Vandaag begint de week van het economie onderwijs. Een week waarin goede bedoelingen het onderwijs overvleugelen. Volgens lector Frank Jan de Graaf is er te weinig aandacht voor de sterkten en zwakten van het huidige onderwijs. Hogescholen en universiteiten kunnen elkaar goed aanvullen door samenwerking.
MULTIFILE
This paper discusses the potential application of procedural content generation to a game about economical crises, intended to teach a large general audience about how banks function within a market-guided economy, and the financial risks and moral dilemmas that are involved. Procedurally generating content for abstract and complex notions such as inflation, market crashes, and market flux is different from generating spatial maps or physical assets in a game, and poses several design challenges. Instead of generating these kinds of phenomena and other macro-economic effects directly, the designers aim to let them emerge from automatically generated game mechanics. The game mechanics we propose include generic business models that can be parameterized to model the behavior of companies in the game, while the player controls the actions of a bank. What makes generating these game mechanics particularly challenging is the interaction between phenomena at different levels of abstraction. Therefore, relevant economic concepts are discussed in terms of design challenges, and how they could be modeled as emergent properties using generative methods.
Bedrijfsoverdrachten leiden tot innovatie en groei in het mkb. In 2011 is voor het eerst onderzoek gedaan naar de economische gevolgen van bedrijfsoverdrachten (Van Teeffelen, 2012). Wat is de situatie eind 2014, begin 2015? Steekproef vergelijkbaar met 2011 Er is een random steekproef van 4350 ondernemers getrokken in drie rondes. 2428 ondernemers hebben deelgenomen aan het onderzoek. De dataset is goed vergelijkbaar met de trekking in 2011. Kwaliteit en aantal bedrijven in overdracht is toegenomen Het aantal bedrijven in de verkoop is sterk gestegen: van 23.500 in 2011 naar 55.700 bedrijven nu. 10% van alle bedrijven met personeel staat nu te koop, een verdrievoudiging in vergelijking tot 2011. De kwaliteit van de bedrijven is toegenomen. Bedrijven zijn gegroeid in personeelsleden van 5,8 naar 7,3 fte. Het zijn vooral familiebedrijven die nu in de verkoop staan. Verkopende ondernemers beschikken over meer aan- of verkoopervaring, de bedrijven zijn minder afhankelijk van de ondernemer, de vraagprijs bij verkopende ondernemers lijkt realistischer. Verkopende ondernemers exporteren meer. Het percentage bedrijven dat kansrijk is bij verkoop is gestegen van 44% naar 53%. Punt van zorg is de toename van de ondernemersleeftijd bij verkoop: van begin vijftig in 2011 naar zestig jaar in 2014/15. Kwaliteit en aantal bedrijven in opheffingen afgenomen Het aantal bedrijven in opheffing is afgenomen van bijna 59.000 in 2011 naar 53.000 in 2014/2015. De kwaliteit van de bedrijven in opheffing is sinds 2011 achteruit gegaan. Zij zijn in personeelsomvang gekrompen en lopen achter qua innovaties. Ook zijn bedrijven in opheffing minder kansrijk geworden bij een eventuele verkoop. Bij opheffingen gaan jaarlijks 2,0% van alle banen in Nederland verloren. Economische effecten van bedrijfsoverdrachten fors gestegen. Bij overdrachten staan nu 7,1% van alle voltijdsbanen op het spel. Het afbreukrisico voor de Nederlandse economie is sterk toegenomen. Het werkgelegenheidsverlies als gevolg van mislukte overdracht is in vergelijking tot 2011 verdubbeld, de omzetderving en kapitaalvernietiging zijn verviervoudigd.
De transitie naar een circulaire economie is in volle gang. Maar circulaire ondernemers lopen tegen verschillende belemmeringen aan die moeilijk of niet alleen zijn op te lossen. Er is redelijk veel bekend over belemmeringen op maatschappelijk (macro-economisch) niveau. Inzicht in hoe individuele ondernemers met deze belemmeringen moeten omgaan om hun circulaire onderneming zo succesvol mogelijk te maken is echter veel minder beschikbaar. Vooral voor startups in de circulaire economie zijn de vraagstukken groot. Hun praktijkvraag is: Hoe kan ik als circulaire startup samenwerken met circulaire ondernemers en andere relevante partijen in mijn directe omgeving om bovengenoemde belemmeringen over wet- en regelgeving, procesorganisatie en strategische samenwerking op te lossen? In de Regio Zwolle zoeken ondernemers elkaar op om die vraagstukken op te lossen waardoor ecosystemen van circulaire startups ontstaan, maar hoe ze dit moeten aanpakken blijft een groot vraagteken. Deze nieuwe ecosystemen van circulaire startups staan centraal in dit onderzoeksproject en we onderzoeken vier ecosystemen in de regio Zwolle, t.w. De Herfte in Zwolle, The Green East in Raalte, het iLab van GreenPAC in Zwolle, en Hibertad in Hardenberg. Samen met circulaire startups, circulaire ondernemingen en netwerkorganisaties wordt in dit onderzoeksproject gewerkt aan de volgende onderzoeksvraag: ‘In hoeverre kunnen ecosystemen van circulaire startups een bijdrage leveren aan de transitie naar een circulaire economie?’. Het onderzoeksproject wil bijdragen aan de innovatieve kracht van deze ecosystemen zodat de transitie naar de circulaire economie in de Regio Zwolle versneld wordt. Het project levert ontwerpprincipes voor ecosystemen van circulaire startups, systematisch beschreven in een handboek voor deze vier èn voor nog te vormen ecosystemen van circulaire startups in Nederland. Daarnaast levert het onderzoek ook inzicht in de uitdagingen en belemmeringen waar circulaire startups mee te maken hebben, en willen we de kennisresultaten ook toegankelijk maken voor het onderwijs binnen en buiten Windesheim.
