Maatschappelijke vraagstukken worden steeds nijpender. Van dementie tot klimaatverandering en corona; we hebben er als mensen, burgers, bewoners en stadsgebruikers – al dan niet door eigen ervaring – een gevoel bij. Het echt begrijpen en aanpakken van deze vraagstukken is echter lastig, want er is niet één eigenaar. Alles hangt samen, is verweven en ook nog eens veranderlijk. Overzicht krijgen en samen beslissingen nemen over noodzakelijke stappen blijkt lastig. Complexe vraagstukken raken zo verweesd. Design en meer specifiek co-design – creatief samenwerken met anderen – wordt steeds meer gezien als mogelijke aanpak voor dit soort vraagstukken en samenwerkingen omdat het kan omgaan met complexiteit en met onzekerheid, optimistisch is en onderzoekend van aard. Met een co-designaanpak kunnen we een gedeeld verlangen vinden en daarmee komen we in verbinding met elkaar. Door vervolgens samen te zoeken naar mechanismen die tot de gewenste waarden kunnen leiden, krijgen we inzichten hoe een problematische situatie te kantelen. Dat stelt ons in staat om alternatieve toekomsten te verbeelden. Die helpen ons op weg naar een betere, groenere en socialere wereld en maatschappelijke verandering.
DOCUMENT
Hoe werk je creatief aan systeemverandering in samenwerking? En hoe kun je de kennis die daarbij ontstaat delen, verdiepen en opschalen? In dit boek presenteren ontwerpers en creatieve bureaus uit het Expertisenetwerk Systemisch Co-design (ESC) hun kennisproducten: kaartensets, spellen en prototypes die zijn ontstaan in het aangaan van maatschappelijke vraagstukken in de praktijk. Dit boek is het resultaat van de ESCall, een oproep aan de creatieve partners van ESC om te reflecteren op een bestaand kennisproduct uit hun praktijk dat expliciteren waard is. De publicatie is rijk aan praktijkverhalen, methodes en reflecties. Elk hoofdstuk biedt een inkijk in hoe creatieve professionals zich verhouden tot onderwerpen die in samenwerkingen rond maatschappelijke vraagstukken spelen zoals rechtvaardigheid, polarisatie, of wederkerigheid. Dit boek het eerste deel in een drieluik over de aanpak van Systemisch Co-Design, waarin achtereenvolgens de praktijk, onderzoek en het onderwijs centraal staan.
DOCUMENT
Binnen het SIA-RAAK onderzoeksproject 'Touchpoints: persuasief ontwerpen voor duurzaam en gezond gedrag' werkten de lectoraten Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein (PubLab) en Codesign (Hogeschool Utrecht; FNT) twee jaar lang samen met bureaus uit de creatieve industrie, kennisinstellingen en gedragswetenschappers. Het eindresultaat bestaat uit een praktisch toepasbare toolbox die de creatieve industrie ondersteunt bij ontwerpen voor duurzaam en gezond gedrag, gebaseerd op een breed scala aan theoriën uit de sociale wetenschappen. Deze publicatie is een weergave van de highlights van het project en de resultaten daarvan in onderzoek, praktijk en wetenschap.
DOCUMENT
Onderwijsinnovaties leiden vaak niet tot de beoogde resultaten. Stagnatie in onderwijsinnovaties is een belangrijke oorzaak voor het uitblijven van resultaten. De stagnatie is het gevolg van twee kernproblemen in onderwijsinnovatie: (1) een lineaire basisredenering die geen recht doet aan het moeilijk te voorspellen verloop van onderwijsinnovatie en (2) de innovatie gaat voorbij aan het inhoudelijke debat met docenten, waardoor docenten niet geneigd zijn het nieuwe gedrag te implementeren. In het promotie-onderzoek van Remco Coppoolse wordt de lineaire basisredenering ingewisseld voor het dynamisch multi-actor perspectief. Dit nieuwe perspectief vraagt om ander gedrag van de leider van onderwijsinnovatie, de innovatiemanager. Doel van deze studie is om werkregels te ontwerpen die een innovatiemanager kan inzetten om continuïteit in onderwijsinnovatie te realiseren, vanuit het dynamisch multi-actor perspectief. In een ontwerpgericht onderzoek is met drie verschillende onderzoeksmethoden een set van 18 werkregels ontwikkeld voor innovatiemanagers. De werkregels zijn geprojecteerd op een spiraalvormig ordeningskader, waarmee een oriëntatiebasis is ontstaan voor innovatiemanagers, een bron waaruit zij kunnen putten bij het begrijpen en beïnvloeden van onderwijsinnovatie. De oriëntatiebasis omvat vier rondes die de overdracht van ontwikkelenergie tussen actorengroepen representeren in verschillende fases van de onderwijsinnovatie. Vrijkomen van ontwikkelenergie houdt de onderwijsinnovatie gaande, uitblijven leidt tot stagnatie. Eerste proeven in de praktijk laat zien dat inzet van de oriëntatiebasis door innovatiemanagers bijdraagt aan de continuïteit van onderwijsinnovatie.
