In dit rapport wordt aandacht geschonken aan een specifieke groep mantelzorgers, namelijk mantelzorgers die persoonlijke verzorging en/of verpleegkundige hulp bieden aan een naaste. Het rapport beschrijft de door deze mantelzorgers ervaren belasting en hun behoefte aan een specifieke vorm van mantelzorgondersteuning, namelijk respijtzorg.
DOCUMENT
De gemeente Amsterdam, Sigra en het Expertisecentrum Mantelzorgondersteuning Amsterdam werkten afgelopen jaar aan het project “In voor mantelzorg”. In dat project is respijtzorg in Amsterdam onder de loep genomen.
DOCUMENT
Voordat beroepskrachten in een (zorg)situatie in beeld komen bieden naasten, verwanten, (ofwel) mantelzorgers vaak al jaren zorg en ondersteuning. Wanneer iemand ziek wordt, een beperking of aandoening heeft treft dit niet alleen de persoon zelf maar ook de omgeving. Naasten maken zelf ook een herstelproces door én zij spelen een rol in het herstelproces van de persoon met de ziekte, beperking of aandoening. Toch is er in zorg-organisaties en in het onderwijs nog te weinig aandacht voor de samenwerking met naasten. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2022) pleit in een recent verschenen advies voor een fundamentele omslag in het denken over hoe we zorgen en hoe we de zorg organiseren. Een uitgave van de opleidingen Social Work en Verpleegkunde van Hogeschool Utrecht.
MULTIFILE
Op basis van het langlopende onderzoek van Rick Kwekkeboom en Yvette Wittenberg (en anderen) over mantelzorg en respijtzorg schreven zij een artikel voor sociale vraagstukken. Zij benadrukken het belang van het vroegtijdig opmerken/signaleren van mantelzorgsituaties om zo de nodige bemiddeling tussen de formele en de informele zorg te faciliteren. Ook kan hiermee tijdig respijtzorg worden aangeboden, waardoor overbelasting van mantelzorgers mogelijk voorkomen kan worden.
LINK
‘Ik ben in 2019 afgestudeerd als maatschappelijk werker (MWD) aan de Hogeschool Utrecht. Vanaf toen was ik officieel een professional, maar dankzij mijn ervaringsdeskundigheid als jonge mantelzorger thuis, was ik al jaren als vrijwillig professional verbonden aan het sociaal werk. Na mijn hbo-studie ben ik de master Community Development aan de Hogeschool Utrecht gaan volgen. Eén van de opdrachten van deze master is om zelf een community op te zetten. Aangezien ik tijdens mijn studie MWD graag meer begrip en ruimte had willen krijgen van medestudenten en docenten om mijn studie te combineren met de zorgtaken thuis, besloot ik te gaan onderzoeken hoe ik andere studenten in deze situatie kan ondersteunen. Ik bouwde vervolgens aan een supportgroep voor studenten met zorgtaken en breng deze studenten zo bij elkaar. In deze supportgroep kunnen studenten die mantelzorgen van zich af praten en onderling ervaringen uitwisselen. Ondanks de positieve reacties, blijkt het moeilijk om de studenten die het betreft te bereiken en ze (blijvend) aan de supportgroep te verbinden. Ik buig me nu over de vraag hoe ik deze supportgroep duurzaam kan verbinden aan de Hogeschool Utrecht.
DOCUMENT
De set vragenlijsten is zorgvuldig samengesteld en getest. Deze vragenlijsten zijn een hulpmiddel om: 1. De mate van belasting van de mantelzorger in beeld te brengen 2. De ervaren kwaliteit van leven in beeld te brengen 3. De ervaren mate van sociale steun in beeld te brengen Door deze lijsten ontstaat een beeld van de situatie en worden behoeften zichtbaar en bespreekbaar. Eén van de doelen van deze set van vragenlijsten is dus om zicht te krijgen op de ondersteuningsbehoefte van mantelzorgers. Met de lijsten kan ook dreigende overbelasting gesignaleerd worden. . Deze overbelasting kan ook ontstaan doordat anderen in het netwerk afhaken gezien de complexiteit van de problematiek. Als de lijsten zowel aan het begin van een begeleidingstraject afgenomen worden als in de loop of aan het einde van het traject kunnen veranderingen zichtbaar gemaakt worden.. Op deze wijze kan onderzocht worden of de ondersteuning van NAH consulenten of andere hulpverleners een positief effect heeft gehad
DOCUMENT
Dit artikel beschrijft de resultaten van een handelingsonderzoek naar de manier waarop professionals netwerksteun en netwerkgesprekken voor mantelzorgers kunnen ondersteunen. Het onderzoek is samen met professionals uitgevoerd in achterstandswijken in Rotterdam. Het doel was om enerzijds inzicht te krijgen in de steun die netwerkgesprekken kunnen bieden aan mantelzorgers en anderzijdsom zicht te krijgen op professionaliteitsvragen die aan een dergelijke aanpak verbonden zijn. Een antwoord op de vraag welke steun netwerkgesprekken kunnen bieden is gelaagd, door de meervoudigheid van mantelzorgsituaties. Een procesbeschrijving, zoals in de organisatietheorie wordt gebruikt, past daarom beter dan een traditionele methodiekbeschrijving. De rol van de professional – die meer verbinder wordt dan individueel hulpverlener – vraagt om discussie in het sociale domein.
