The goal of this cross-sectional study was to further explore the relationships between motor competence, physical activity, perceived motor competence, physical fitness and weight status in different age categories of Dutch primary school children. Participants were 2068 children aged 4 to 13 years old, divided over 9 age groups. During physical education classes, they completed the 4-Skills Test, a physical activity questionnaire, versions of the Self-Perception Profile for Children, Eurofit test and anthropometry measurements. Results show that all five factors included in the analyses are related to each other and that a tipping point exists at which relations emerge or strengthen. Physical fitness is related to both motor competence and physical activity and these relationships strengthen with age. A relationship between body mass index and the other four factors emerges in middle childhood. Interestingly, at a young age, motor competence and perceived motor competence are weakly related, but neither one of these have a relation with physical activity. In middle childhood, both motor competence and perceived motor competence are related to physical activity. Our findings show that children in late childhood who have higher perceived motor competence are also more physically active, have higher physical fitness, higher motor competence and lower body mass index. Our results indicate that targeting motor competence at a young age might be a feasible way to ensure continued participation in physical activities throughout childhood and adolescence.
MULTIFILE
Movement is an essential part of our lives. Throughout our lifetime, we acquire many different motor skills that are necessary to take care of ourselves (e.g., eating, dressing), to work (e.g., typing, using tools, care for others) and to pursue our hobbies (e.g., running, dancing, painting). However, as a consequence of aging, trauma or chronic disease, motor skills may deteriorate or become “lost”. Learning, relearning, and improving motor skills may then be essential to maintain or regain independence. There are many different ways in which the process of learning a motor skill can be shaped in practice. The conceptual basis for this thesis was the broad distinction between implicit and explicit forms of motor learning. Physiotherapists and occupational therapists are specialized to provide therapy that is tailored to facilitate the process of motor learning of patients with a wide range of pathologies. In addition to motor impairments, patients suffering from neurological disorders often also experience problems with cognition and communication. These problems may hinder the process of learning at a didactic level, and make motor learning especially challenging for those with neurological disorders. This thesis focused on the theory and application of motor learning during rehabilitation of patients with neurological disorders. The overall aim of this thesis was to provide therapists in neurological rehabilitation with knowledge and tools to support the justified and tailored use of motor learning in daily clinical practice. The thesis is divided into two parts. The aim of the first part (Chapters 2‐5) was to develop a theoretical basis to apply motor learning in clinical practice, using the implicit‐explicit distinction as a conceptual basis. Results of this first part were used to develop a framework for the application of motor learning within neurological rehabilitation (Chapter 6). Afterwards, in the second part, strategies identified in first part were tested for feasibility and potential effects in people with stroke (Chapters 7 and 8). Chapters 5-8 are non-final versions of an article published in final form in: Chapter 5: Kleynen M, Moser A, Haarsma FA, Beurskens AJ, Braun SM. Physiotherapists use a great variety of motor learning options in neurological rehabilitation, from which they choose through an iterative process: a retrospective think-aloud study. Disabil Rehabil. 2017 Aug;39(17):1729-1737. doi: 10.1080/09638288.2016.1207111. Chapter 6: Kleynen M, Beurskens A, Olijve H, Kamphuis J, Braun S. Application of motor learning in neurorehabilitation: a framework for health-care professionals. Physiother Theory Pract. 2018 Jun 19:1-20. doi: 10.1080/09593985.2018.1483987 Chapter 7: Kleynen M, Wilson MR, Jie LJ, te Lintel Hekkert F, Goodwin VA, Braun SM. Exploring the utility of analogies in motor learning after stroke: a feasibility study. Int J Rehabil Res. 2014 Sep;37(3):277-80. doi: 10.1097/MRR.0000000000000058. Chapter 8: Kleynen M, Jie LJ, Theunissen K, Rasquin SM, Masters RS, Meijer K, Beurskens AJ, Braun SM. The immediate influence of implicit motor learning strategies on spatiotemporal gait parameters in stroke patients: a randomized within-subjects design. Clin Rehabil. 2019 Apr;33(4):619-630. doi: 10.1177/0269215518816359.