Dit onderzoek draagt bij aan de transitie naar een circulaire economie in de bouwsector. De Nederlandse bouwsector is grondstofintensief. Tegelijkertijd wordt een grote hoeveelheid sloopafval geproduceerd. Dit materiaal zou deels als bouwmateriaal hergebruikt kunnen worden. Maar vraag en aanbod naar circulair bouwmateriaal zijn nog niet op elkaar aangesloten. De transitie naar een circulaire bouweconomie vergt sterkere samenwerking tussen ketenpartners en gedragsverandering van gebruikers zoals verandering in regelgeving. Een belangrijke rol om deze veranderingen op microniveau te stimuleren, zijn circulaire businessmodellen. Circulaire businessmodellen kunnen prikkels geven voor sterke samenwerking langs de keten, ervoor zorgen dat kosten en baten van de transitie eerlijk verdeeld worden, en gebruiksgedrag stimuleren. Maar circulaire businessmodellen kunnen niet ontwikkeld worden zonder eerst de nodige veranderingen op macroniveau in kaart te brengen, en zonder samenwerking in de keten. Het doel van dit verkennend onderzoek is daarom om aan de hand van de 'collective system building framework' (een managementmodel dat bedrijven kan helpen om duurzaamheidstransities te stimuleren, zie hier) in kaart te brengen welke activiteiten nodig zijn om de transitie naar circulair bouwmateriaal te stimuleren. Een tweede doel is om een netwerk op te bouwen van samenwerkingspartners, die later deze activiteiten gaan uitvoeren. Hieraan verbonden is het derde doel, om circulaire businessmodellen te ontwikkelen, die en samenwerking tussen ketenpartners stimuleren, en de markt voor circulair bouwmateriaal te versterken. Hierbij onderzoeken wij de rol van digitale platformen, zoals van nieuwe product-service combinaties. Beoogde resultaten van dit verkennend onderzoek zijn drievoudig: (1.) een netwerk opbouwen van bedrijven en organisaties die de transitie naar circulair bouwmateriaal willen versterken; (2.) de nodige systemische veranderingen voor een transitie naar circulair bouwmateriaal in kaart brengen met de 'collective system building framework'; en (3.) meer inzicht krijgen in circulaire businessmodellen in de sector voor circulair bouwmateriaal, die kunnen helpen de nodige systemische veranderingen te bereiken.
Het project Partnerschap voor Circulaire economie richt zich op het bieden van ondersteuning aan het MKB in het maken van bewuste keuzes betreffende samenwerking in hun waardenetwerk om circulaire business modellen te realiseren. De casuïstiek in dit project is gericht op het verwaarden van bermgras.Partijen die de gehele waardeketen afdekken, waaronder biomassa-aanbieders (vertegenwoordigd door Branche Vereniging Organische Reststromen en Brinkmann Consultancy) en verwerkers van biomassa fracties in de papierindustrie (vertegenwoordigd door Kenniscentrum Papier en Karton, en Bumaga) staan voor de uitdaging om 120.000 ton bermgras in stappen volledige te verwaarden. Dit past bij de ambitie van de Papier- en Kartonindustrie om lokale grondstoffen te gebruiken en bij de ambitie van de leveranciers van het biomateriaal / maaisel (de overheden) om de kosten van landschapsonderhoud te verlagen. Dit niet alleen uit moreel besef, maar zeker ook uit zakelijk oogpunt. Het Kenniscentrum Papier en Karton geeft aan dat er naast de uitdaging van de kwaliteit van grondstoffen (grote variatie van soorten gewasdelen; aanwezige macro en microvervuiling), een zeker zo grote uitdaging ligt in de afspraken en afstemming tussen de partners en belanghebbenden. De ontwikkeling van een rendabele business case (op basis van alle componenten in het bermgras) binnen een duurzaam partnerschap ervaren de ketenpartners als een lastig te nemen hobbel in de transitie naar een circulaire economie. Dit onderzoek richt zich dan ook op de vraag: Hoe kan het MKB een bij klanten gevalideerde samenwerking met belanghebbenden identificeren en organiseren waarbij aandacht voor sociale en ecologische effecten binnen een economische context centraal meegewogen wordt (de zogenaamde ‘duurzame waardecreatie’)? Potentiële blokkades in partnerschappen en bij internationalisering via buitenlandse partners worden hierbij expliciet gemaakt. Dit project wil een bijdrage bieden aan de ontwikkeling van kennis over duurzame waardecreatie in de keten van terreinbeheerders en toepassers van de biomassa (onderdelen), door nationale en internationale partnerschappen te identificeren en organiseren. Door het ontwikkelen van een algemene werkmethode, die organisaties hierbij ondersteunt, wordt een concrete stap gezet richting circulaire business modellen.