Background: The COVID-19 pandemic taught us how to rethink care delivery. It catalyzed creative solutions to amplify the potential of personnel and facilities. This paper presents and evaluates a promptly introduced triaging solution that evolved into a tool to tackle the ever-growing waiting lists at an academic ophthalmology department, the TeleTriageTeam (TTT). A team of undergraduate optometry students, tutor optometrists, and ophthalmologists collaborate to maintain continuity of eye care. In this ongoing project, we combine innovative interprofessional task allocation, teaching, and remote care delivery. Objective: In this paper, we described a novel approach, the TTT; reported its clinical effectiveness and impact on waiting lists; and discussed its transformation to a sustainable method for delivering remote eye care. Methods: Real-world clinical data of all patients assessed by the TTT between April 16, 2020, and December 31, 2021, are covered in this paper. Business data on waiting lists and patient portal access were collected from the capacity management team and IT department of our hospital. Interim analyses were performed at different time points during the project, and this study presents a synthesis of these analyses. Results: A total of 3658 cases were assessed by the TTT. For approximately half (1789/3658, 48.91%) of the assessed cases, an alternative to a conventional face-to-face consultation was found. The waiting lists that had built up during the first months of the pandemic diminished and have been stable since the end of 2020, even during periods of imposed lockdown restrictions and reduced capacity. Patient portal access decreased with age, and patients who were invited to perform a remote, web-based eye test at home were on average younger than patients who were not invited. Conclusions: Our promptly introduced approach to remotely review cases and prioritize urgency has been successful in maintaining continuity of care and education throughout the pandemic and has evolved into a telemedicine service that is of great interest for future purposes, especially in the routine follow-up of patients with chronic diseases. TTT appears to be a potentially preferred practice in other clinics and medical specialties. The paradox is that judicious clinical decision-making based on remotely collected data is possible, only if we as caregivers are willing to change our routines and cognitions regarding face-to-face care delivery.
LINK
PURPOSE: The objectives of this review are to summarize the current practices and major recent advances in critical care nutrition and metabolism, review common beliefs that have been contradicted by recent trials, highlight key remaining areas of uncertainty, and suggest recommendations for the top 10 studies/trials to be done in the next 10 years.METHODS: Recent literature was reviewed and developments and knowledge gaps were summarized. The panel identified candidate topics for future trials in critical care nutrition and metabolism. Then, members of the panel rated each one of the topics using a grading system (0-4). Potential studies were ranked on the basis of average score.RESULTS: Recent randomized controlled trials (RCTs) have challenged several concepts, including the notion that energy expenditure must be met universally in all critically ill patients during the acute phase of critical illness, the routine monitoring of gastric residual volume, and the value of immune-modulating nutrition. The optimal protein dose combined with standardized active and passive mobilization during the acute phase and post-acute phase of critical illness were the top ranked studies for the next 10 years. Nutritional assessment, nutritional strategies in critically obese patients, and the effects of continuous versus intermittent enteral nutrition were also among the highest-ranking studies.CONCLUSIONS: Priorities for clinical research in the field of nutritional management of critically ill patients were suggested, with the prospect that different nutritional interventions targeted to the appropriate patient population will be examined for their effect on facilitating recovery and improving survival in adequately powered and properly designed studies, probably in conjunction with physical activity.
