanbegeleiding in onderwijs, arbeidsorganisaties en bij (re-)integratie?