Drie jaar lang hebben leerlingen van twee basisscholen achtereenvolgens verhalen verteld, verzonnen en geschreven. Elk jaar stonden andere thema’s en verhaalelementen centraal. Na afloop van een thema werden de verhalen van tien leerlingen verzameld en geanalyseerd. Eén van die tien leerlingen is Selena, een leerling van een grote school uit Zwolle met veel allochtone kinderen; Selena is zelf zo’n allochtone leerling met Turkse ouders. Aan de hand van haar vijf verhalen worden haar narratieve en talige ontwikkeling geschetst.
DOCUMENT
Reflectie op de vraag hoe professioneel, of methodisch het handelen in de praktijk van professionele begeleiding in feite is. In dit artikel verkennen we drie voorbeelden uit onze begeleidingspraktijk waarin we ons verbazen over de wending die het gesprek krijgt, of kan krijgen. We onderzoeken daarbij zowel het methodische als het magische. Ook al is het niet goed (be) grijpbaar wat een begeleider daarin doet, we doen toch een poging om te expliciteren wat er gebeurt. En wel hoe we als begeleider ervaren, dat in de begeleiding inderdaad iets magisch lijkt te gebeuren.
DOCUMENT
Het project ‘Bijzondere Begeleiding’ speelde zich af van begin 2017 tot medio 2018 in de gemeente Wijk bij Duurstede. Onderdeel van dit project was de pilot VAK werk(t). Doel van deze pilot was om lokaal een gezamenlijke integrale werkwijze te ontwikkelen voor de dienstverlening aan inwoners met een gespecialiseerde begeleidingsbehoefte en daarmee o.a. ook de indicatiestelling te vereenvoudigen en de administratieve belasting te verminderen en beter gebruik te kunnen maken van het lokale netwerk.
DOCUMENT
Medewerkers van de Buurtteamorganisatie Sociaal (BTO) in Utrecht beschikken over de professionele ruimte om zelf de keus te maken hoe ze een hulpvraag oppakken. Het maken van deze afweging behoort tot het vakmanschap van de sociaal professional. Het was leidinggevenden opgevallen dat het aantal casussen met langdurige begeleiding toenam in de caseload van de buurtteams. Ruim drie jaar na de start van de buurtteams steeg het percentage langdurige begeleiding tot boven de 35%. Het gaat hier om inwoners die langer dan één jaar door een medewerker worden begeleid. Dat is op zichzelf geen probleem; het buurtteam doet wat nodig is. Maar hoe bepaal je nu met elkaar welke begeleiding passend is qua duur en vorm? Een gemeenschappelijk afwegingskader kan medewerkers helpen bij een meer eenduidige inschatting van de hulpvraag, alsmede bij de afronding van de casus. Daarnaast is er bij BTO behoefte om gericht te kunnen leren van casuïstiekbespreking, zodat het professionele vakmanschap wordt aangescherpt en dit ook bijdraagt aan het gezamenlijke afwegingskader.
DOCUMENT
Kwantitatieve gegevens domineren sinds jaar en dag verantwoordings- en evaluatieprocessen en –systemen bij overheden en maatschappelijke organisaties, terwijl veel bestuurders, professionals en burgers beseffen dat dit maar een deel van de werkelijkheid vangt. Ze willen dat buurten veerkrachtig zijn, burgers in staat zijn zoveel als mogelijk de eigen regie te hebben, de verleende zorg en de toeleiding naar arbeid goed zijn, dat mensen ‘tot hun recht kunnen komen’. Maar hoe krijg je nu ‘goed zicht’ op die werkelijkheid, en op de impact die beleid en uitvoering daar hebben. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen stellen zich in toenemende mate deze vragen, mede onder invloed van de transformaties in het sociaal domein.