The present study examined efficacy of traditional Chinese medicine (TCM) treatment in Dutch children with asthma in areas with differing air pollution. The study results indicate that TCM treatment of children living in more polluted urban area is less successful then that of children living in cleaner air area. http://dx.doi.org/10.5402/2012/547534 https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
Organs-on-chips (OoCs) worden steeds belangrijker voor geneesmiddelonderzoek. Het kweken van miniatuurorganen in microfluïdische chips creëert een systeem waarmee geneesmiddelonderzoekers efficiënt geneesmiddelen kunnen testen. OoCs kunnen in de toekomst een belangrijk instrument voor personalized medicine worden: door het kweken van patiëntmateriaal in OoCs kan dan worden bepaald welke interventies voor specifieke patiënten werken en veilig zijn. In de huidige praktijk worden cellulaire veranderingen in OoCs na blootstelling aan een geneesmiddel doorgaans gevolgd met visualisatietechnieken, waarmee alleen effecten van geneesmiddelen kunnen worden waargenomen. Voor bepaling van de voor geneesmiddelonderzoek cruciale parameters absorptie, distributie, metabolisme en excretie (ADME) is het noodzakelijk om de concentraties van geneesmiddelen en hun relevante metabolieten te meten. Het doel van AC/OC is dit mogelijk te maken door het ontwikkelen van analytisch-chemische technieken, gebaseerd op vloeistofchromatografie gekoppeld met massaspectrometrie (LC-MS). Hiermee kunnen ontwikkelaars van OoCs (de eindgebruikers van AC/OC) de voordelen van hun producten voor geneesmiddelonderzoek beter onderbouwen. Dit project bouwt voort op twee KIEM-projecten, waarin enkele veelbelovende analytisch-chemische technieken succesvol zijn verkend. In AC/OC zullen wij: 1. analytisch-chemische methodes ontwikkelen die geschikt zijn om een breed scala aan geneesmiddelen en metabolieten te bepalen in meerdere types OoCs; 2. deze methodes verbeteren, zodat de analyse geautomatiseerd, sneller en gevoeliger wordt; 3. de potentie van deze methodes voor geneesmiddelonderzoek met OoCs demonsteren door ze toe te passen op enkele praktijkvraagstukken. Het OoC-veld ontwikkelt zich razendsnel en Nederland (georganiseerd binnen OoC-consortium hDMT) speelt daarin een belangrijke rol. AC/OC verbindt kennis en expertise op het gebied van analytische chemie, OoCs, celkweek en geneesmiddelonderzoek. Hierdoor kan AC/OC een bijdrage leveren aan sneller en betrouwbaarder geneesmiddelonderzoek. Met de ontwikkeling van een minor ‘OoC-Technology’, waarin we de onderzoeksresultaten vertalen naar onderwijs, spelen we in op de behoefte aan professionals met kennis, ervaring en belangstelling op het gebied van OoCs.
Lab-on-a-chip devices worden in toenemende mate ingezet voor biomedische toepassingen, inclusief sensing en organ-on-chip, en passen naadloos in de wereldwijde inspanningen in de richting van personalized medicine en companion diagnostics. Poly-L-lysine is een natuurlijk polypeptide dat op een eenvoudige manier te ontwikkelen is tot een nanometer-dunne coating voor een breed scala aan materialen. Grote voordelen van PLL zijn: (i) het is een eenvoudig verkrijgbaar biopolymeer, (ii) het kan eenvoudig in water gefunctionaliseerd worden met een breed scala aan functionele groepen die daarmee allerlei eigenschappen kunnen sturen zoals hydrofiliciteit en reactiviteit voor (bio)moleculen, (iii) en het kan eenvoudig vanuit een waterige oplossing geadsorbeerd worden op een grote verscheidenheid aan materiaaloppervlakken, waaronder metalen, glas, oxides en polymeren. Daarmee biedt PLL bij uitstek de mogelijkheid om bij te dragen aan sustainable processen voor het functionaliseren van een breed scala aan devices. In dit project wordt PLL verder ontwikkeld voor toepassing in microfluidische lab-on-a-chip devices, met name om hydrofiele en hydrofobe coatings te maken in deze devices en om pre-gefunctionaliseerde device-onderdelen met elkaar te ‘bonden’. Hiertoe wordt PLL gemodificeerd met de gewenste functionele groepen, wordt hun adsorptie en stabiliteit op COC-oppervlakken bestudeerd, worden de lagen gekarakteriseerd aangaande hun hydrofiliciteit, dikte en samenstelling, en worden de chemical-bonding-eigenschappen bestudeerd. Hiermee wordt een stap gezet richting de ontwikkeling van nieuwe lab-on-a-chip devices met op de gewenste functionaliteit afgestemde oppervlaktechemie.