DOCUMENT
Respijtzorg is het overnemen van de gebruikelijke zorg, in veel gevallen de zorg die naaste familieleden dagelijks geven (Scherpenzeel, 2013). Respijtzorg kan voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken, of is noodzakelijk als er al sprake is van overbelasting (De Klerk e.a., 2015). Respijtzorg kan gegeven worden door familie en/of vrienden en vrijwilligers. Maar dikwijls zijn ook professionele vormen van respijtzorg noodzakelijk. Daaronder verstaan we verschillende vormen van dagbesteding, overname van zorg en tijdelijk verblijf die erop gericht zijn de zorg van familie te ontlasten, dan wel aan te vullen. Denk aan NAH hotels, ontmoetingshuizen, gespecialiseerde dagbesteding of vakantievoorzieningen. In deze Wmowijzer gaan we in op dagbesteding en tijdelijk verblijf voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en dementie als belangrijke vormen van respijtzorg
DOCUMENT
ACHTERGROND: Familieleden die mantelzorg verlenen aan patiënten met een ernstige psychische aandoening ervaren emotionele belasting en rapporteren een hogere incidentie van psychische klachten vergeleken met de algemene populatie. Zij geven aan dat ze onvoldoende zijn voorbereid op het verlenen van de noodzakelijke praktische en emotionele steun aan deze patiënten. Om in deze behoeften te voorzien is de MAT-training opgezet, een trainingsprogramma interactievaardigheden voor mantelzorgers. Dit onderzoek hanteert een pre-posttestopzet. Op basis hiervan werd het effect van de training op het gevoel van competentie (eigen-effectiviteit) van de mantelzorgers onderzocht en de mate van belasting die zij ervoeren. METHODEN: Aan de training namen 100 personen deel die mantelzorg verleenden aan een familielid. Zij werden geworven binnen drie instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. De mate van belasting werd vastgesteld met behulp van de Involvement Evaluation Questionnaire, een vragenlijst die de betrokkenheid meet. De mate van eigen-effectiviteit werd gemeten met behulp van de Self-Efficacy Questionnaire. Aan de hand van de variantieanalyse met herhaalde metingen (RM-ANOVA) werd onderzocht of trainingsdeelname iets veranderde aan de mate waarin deze mantelzorgers belasting en eigen-effectiviteit ervoeren. Aan de hand van de Pearson-correlatie werd gekeken naar het verband tussen eigen-effectiviteit en belasting. RESULTATEN: Uit de resultaten blijkt dat na de training de mate van eigen-effectiviteit na verloop van tijd significant toenam (p<0,001) en dat de mate van belasting significant afnam (p<0,001). Tegen de verwachting in bleek er echter geen verband te bestaan tussen een toename in de mate van eigen-effectiviteit en een afname in de mate van belasting. De mantelzorgers hadden veel waardering voor de training. CONCLUSIE: Familieleden die mantelzorg verlenen aan patiënten met een ernstige psychische aandoening ervoeren een groter gevoel van competentie en een significante afname van de mate van belasting na het volgen van het trainingsprogramma. De training werd erg gewaardeerd en bleek te voorzien in de behoefte van mantelzorgers aan de vereiste vaardigheden in complexe mantelzorgsituaties. Dit artikel is een vertaling van ‘Evaluation of an interaction-skills training for reducing the burden of family caregivers of patients with severe mental illness: a pre-posttest design’, van Yasmin Gharavi et al., BMC Psychiatry 2018;18:84.
DOCUMENT
Dit boek richt zich op de vraag welke perspectieven mantelzorgers hebben op de zorg die zij verlenen en op de relaties die zij onderhouden met zorgvragers en beroepskrachten. Om een antwoord te geven op deze vraag is literatuurstudie verricht en zijn diepte-interviews gehouden met mantelzorgers. Uit dit onderzoek blijkt dat mantelzorg betekenis geeft aan de relatie met de zorgvrager. Die relatie lijkt te gaan over loyaliteit, wederkerigheid en over geven en ontvangen in een familie. Opvallend is het spanningsveld bij de mantelzorgers. Aan de ene kant hebben mantelzorgers een grote bereidheid om mantelzorg te bieden vanuit loyaliteit met de zorgvrager. Aan de andere kant willen mantelzorgers invulling geven aan hun leven buiten die zorg. Het onderzoek geeft tevens handvatten aan beroepskrachten om relationeel en vraaggericht te werken met als vertrekpunt de ervaringen van de betrokkenen in de zorgsituatie. In dit boek zijn mantelzorgers zelf aan het woord. Zij vertellen over hoe zij zorg verlenen, wat voor hen voornaam is en waar zij mooie en moeilijke momenten ervaren.
DOCUMENT