This is a manual on ‘Selecting, Training and Supporting Supervisors’. This manual provides points of reference for making a considered choice in the selection, training and support of supervisors in organisations for children’s services. We know that the quality of the care provided is directly related to the outcomes for clients. And we know that learning from each other helps to improve this quality. A competent supervisor is essential in this.
Description of a new hand/palm-held computerized 3D force measuring system. The system is built for interface (direct) measurement of 3D manual contact force with real-time data presentation. Static calibration was performed of the 3D force sensor with variable preloads to study their effect as well of the prototype system adapted for clinical manual examination and treatment. The new system enables, for the first time, recording and presenting of 3D manual contact forces at the patient-practitioner interface. 3D direct manual contact force measures have the potential to give a more complete and differentiated characterization of patient and practitioner forces than 1D forces. Clinical validity of the prototype system will have to be investigated, and for studying specific clinical manual handling techniques, obvious limitations require further development.
This is the ‘Developing a reflection tool’ manual. The manual provides points of reference for the development of a reflection tool for interventions and more general approaches in children’s services. A team can use the fmanual to get to work itself on creating a tool to give each other feedback on the quality of the implementation of the intervention or approach. This is important, as we know that the quality of the care provided is directly related to the outcomes for clients and that learning from one another contributes to that quality.
This project addresses the critical issue of staff shortages and training inefficiencies in the hospitality industry, particularly focusing on the hotel sector. It connects with the urgent need for innovative, and effective training solutions to equip (inexperienced) staff with hospitality skills, thereby improving service quality and sustainable career prospects in the hotel industry. The project develops and tests immersive technologies (augmented and virtual reality, AR/VR) tailored to meet specific training needs of hotels. Traditional training methods such as personal trainings, seminars, and written manuals are proving inadequate in terms of learning effectiveness and job readiness, leading to high working pressure and poor staff well-being. This project aims to break this cycle by co-creating immersive training methods that promise to be more engaging and effective. Hotelschool The Hague has initiated steps in this direction by exploring AR and VR technologies for hotel staff training. This project builds on these efforts, aiming to develop accessible, immersive training tools specifically designed for the hotel sector. Specifically, this project aims to explore the effectiveness of these immersive trainings, an aspect largely overlooked in the rapid development of immersive technology solutions. The central research question is: How do immersive AR and VR training methods impact job readiness and learning effectiveness in the hotel sector? The one-year KIEM project period involves co-creating, implementing, and evaluating immersive training in collaboration with Hotelschool The Hague and Hyatt Andaz Amsterdam Prinsengracht Hotel in real-life settings. The partnership with Warp Industries, a leader in immersive technology, is crucial for the project’s success. Our findings will be co-created and multiplied through relevant sector associations such as House of Hospitality. This project aligns with the MV’s Impact Level 1: Transitions by promoting innovative training strategies that can lead to a fundamental shift in the hospitality industry, thereby enhancing social earning capacities.
In line with the ‘Natuur- en milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030 (NMBP)’ the consortium intends with this research proposal to contribute to a prosperous society with a resilient population and healthy natural environment. The Caribbean Netherlands are dealing with a situation where imported vegetables and fruits are mostly imported and hardly affordable. This leads to consuming unhealthy food and high obesities rates as a consequence. A lack of good agricultural practices with regard to water-smart and nature inclusive agriculture, as well as limited coping capacities to deal with hazards and climate change, results in very limited local production and interest. Initiatives that focused only on agrotechnological solutions for food resilient futures turned out to be ineffective due to a lack of local ownership, which jeopardizes sustainability. Moreover, the ‘green’ and ‘blue’ domains are not seen as attractive career perspectives among youth, hampering a bright future for those domains. The aim of this research is to contribute to water-smart and nature inclusive food resilience embedded in a local participatory perspective in the Caribbean Netherlands. To address the above challenges, a living lab approach is adopted, where youth will be trained as (co)-facilitators (WP1) who will contribute to a participatory envisioning process and an articulation of food resilient futures (WP2). Finally, based on the envisioning process local stakeholders will select and implement experiments for food resilient futures followed by dissemination of results among key stakeholders as well as children and youth at the BES islands (WP3). This project strategy will lead to a network of a living lab where professionals and youth work together on food resilient futures. Training manuals and the results of experiments with regard to water and food system alternatives will be used actively to encourage youth to be involved in sustainable agriculture and consumption.
