Tijdens een fietsvakantie in het Engelse Cornwall, samen met zijn vrouw Ellen Witteveen, liep Ger Monden uit Amsterdam ruim tien jaar geleden hersenletsel op door een val. Na een half jaar in coma onderging hij intensieve revalidatie. Ellen merkte dat zij vaak onvoldoende bij dat proces werd betrokken. ‘Als mantelzorger ben je veelal geen interessante partner voor de medische wereld. Sommige professionals ervaren je voor mijn gevoel toch meer als concurrent als je een aandeel in de behandeling wilt hebben. Ik ben docent en onderzoeker bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht. We doen onderzoek naar mensen die langdurige zorg nodig hebben.
Deze praktijkaanbeveling is oorspronkelijk vervaardigd in het kader van het "Technologie Centrum voor Verbinden" van het NIL. Titaan is in vergelijking met staal en aluminium een duur metaal. Titaan wordt voornamelijk gebruikt in de procesindustrie (reactorvaten) vanwege zijn zeer goede corrosiewerende eigenschappen. Het materiaal is verder uitstekend geschikt voor medische toepassingen zoals pacemakers en prothesen. De hoge sterkte/gewichtsverhouding van titaanlegeringen maakt dit materiaal interessant voor toepassingen in de ruimtevaart en voor sportartikelen zoals fietsframes en tennisrackets. De toepassing als brilmontuur heeft dit materiaal te danken aan de combinatie van goede corrosiewerende eigenschappen, licht gewicht en hoge sterkte. Door de recentelijke daling van de titaanprijs worden titaanlegeringen ook toepast voor offshore constructies vanwege de combinatie van goede corrosiebestendigheid en hoge sterkte. Een geheel nieuwe toepassing is het gebruik van titaan in de architectuur. De decoratieve matgrijze kleur van het titaanoppervlak maakt dit materiaal interessant voor overkappingen van hallen, stationruimtes e.d.
Die Behandlung von Knieverletzungen ist ein wichtiger Aspekt in der Orthopadie und Sportmedizin. Knieorthesen sind mittierweile eine weit verbreitete Behandlungsmethode in Fallen, bei denen die Funktion bestimmter Bander beeintrachtigt ist. Orthesen werden in einer Vielzahl von Situationen angewandt: Erstens prophylaktisch, um Verletzungen von vornherein zu verhindern; zweitens, um die Notwendigkeit von operativen Eingriffen zu minimieren; drittens als praoperative Unterstutzung; viertens als postoperative MaRnahme. Orthesen zur Kniestabilisierung fur Patienten mit vorderer Kreuzbandinsuffizienz (ACLD) miissen als Crundvoraussetzung die posterior-anteriore Translation der Tibia relativ zum Femur begrenzen und im Falle einer Rekonstruktion des vorderen Kreuzbandes eine Uberbelastung des Implantats vermeiden
Bij mensen met kuitspierzwakte als gevolg van spierziekten worden enkel-voetorthesen (EVOs) voorgeschreven om de loopfunctie te verbeteren. Om een maximaal effect te bereiken, moet de mate van stijfheid van de EVO worden afgestemd op de individuele patiënt. De huidige aanbevelingen van fabrikanten om de individuele EVO-stijfheid te bepalen zijn onvoldoende nauwkeurig. Om de individuele EVO-stijfheid wel nauwkeurig te bepalen, is het noodzakelijk om looptesten uit te voeren met verschillende EVO-stijfheden. Op basis van de uitkomsten van de looptesten en gebruikservaringen kan de optimale stijfheid worden geselecteerd. Deze procedure van individuele stijfheidsoptimalisatie kost echter veel tijd en is belastend voor patiënten. Om de individuele optimale EVO-stijfheid sneller te kunnen bepalen en de belasting voor patiënten te verminderen, heeft Amsterdam UMC met TU Delft en OIM orthopedie de ADJUST-EVO ontwikkeld. De ADJUST-EVO is een testorthese waarvan de stijfheid tijdens het lopen kan worden gevarieerd. Hiermee kan de optimale EVO-stijfheid binnen 30 minuten worden bepaald. Na een succesvolle pilot, is de ADJUST-EVO geïmplementeerd in de 3e-lijnszorg in Amsterdam UMC. Uit een recente knelpuntenanalyse onder revalidatieartsen en orthopedisch technologen bleek dat ook in de 2e-lijnszorg (revalidatie instellingen) en 1e-lijnszorg (orthopedische bedrijven) een sterke behoefte bestaat om de stijfheid van EVOs beter te kunnen bepalen, bijvoorbeeld zoals met de ADJUST-EVO. Echter, implementatie van de ADJUST-EVO wordt in deze settings bemoeilijkt doordat de benodigde technische kennis en dure testapparatuur doorgaans niet voorhanden zijn. Met een community of practice, bestaande uit revalidatieartsen, orthopedisch technologen, technici, onderwijsdeskundigen en patiënten richten we ons in dit project op het doorontwikkelen van de ADJUST-EVO, om individuele stijfheid-optimalisatie van orthesen breed toepasbaar te maken in de beroepspraktijk. In een pilotstudie evalueren we de bruikbaarheid en tevredenheid van de doorontwikkelde ADJUST-EVO onder zorgprofessionals en patiënten.