DOCUMENT
Als ontwerpers hun vermogen voor inclusief ontwerpen versterken, leveren zij met hun producten en diensten een belangrijke bijdrage aan een inclusieve samenleving. Zij moeten dan wel een keuze kunnen maken uit beschikbare principes, richtlijnen en tools voor hun specifieke ontwerpdoelen, doelgroepen en contexten en deze in de praktijk toepassen. Het project Active Inclusive Design beoogt, middels praktijkgericht actieonderzoek, onderzoek, onderwijs en praktijk van inclusief ontwerpen samen te brengen in een leergemeenschap. Dit artikel beschrijft de verschillende fasen van de vorming van deze leergemeenschap en de lessen die we daaruit getrokken hebben. Tot dusver blijkt het een krachtig middel te zijn om kennis uit de wetenschap en praktijkervaringen samen te brengen, zodat kennis beter landt in de praktijk.
LINK
Het onderwijs innoveert voortdurend. Traditioneel vinden innovaties plaats via projecten met een lineair proces en voorspelbaar verloop. De huidige onderwijsvernieuwingen volgen een grilliger pad in een sneller veranderende omgeving. Dit dynamisch innoveren vraagt om een andere opstelling, zowel van de hogeschool zelf als van veranderaars of innovatoren. Welk veranderrepertoire hebben veranderaars om effectief te zijn in onderwijsinnovaties? In opdracht van Zestor heeft het lectoraat Normatieve Professionalisering van Hogeschool Utrecht in samenwerking met betrokkenen uit het Kennisplatform Onderwijsinnovatie Hogescholen hier onderzoek naar gedaan.
DOCUMENT
Kun je toevallige voorbijgangers prikkelen om met elkaar over publieke vraagstukken te spreken - vraagstukken die het belang van het individu of de eigen groep overstijgen? Uit onderzoek blijkt dat hoe meer burgers betrokken zijn bij de vraagstukken die ons allemaal aangaan, hoe veerkrachtiger een samenleving is. Het is echter nog niet zo eenvoudig om hier ruimte voor te maken. Henriëtta Joosten en Flip Krabbendam vragen zich af het idee van ‘triangulation’ kan helpen. De opdracht werd ondersteund door het platform Connected Learning van De Haagse Hogeschool en uitgevoerd door zes studenten van de Faculteit IT&Design.
MULTIFILE
Citizen participation is booming, especially the number of urban bottom-up initiatives where information and communication technologies (ICT) are deployed is increasing rapidly. This growth is good news for society as recent historical research shows that the more citizens actively and persistently interfere with public issues, the more likely a society will be resilient. And yet, at the same time, a growing number of scholars argue that due to the unprecedented impact of ICT, the public sphere is at stake. How to understand both trends? How do the anti-‘public sphere’ developments relate to the growing number of citizens’ initiatives using ICT? And if these citizen initiatives can indeed be understood as manifestations of public spheres, how can ICT foster or hinder the development of these public spheres? These questions will be explored by analyzing a Dutch citizen initiative called ‘Buuv’ (an online ‘market’ place for and by local residents) from a ‘public sphere’ perspective. The author will turn to The human condition (1958) of Hannah Arendt in order to elaborate a ‘public sphere’ perspective. An Arendtian perspective (as any perspective) highlights, however, some aspects and underexposes other aspects. Furthermore, chances are that Arendt’s thoughts are somewhat outdated, in the sense that we now live in a world where the online and the offline life intertwine — an experience that is referred to with the term ‘onlife’. Bearing these remarks in mind, the author will elaborate on the value of Arendt’s ideas to 1) the endeavor of understanding current trends in society—more urban bottom-up initiatives and anti-‘public sphere’ developments due to the broad uptake of ICT—and 2) the endeavor of revitalizing the public sphere in an onlife world. IEEE copyright
MULTIFILE
Dit onderzoeksrapport beschrijft de resultaten van een compact, reflectief onderzoek naar de academische werkplaatsen beroepsonderwijs van het lectoraat Beroepsonderwijs, Kenniscentrum Leren en Innoveren (Hogeschool Utrecht).
DOCUMENT
Design en onderzoek zijn twee kennisgebieden die elk hun eigen tradities, methoden, standaarden en praktijken hebben. Deze twee werelden lijken behoorlijk gescheiden, waarbij onderzoekers onderzoeken wat er is en ontwerpers visualiseren wat er zou kunnen zijn. Dit boek slaat een brug tussen beide werelden door te laten zien hoe design en onderzoek geïntegreerd kunnen worden om een nieuw kennisveld te ontwikkelen. Dit boek bevat 22 inspirerende beschouwingen die laten zien hoe de unieke kwaliteiten van onderzoek (gericht op het bestuderen van het heden) en ontwerp (gericht op het ontwikkelen van de toekomst) gecombineerd kunnen worden. Dit boek laat zien dat de transdisciplinaire aanpak toepasbaar is in een veelheid van sectoren, variërend van gezondheidszorg, stedelijke planning, circulaire economie en de voedingsindustrie. Het boek bestaat uit vijf delen en biedt een scala aan illustratieve voorbeelden, ervaringen, methoden en interpretaties. Samen vormen ze het kenmerk van een mozaïek, waarbij elk stukje een deel van het complete plaatje bijdraagt en alle stukjes samen een veelzijdig perspectief bieden op wat toegepast ontwerponderzoek is, hoe het wordt geïmplementeerd en wat de lezer ervan kan verwachten.
DOCUMENT