Het project IDO-laad onderzocht samen met de vier grote steden, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, de Metropoolregio Amsterdam Elektrisch, laadpaalexploitanten, energieleveranciers en netbeheerders het laadgedrag van elektrisch rijders. Zowel op onderwijs als onderzoek en de beroepspraktijk zouden we de invloed van de onderzoeksresultaten willen vergroten. Om de volgende redenen willen we middels dit Top-up project aandacht besteden aan de verdere doorwerking van de resultaten van het IDO-laad project: Onderwijs – ontwikkeling onderwijsproducten: Binnen het project hebben tientallen studenten meegewerkt aan het onderzoek, heeft het data-gedreven karakter van het project het opzetten van de minor Big Data versneld en hebben studenten binnen deze minor aan cases gewerkt. Daarmee is de kwaliteit van data-science bij de HvA substantieel toegenomen en zijn studenten, onderzoekers, en docenten nu beter uitgerust om data te analyseren. Er liggen echter op basis van de opgedane ervaring en resultaten van dit onderzoeksproject mogelijkheden voor het ontwikkelen van gerichte onderwijsproducten die in het curriculum van de faculteit Techniek een vaste plek kunnen krijgen. Onderwijsproducten in de vorm van casuïstiek voor studenten op het gebied van sustainable energy systems en laadinfrastructuur, maar ook breder toepasbare en scrambled datasets voor bijvoorbeeld energiemodellering. Daarnaast kan de opgedane specifieke kennis over het gebruik van laadinfrastructuur toegankelijk en bruikbaar worden gemaakt voor onderwijs in de vorm van presentaties of instructie-manuals voor studenten die met dit onderwerp aan de slag gaan. Binnen IDO-laad is het team hier onvoldoende aan toe gekomen. Onderzoek en Beroepspraktijk – openbare data: De data van publieke laad-transacties is uniek, niet alleen in Nederland maar ook internationaal. Maandelijks komen er meerdere verzoeken van externe partijen bij de HvA of de G4/MRA gemeenten binnen. Zowel onderzoeksinstellingen als consultants, maar ook professionals uit de beroepspraktijk van laadinfrastructuur willen inzicht in laadgedrag . Op basis van de laaddata wil men bijvoorbeeld toekomstscenario’s doorrekenen (zoals het effect op het elektriciteitsnet) of heeft men behoefte aan specifieke kentallen van een bepaald gebied of regio. Nog steeds is het zo dat veel externe onderzoekers, consultants en wetenschappers aannames over laadgedrag gebruiken in hun modellen. Aannames die niet zelden een beperkt beeld van de werkelijkheid geven. Binnen IDO-laad is samen met de G4 en MRA-E de website evdata.nl ontwikkeld. Hier zijn op geaggregeerd niveau per stad kentallen m.b.t. laadgedrag te vinden. Op basis van verzoeken van externe partijen zouden we graag samen met de G4/MRA-E een aantal nieuwe rapporten voor evdata.nl willen ontwikkelen. Daarnaast is er behoefte aan via evdata.nl downloadbare pdf’s. Deze uitbreiding van mogelijkheden voor evdata.nl biedt de gemeenten de kans om hun data veilig te delen met een groot publiek en voor beleidsevaluaties op nationaal niveau beschikbaar te maken. Voor de HvA is het verder uitbreiden van de website met nieuwe kentallen en publicaties een kans om onderzoekers en mensen uit de beroepspraktijk te ondersteunen met meer gedegen resultaten over de impact van elektrisch rijden.