This chapter investigates the deeply mediatized experience of place and space within the lived practice of events by studying two annual Dutch cultural events as cases: Oerol Festival (2017) and 3FM Serious Request (2017). Drawing on substantial datasets containing online and offline participant observations, both short in situ interviews and longer in-depth interviews with a total of 248 interviewees and large datasets from Twitter and Instagram, this chapter demonstrates that media concurrently de-spatialize, in the sense that they diminish spatial borders and overcome distance, and affirm embodied experiences of being-in-place. I argue that it is liveness - the potential connection, through media, to events that matter to us as they unfold - that creates the closeness between the near and the far elements within the “eventsphere” and binds it all together into one event-space.
MULTIFILE
The present social and environmental challenges, the impact of climate change andthe pandemic, revealed the urgency and the opportunity to rethink urban designthrough its renewed spaces and temporalities. The pandemic offered a ‘natural exper-iment’ to explore and develop new perspectives, making public spaces more resilient.Contributing towards a rethink of these spaces, the present paper explores adaptivearchitecture with responsive technologies and their capability of shaping public spacesto constitute a conversation piece with the surrounding environment. This approachcombines and reflects different disciplinary fields: architecture, civic interaction and ur-ban design. The exploration works around a speculative design case – produced aspart of broader research at the Amsterdam University of Applied Science in collabora-tion with the Master in Digital Design.
Over the past decade, journalists have created in-depth interactive narratives to provide an alternative to the relentless 24-hour news cycle. Combining different media forms, such as text, audio, video, and data visualisation with the interactive possibilities of digital media, these narratives involve users in the narrative in new ways. In journalism studies, the convergence of different media forms in this manner has gained significant attention. However, interactivity as part of this form has been left underappreciated. In this study, we scrutinise how navigational structure, expressed as navigational cues, shapes user agency in their individual explorations of the narrative. By approaching interactive narratives as story spaces with unique interactive architectures, in this article, we reconstruct the architecture of five Dutch interactive narratives using the walkthrough method. We find that the extensiveness of the interactive architectures can be described on a continuum between closed and open navigational structures that predetermine and thus shape users’ trajectories in diverse ways.
Hoe kan de verblijfskwaliteit en veiligheidsperceptie van de publieke ruimte versterkt worden door de toepassing van “interactieve objecten”? (objecten die met beeld, licht, geluid en sensoren real time reageren op de gebruikers en de ruimte daarop afstemmen). De ontwikkeling van deze zogenaamde responsieve ruimte staat nog in de kinderschoenen maar is beloftevol vanwege de meerwaarde voor de leefbaarheid en het onderscheidend vermogen van de plek en de bedrijven. In Co-ReUs worden drie verschillende mkb groepen samengebracht: stedenbouwbureaus, creatieve conceptontwikkelaars en lokale ondernemers. We gebruiken de ArenA-Boulevard als proeftuin: een als ongezellig ervaren ruimte (lage verblijfskwaliteit en slechte veiligheidsperceptie). De mkb-ers lossen hiermee hun eigen praktijkproblemen op: Stedenbouwbureaus houden zich bezig met het ontwerp van de publieke ruimte. Zij merken dat hun instrumentarium (herontwerp, herbestrating etc.) te kapitaalintensief en te weinig flexibel is om de verblijfskwaliteit en veiligheidsperceptie op dit soort plekken op te lossen. De bureaus hebben behoefte aan een lichter, gerichter en responsiever instrumentarium. Ze hebben echter beperkte (technologische) kennis hoe interactieve objecten precies een bijdrage kunnen leveren. Creatieve conceptontwikkelaars hebben een ander probleem: zij hebben wél de beschikking over interactieve objecten (geluid, beeld, licht, sensoren) maar die zijn vooral kunstzinnig en evenementiëel. De objecten zijn stuk voor stuk niet ontwikkeld vanuit een stedenbouwkundige opgave waardoor ze hiervoor geen panklare oplossing vormen. Lokale mkb-ers hebben ook een probleem: zij weten niet goed hoe zij op een gecoördineerde manier invloed kunnen uitoefenen op de activering van de publieke ruimte. Project Co-ReUs: 1) analyseert hoe de ruimte wordt gebruikt (nulmeting en Programma van Eisen voor de inzet van interactieve objecten; 2) ontwikkelt ruimtelijk-interactieve interventies in co-creatie met de drie mkb groepen. 3) deze worden op het plein geplaatst en nametingen brengen de effecten in beeld. Het resultaat is een actiegerichte Handleiding met Roadmap voor de ontwikkeling van responsieve publieke ruimtes.
