Laaggeletterdheid is een probleem in de gezondheidszorg, bijvoorbeeld bij medicijngebruik. Voor een grote groep mensen is het lastig om zich staande te houden in de huidige gezondheidszorg; deze patiënten hebben moeite met het begrijpen van informatie over hun ziekte, met het vinden van hun weg in de zorg, met het begrijpen van de voorlichting die hun zorgverlener geeft en met zelfmanagement van chronische aandoeningen.
Het aanleren en verbeteren van bewegingen is essentieel voor mensen in de revalidatie. Mensen met een verworven neurologische aandoening (bijvoorbeeld volwassenen na een beroerte), moeten bewegingen vaak opnieuw leren en verbeteren om weer zelfstandig te kunnen functioneren. Dit motorisch leren is een complex en multifactorieel proces. Zorgprofessionals zoals fysio- en ergotherapeuten willen graag een meer inzicht hebben in deze complexiteit zodat zij interventies (nog) meer op maat kunnen aanbieden. Dit maatwerk is nodig voor het duurzaam aanleren en verbeteren van bewegingen. Op het moment is onvoldoende duidelijk welke factoren (mogelijk) van invloed zijn. Docenten, studenten en praktijkbegeleiders (zoals Paramedisch Centrum Zuid) van de zorgopleidingen van Zuyd Hogeschool hebben samen met onderzoekers sterk behoefte aan een beter en vollediger overzicht van deze potentieel beïnvloedende factoren, dat zij in dit project samen met experts vanuit verschillende onderzoekdisciplines (Radboud Universiteit, VU Amsterdam, Universiteit Hasselt, Brunel University) willen ontwikkelen. Doelstelling van dit project is een inventarisatie van factoren die het leren van bewegingen bij mensen na beroerte in de praktijk kunnen beïnvloeden. Hiervoor zal een expertpanel een overzicht van factoren samenstellen op basis van theorie en onderzoeksresultaten. Vervolgens worden de geïdentificeerde factoren door zorgprofessionals (binnen het Kennisnetwerk CVA Nederland) beoordeeld op herkenbaarheid (praktische relevantie) en haalbaarheid (praktisch meetbaar) voor de dagelijkse praktijk. Het resultaat van dit project is een overzicht van factoren die (in theorie en praktijk) het aanleren en verbeteren van bewegingen na een beroerte kunnen beïnvloeden. Deze inventarisatie is een eerste stap om de haalbaarheid van een dynamisch model voor motorisch leren na een beroerte voor de praktijk te verkennen. Zowel zorgprofessionals als ook de betrokkenen kennisinstellingen zullen dan ook belangrijke gebruikers van het resultaat zijn.
Als gevolg van de voortschrijdende extramuralisering worden burgers die een CVA (beroerte) hebben doorgemaakt, steeds eerder uit het ziekenhuis ontslagen en vindt revalidatie al in een vroegtijdige fase na het CVA in de eigen leefomgeving plaats. Verpleegkundigen en paramedici in de eerste lijn zien zich daardoor geconfronteerd met CVA-zorg van toenemende complexiteit, die tevens afstemming vraagt op de eigen leefomgeving en behoeften van deze patiënten. De eerstelijns infrastructuur voor interprofessionele samenwerking is echter beperkt, mede als gevolg van onvoldoende logistieke mogelijkheden voor frequent interdisciplinair overleg. Niettemin is samenwerking en communicatie door de betrokken zorgprofessionals een belangrijke randvoorwaarde voor het bieden van persoonsgerichte thuisrevalidatie ter bevordering van optimaal functionerende CVA-patiënten in hun dagelijkse leven. De inzet van technologie ter ondersteuning van eerstelijns samenwerking kan daaraan bijdragen. Een eerder uitgevoerd project in opdracht van de Topsector LSH, waarin de behoeften en wensen ten aanzien van mogelijkheden voor technologische ondersteuning van interdisciplinaire samenwerking zijn verkend, heeft een conceptontwerp van een digitaal CVA-portaal opgeleverd. Dit ontwerp voorziet professionals die betrokken zijn bij een CVA-patiënt van de mogelijkheid om relevante informatie te delen door inzage in geselecteerde delen van elkaars Elektronische Patiënten Dossiers (EPD’s). Omdat de patiënten als de eigenaar van het portaal en van hun eigen thuisrevalidatie worden gezien, is de toegankelijkheid van het CVA-portaal voor patiënten en hun naasten essentieel. Het doel van dit project is de doorontwikkeling van een conceptontwerp van een digitaal CVA-portaal in co-creatie met eindgebruikers op basis van inclusief actie-onderzoek en de evaluatie van de werkzaamheid en de toegankelijkheid voor zorgaanbieders èn zorgvragers. Wensen en behoeften van CVA-patiënten uit verschillende sociaaleconomische lagen en van verpleegkundigen en paramedici vormen de basis voor de totstandkoming van een CVA-portaal dat een efficiënt en effectief interprofessioneel revalidatieproces voor individuele patiënten en hun naasten ondersteunt en ook als zodanig ervaren wordt door patiënten.
Cliënten met een CVA (cerebrovascular accident of beroerte) hebben verschillende voorkeuren m.b.t. de training van arm-hand vaardigheden (AHV). Adelante heeft de laatste jaren effectieve behandelconcepten voor deze training ontwikkeld die op de laatste inzichten omtrent neurorevalidatie en motorisch leren zijn gebaseerd. Door de korte revalidatieduur blijft de training vaak beperkt tot een gering aantal AHV, wat tot een suboptimale uitkomst leidt. Ergo- en fysiotherapeuten van Adelante willen cliënten vaker, intensiever en in meer realistische omgevingen laten trainen. Belangrijk is dat cliënten veilig zelfstandig kunnen oefenen en van feedback voorzien worden en dat de inhoud van de training t.o.v. huidige programma’s verrijkt wordt. Een nieuw revalidatieprotocol voor immersive Virtual Reality (VR)-ondersteunde AHV training zou hiervoor een oplossingsrichting kunnen zijn, maar er bestaan nog geen commercieel verkrijgbare producten die aan de eisen van professionals en cliënten voldoen. De ergo- en fysiotherapeuten verwachten dat de toepassing van VR binnen een AHV training efficiënter is, tot snellere en betere resultaten (o.a. door betere generaliseerbaarheid/ een betere transfer), en tot lagere behandelkosten leidt. De toevoeging van immersieve virtuele omgevingen die zo (gepersonaliseerd) aanpasbaar zijn dat de cliënt zoveel mogelijk en zelfstandig in de eigen leefomgeving kan oefenen en feedback krijgt, is innovatief voor de revalidatie. Om deze innovatie te kunnen realiseren, wordt in het beoogde project de volgende onderzoeksvraag beantwoord: “Hoe dient een immersieve VR-applicatie vormgegeven te worden om revalidanten met een CVA zo optimaal mogelijk te ondersteunen bij het trainen van AHV?” Het uitgangspunt hierbij is Design Thinking. In vijf fases (Empathising, Defining, Ideating, Prototyping en Testing, met diverse iteraties) worden in co-creatie met alle stakeholders immersieve virtuele omgevingen en geschikte hardware/ interfaces voor toepassing in AHV training ontwikkeld en inzicht verkregen in de meerwaarde, hanteerbaarheid en implementatie van VR bij revalidanten met problemen op het gebied van AHV als gevolg van een CVA.