AANLEIDING In het RAAK-MKB project ‘Gelijkspanning breng(t) je verder’ heeft De Haagse Hogeschool, specifiek de opleiding Elektrotechniek, ervaren dat de opkomst van het onderwerp ‘Gelijkspanning’ (ook wel DC) in het beroepenveld sterk samenhangt met ontwikkelingen in het vakgebied van ‘Vermogenselektronica’ of ‘Power Eletronics’. Het beroepenveld vraagt steeds vaker om steeds meer kennis op dit vakgebied, in het kader van bijvoorbeeld de energietransitie, Smart Grids, Internet-of-Things etc. Om deze kennis op een goed gestructureerde wijze over te dragen aan studenten, moeten er een aantal belemmeringen worden weggewerkt. Een van deze belemmeringen is de beperkte beschikbaarheid van kennis; het vakgebied is relatief nieuw en nog sterk in ontwikkeling. Binnen De Haagse Hogeschool is door de opleiding Elektrotechniek (met kennis van de nog weg te werken belemmeringen) de bewuste keuze gemaakt om zich binnen Nederland te willen profileren met het onderwerp ‘Gelijkspanning’. Vanuit het eerdere RAAK-MKB project ‘Gelijkspanning breng(t) je verder’ werden hiertoe een eerste vak en practicum ontwikkeld: Vermogenselektronica 1. Hierin worden beginselen van DC-DC omvormers behandeld. DC-DC omvormers zorgen voor het transformeren van DC-spanningen, om energie bij hoge spanningen en dus lage verliezen te kunnen transporteren. Vanaf het huidige collegejaar (2015-2016) is ook een tweede vak op dit gebied toegevoegd aan het curriculum: Vermogenselektronica 2: hierin worden DC-AC omvormers op hoofdlijnen behandeld. Deze omvormers zorgen ervoor dat veel gebruikte types motoren aangedreven kunnen worden met gelijkspanning. Deze hoofdlijnen staan in de ogen van het beroepenveld nog (te) ver af van toepassingen waarmee zij werken. Daarbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld elektrische mobiliteit (specifieke types motoren), verlichting (DC-DC), distributietechnieken (DC-DC op hogere vermogens) of slimme netten (integratie van energietechniek, communicatietechnologie en regeltechniek / embedded systems). DOELSTELLING Het doel van het project is het opstellen van een implementatiewijze ter verdere invulling van de onderwerpen ‘Gelijkspanning’ en ‘Vermogenselektronica’ in het curriculum van de opleiding Elektrotechniek voor de teamleider van Elektrotechniek van De Haagse Hogeschool om de gewenste profilering te kunnen realiseren. ACTIVITEITEN Vanuit de curriculum commissie van de opleiding Elektrotechniek wordt opdracht gegeven aan een apart team om het implementatievoorstel voor te bereiden. Hierin werken twee docent/onderzoekers samen met de teamleider en enkele extern specialisten. In vijf opeenvolgende stappen wordt op een top-down manier gewerkt aan 1. Formuleren competenties voor DC 2. Hoofdstromen curriculum inrichten 3. Uitwerken vakinhoudelijke gebieden Elektrotechniek (‘leeg vel papier’) 4. Koppelen opzet aan bezetting en kennis in het team en bij partners 5. Voorbereiden besluitvorming RESULTAAT Op deze wijze wordt een heldere visie ontwikkeld op het benodigde onderwijs om het onderwerp gelijkspanning gestructureerd aan te kunnen bieden. Daarbij gaat het om vakinhoudelijke kennis in vakken, met bijbehorende practica en projecten. Om deze kennis goed aan te bieden wordt nadrukkelijk ook de samenwerking met andere kennisinstellingen (zoals Zuyd Hogeschool en de TU-Delft) gezocht.
Onderzoekende vaardigheden (OZV) van mbo-studenten in gezondheidszorg- opleidingen zijn essentieel voor het omgaan met problemen, veranderingen en innovaties in het (toekomstige) beroep. Maar hoe kunnen we hun OZV precies opvatten?Doel Met dit PhD-onderzoek willen we: OZV van mbo-studenten conceptualiseren vanuit de onderzoeksliteratuur en de beroepspraktijk. Interventies (het denken en doen) van mbo-school- en praktijkopleiders beschrijven als zij tijdens interacties met studenten OZV van studenten willen bevorderen. Resultaten Verwachte resultaten: Wetenschappelijk: vier artikelen, presentaties op conferenties en een proefschrift Praktijkgericht: publicaties, workshops en presentaties voor betrokkenen uit het mbo Gerealiseerde resultaten: Onderzoeksplan ‘Understanding vocational healthcare students’ skills of research and inquiry‘ Posterpresentatie ‘Understanding vocational healthcare students’ skills of research and inquiry’ tijdens Onderwijs Research Dagen (online) in Utrecht, juli 2021 Round Table presentatie ‘Understanding vocational healthcare students’ skills of research and inquiry’ tijdens EAPRIL (European Association for Practitioner Research on Improving Learning) Conference (online), november 2021 Looptijd 15 november 2021 - 14 november 2026 Aanpak We beginnen met een scoping review naar OZV, gevolgd door een interviewstudie onder mbo-professionals en -opleiders. Met een multiple case study en een vignette studie brengen we interventies van mbo-opleiders om OZV bij studenten te stimuleren in beeld. De promovenda is Erica Wijnands-Pot (mboRijnland). De promotor vanuit de OU is prof. dr. Elly de Bruijn (ook lector Beroepsonderwijs), en de co-promotor vanuit het lectoraat Beroepsonderwijs is dr. Annoesjka Boersma. Cofinanciering Erica heeft voor haar onderzoeksvoorstel de NWO Promotiebeurs voor leraren ontvangen.