Fashion has become inextricably linked with digital culture. Digital media have opened up new spaces of fashion consumption that are unprecedented in their levels of ubiquity, immersion, fluidity, and interactivity. The virtual realm continuously needs us to design and communicate our identity online. Unfortunately, the current landscape of digitised fashion practices seems to lack the type of self-governing attitude and urgency that is needed to move beyond commercially mandated platforms and systems that effectively diminish our digital agency. As transformative power seems to be the promise of the virtual, there is an inherent need to critically assess how digital representation of fashion manifests online, especially when these representations become key mediators within our collective and individual public construction of self. A number of collectives and practitioners that actively shape a counter movement, organized bottom up rather than through capital, are questioning this interdependence, applying inverted thinking and experimenting with alternative modes of engagement. Starting from the research question ‘How can critical fashion practitioners introduce and amplify digital agency within fashion’s virtual landscape through new strategies of aesthetic engagement?’, this project investigates the implications of fashion’s increasing shift towards the virtual realm and the ramifications created for digital agency. It centers on how identity is understood in the digital era, whether subjects have full agency while expected to construct multiple selves, and how online environments that enact as playgrounds for our identities might attribute to a distorted sense of self. By using the field of critical fashion as its site, and the rapidly expanding frontier of digital counter practices as a lens, the aim of this project is to contribute to larger changes within an increasingly global and digital society, such as new modes of consumerism, capital and cultural value.
Textiel (kleding en huishoudtextiel) is na voedsel, huisvesting en transport wereldwijd de sector met grootste milieu-impact. Op wereldschaal heeft de hele wereldwijde kledingindustrie meer dan 79 miljard m3 water verbruikt (2015) en 1715 miljoen ton CO2eq-emissies en meer dan 92 miljoen ton afval gegenereerd (2017). Naar schatting kopen Europeanen meer dan 26 kg textiel per persoon per jaar en wordt er zo’n 11 kg per persoon weggegooid. Hergebruik van textiel levert enorme CO2eq, water, energie en andere besparingen op. In het kader van Europa Circulair en de Greendeal, heeft de Europese Commissie heeft in maart 2022 mededeling gedaan over een Circulaire textiel strategie waar in 2030 alle textielproducten herbruikbaar moeten zijn en voor een groot deel van hergebruikte vezels zijn gemaakt. Het project DreamWeaveFactory heeft tot doel circulaire textiel voor huishoud, interieur en technische toepassingen te ontwerpen en op industriële pilotschaal te produceren met mechanisch gerecyclede vezels en op basis van circulaire en duurzame-design principes hiervoor nieuwe business modellen te ontwikkelen. Het DreamWeaveFactory project past daarvoor circulair geïnspireerde design-principes, zoals CIRCO, toe voor het ontwerpen van nieuwe circulaire textielproducten. Ontwikkelde Fablabs en Makerspaces bieden designers mogelijkheid deze ontwerpen met gerecyclede garens als prototype te weven, te breien, te tuften en eventueel plantaardig te verven. Een nieuw te realiseren unieke opgeschaalde Makerspace-Max met industriële weef en tuft machines geeft ontwerpers en deelnemende MKB-partners de mogelijkheid de duurzame ontwerpen op grotere schaal en seriematig te produceren. Nieuwe circulaire businessmodellen dragen bij aan het ontstaan van een duurzame textielsector met lage of geen milieu-effecten.