De Nederlandse gezondheidszorg richt zich steeds meer op waardegedreven zorg. Waardegedreven zorg streeft naar betere zorg voor de patiënt, tegen minder kosten. Een belangrijk aspect van waardegedreven zorg is gepersonaliseerde zorg; een behandeling is voor patiënten het meest waardevol als deze is afgestemd op zijn persoonlijke behoeften, voorkeuren en waarden. Waar het vroeger onmogelijk was kosteneffectieve persoonsgebonden zorg te leveren, wordt dit mede dankzij technologieën als 3D printen steeds haalbaarder. In de regio Twente heeft zich de afgelopen jaren een ecosysteem gevormd op het gebied van medisch 3D printen. Hierin werken onderzoekers van Saxion Hogeschool samen met het Medisch Spectrum Twente (MST), Ziekenhuisgroep Twente (ZGT), het Roessingh, OCON, en verschillende (commerciële) partners. Binnen het ecosysteem wordt 3D printen ingezet voor het maken van o.a. preoperatieve modellen, zaagmallen en eenvoudige medische hulpmiddelen. Een volgende stap op het gebied van medisch 3D printen, die aansluit bij de beweging richting waardegedreven, gepersonaliseerde zorg, is het 3D printen van persoons-gebonden medische hulpmiddelen zoals protheses, ortheses en spalken. Ondanks veelbelovende ontwikkelingen (met o.a. een tracheacanule op maat en een persoonsgebonden pessarium) lukt het de ziekenhuizen echter nog niet om hier op grote schaal verder mee te komen. Er zijn technologische uitdagingen, maar ook vragen over de inrichting van het ontwerpproces en de implementatie van de persoonsgebonden hulpmiddelen in het zorgproces. Dit project gebruikt het bestaande ecosysteem als ‘living lab’ om deze 3 uitdagingen nader te onderzoeken in 4 ontwerpcases. De kennis uit de cases wordt na afloop doorvertaald naar oplossingen voor het hele ecosysteem. Met deze aanpak bouwt het onderzoek voort op bestaande kennis, expertise en faciliteiten en zorgt het voor een doorontwikkeling naar een ecosysteem waarin zorgprofessionals zelfstandig aan de slag kunnen met het 3D printen van persoonsgebonden medische hulpmiddelen.
Van de Nederlanders ervaart 57% voetproblemen die overwegend paramedisch kunnen worden behandeld. Twintig procent hiervan kan geholpen worden met orthesen die de natuurlijke vorm van de voet ondersteunen. Een beperktere groep behoeft complexere orthopedische hulpmiddelen, zoals enkel-voet-orthesen of maatwerkschoenen, die de (abnormale) stand van de voet corrigeren. Ondanks de zorgvuldigheid bij het aanmeten en productie blijkt uit onderzoek dat 20% van de cliënten de hulpmiddelen onvoldoende of niet gebruikt. Cliënten, orthopedische professionals en -bedrijven, verzekeraars en opleiders van orthopedisch professionals vinden deze situatie ongewenst. Ze wensen het hulpmiddelen-gebruik te vergroten door het versterken van het evidence based karakter van hun handelen. Een eerste verkenning door betrokkenen leert dat een retrospectieve-analyse van oorzaken van niet gebruik niet eenvoudig is door het ambachtelijke karakter van het orthopedisch beroep. Zo vormt de orthopedisch technoloog de gewenste stand van de voet bij de gangbare werkwijze met gipsverband, in het gips, met zijn handen, wat hij in zijn hoofd bedenkt. Na droging ligt de correctie vast in het gips. Als gevolg daarvan is de ongecorrigeerde voet, respectievelijk de veranderingen van vorm en stand, niet meer onderscheidbaar waardoor deze informatie niet beschikbaar is voor collegiale consultatie. Daarnaast hebben practici doorgaans een impliciete persoonlijk praktijktheorie ontwikkeld op basis van praktische evidentie. Ze weten wat werkt, maar niet altijd waarom. Dit onderzoek heeft twee doelen. Het eerste doel is het methodisch expliciteren en valideren van de impliciete kennis van practici. Het tweede doel is het vernieuwen van het aanmeetproces door de ontwikkeling van een input-device (de SmartScan) waarmee de handelingen van de hand van de behandelaar gedurende het aanmeetproces digitaal worden vastgelegd. De gipsafdruk van de voet wordt op deze wijze vervangen door digitale representatie van de geometrie van de voet gedurende het aanmeetproces. Hierdoor wordt collegiale consultatie mogelijk en zal het comfort van de patiënt toenemen.