DOCUMENT
In response to a rapidly changing, increasingly insecure and complex labor market, career counselors and researchers are developing methods that can meet the needs of individuals who would navigate this new terrain. In the last two or three decades, narrative career counseling practices (Cochran, 1997; McMahon & Watson, 2012; Reid & West, 2011; Savickas, 2012) have been developed to promote career adaptability (Savickas, 2011) and career resilience (Lyons, Schweitzer & Ng, 2015). Narrative counseling (i.e. career construction) is founded on the idea that in order to survive and thrive on the labor market of the 21st century, individuals must reflexively construct their identities in a process of meaning making, where identity is co-constructed in the form of a narrative: a story about who one is that provides both meaning and direction (Wijers & Meijers, 1996). LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/reinekke-lengelle-phd-767a4322/
MULTIFILE
Writing expressive dialogues can be used to assist individuals in developing their career identities – that is: stories that are needed to help people position themselves in relation to the current labour market. Writing expressive dialogues entails having written conversations with various parts of us – much like a playwright does with his characters – and making developmental gains in the process. In Dialogical Self Theory (DST) terms, it means talking to and with various I-positions on the page, perhaps forming coalitions, discovering counter positions, and innovating and integrating the self (Hermans & Hermans-Konopka, 2010, p. 228-234). And as the playwright Miller suggests in the above quote, the creation of identity is an interactive process between self and others. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/reinekke-lengelle-phd-767a4322/
DOCUMENT
Het onderzoek is in mei 2005 van start gegaan met ongeveer dertig studenten. Ze hebben verschillende facetten, die met het begrip Pedagogische Sensitiviteit te maken hebben, in kaart gebracht. Het is de uitdaging om dit moeilijk te vangen begrip toch uit te lichten en daarmee een taal te ontwikkelen om met elkaar uit te wisselen. Onder andere door middel van mind mapping en verzamelen van materiaal, dat volgens de studenten met Pedagogische Sensitiviteit te maken heeft, is de groep tot een eerste begripsbepaling gekomen. Pedagogische Sensitiviteit wordt omschreven als: ongrijpbaar, relationeel, waardegeladen en persoonsgebonden. Ontvankelijkheid, gestemdheid en gerichtheid worden eveneens aan het begrip gekoppeld. Na de eerste verkennende fase is de groep opgesplitst in drie kleinere onderzoeksgroepen. Twee van deze groepen blijven zich richten op het verschijnsel Pedagogische Sensitiviteit in zijn totaal in relatie tot de te hanteren onderzoeksmethodologie. De ene groep werkt vooral met verhalen (narratieve analyse) en de tweede groep werkt meer beeldend en hanteert onder andere een visueel-antropologische analysemethode. De derde groep onderzoekt de betekenis van aanraken vanuit een fenomenologisch perspectief.
DOCUMENT
Beroepsbrieven is een vorm van narratief onderzoek: een methode waarin een vorm van geschreven of gesproken verhaal centraal staat (e.g., Clandinin et al., 2007; McEwan & Kegan, 1995). Met brieven boren onderzoekers de kwetsbaarheid en eigenheid aan van leraren. Creativiteit en expressie gaan hand in hand en de narratieve methode leent zich voor het ‘ontdekken’ van emoties van leraren (Cuéllar & Oxford, 2018). Beroepsbrieven is een product van de Expeditie Lerarenagenda. De Expeditie zet zeven bouwstenen in, in een onderzoek naar toekomstig leraarschap en adaptief vermogen. Elke bouwsteen kijkt op een eigen manier naar het vraagstuk. Met de bouwsteen Creative Commons onderzoekt het Expeditieteam met creatieve werkvormen toekomstig leraarschap en adaptief vermogen. Welke intuïties (bege)leiden leraren, wat voelen ze voor en bij bepaalde ontwikkelingen en hoe verhoudt hun persoonlijke zelf zich tot hun professionele zelf? De onderzoeksvragen waarop de bouwsteen zich met name richt zijn: (1) Hoe ziet adaptief vermogen eruit? (2) Wat zijn percepties van, en ervaringen met, adaptief vermogen? In 2021 heeft de bouwsteen de vorm gekregen van een brievenproject: Beroepsbrieven.
DOCUMENT
Het welbevinden van de Nederlandse jeugd staat onder druk. Jeugdprofessionals die dagelijks werken aan vorming, begeleiding, preventie en behandeling van jonge mensen, zien zich daarin geconfronteerd met de nodige uitdagingen. Aangezien kennis en protocollen ontoereikend zijn in het komen tot adequaat handelen, is het van belang te exploreren wat ‘praktische wijsheid’ van individuele professionals hierin kan betekenen. Data uit acht open interviews, met inzet van de rich pictures methode, zijn geanalyseerd om te onderzoeken wat praktische wijsheid in het jeugddomein behelst. Dit toonde aan dat professionals komen tot het juiste handelen in knellende situaties door het eigen morele kompas als belangrijke richting gever te gebruiken. Het handelingsrepertoire is rijk en loopt uiteen van het volgen van intuïtie en wendbaarheid tot het gebruikmaken van kennis en zelfkennis. Het is van belang dat organisaties ruimte maken voor wat professionals al doen hieromtrent, maar ook dat (gezamenlijke) reflectie wordt gefaciliteerd. Elementen uit onze onderzoeksmethode lijken hierbij behulpzaam te kunnen zijn.
DOCUMENT