Het sectoraal adviescollege Hogere Sociale Studies (SAC-HSS) van de Vereniging Hogescholen (VH) heeft in het voorjaar van 2015 een project geïnitieerd met als doel de gemeenschappelijke kennisbasis van de bachelor opleidingen voor het sociaal werk vast te stellen. De kennisbasis zal voor een substantieel deel de inhoud van deze opleidingen gaan bepalen, waarbij opleidingen en studenten ruimte houden voor profilerende invullingen en aanvullingen. Het SAC-HSS beoogt met het project een bijdrage te leveren aan het versterken van de kwaliteit van de opleidingen. Aanleiding voor het project zijn de rapporten ‘Meer van Waarde’ van de Commissie Boutellier en ‘Sociaal werk op solide basis’ van de Gezondheidsraad waarin geconstateerd is dat de kwaliteit van de beroepsuitoefening van sociaal werkers in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning achterblijft bij de verwachtingen. Voor een duurzame kwaliteitsverbetering is een goed functionerend kennissysteem nodig. Kennis afkomstig uit wetenschappelijk onderzoek en uit de beroepspraktijk, van professionals en van ervaringsdeskundige burgers. Kennis die samen met beroepsvaardigheden en houdingen het curriculum van sociaal werk opleidingen uitmaken en studenten helpen zich te ontwikkelen tot start bekwame sociale professionals. Het onderhavige rapport heeft als doel een overzicht te bieden van het wetenschappelijk deel van de kennisbasis.
Logopedisten en klinisch linguïsten onderzoeken de taalontwikkeling van jonge kinderen met een vermoedelijke of al vastgestelde taalontwikkelingsstoornis. Ze onderzoeken ook de taalvaardigheid van personen met afasie. Naast gestandaardiseerde tests worden samples spontane taal geanalyseerd. Hiervoor worden uitingen ontlokt aan de patiënten via vaste protocollen. De sessies worden opgenomen, getranscribeerd en vervolgens grammaticaal geanalyseerd. Bij de grammaticale analyse wordt bepaald welke soorten constructies en fouten voorkomen en in welke mate, en dit wordt vergeleken met een norm. Taal- en spraaktechnologie (TST) kan er in prin-cipe aan bijdragen om het proces van transcriptie en grammaticale analyse efficiënter te maken en mogelijk zelfs om de kwaliteit van de assessments te verhogen. In dit artikel richten we ons op de mogelijkheden van TST voor de analyse van kindertaal.
LINK
Blockchain-technologie maakt het betrouwbaar, juist en veilig gedistribueerd vastleggen van transacties in en tussen organisaties en individuen mogelijk. Daarmee biedt het kansen met een disruptief karakter voor bedrijfsleven, publieke instellingen, de maatschappij en haar burgers. Blockchain-technologie zou bijvoorbeeld kunnen worden toegepast voor een medisch dossier (bijvoorbeeld bij het initiatief voor een persoonlijke gezondheidsomgeving van minister Bruins), waarbij de patiënt de regie heeft over het beheer van zijn of haar, door transacties voortdurend wijzigende, medische gegevens. De onderzoeksagenda van de Dutch Blockchain Coalition, wijst governance aan als één van de drie speerpunten voor toekomstig onderzoek: dat is de interactie en het beslissingsproces, tussen verschillende partijen die een gezamenlijk probleem moeten oplossen. Blockchain governance is echter een te breed concept om in het kader een KIEM onderzoek uitputtend te kunnen behandelen, we volgen daarom de onderzoeksagenda van Beck et al. [2018] over governance voor de blockchain en richten het op een deelaspect, namelijk de organisatie van de besluitvorming in het ecosysteem waarin blockchain-technologie wordt toegepast. Dit onderzoek betreft een eerste verkenning en richt zich op de vraag wat “goede” governance is in een blockchain-omgeving en welke criteria daarbij te hanteren. We onderzoeken verder uit welke elementen governance van blockchaintoepassingen bestaat, en welke elementen in de blockchaintoepassingen zelf kunnen worden opgenomen (de zogenaamde on-chain governance) en welke niet (de zogenaamde off-chain governance). De opgedane kennis willen wij gebruiken om tot een meetinstrument voor het beoordelen van in hoeverre governance van een blockchaintoepassing ‘goed’ is ingericht te komen. De resultaten uit dit onderzoek vormen een springplank naar vervolgonderzoek.
Het Platform Personalised Health (PPH) wil komen tot een gezamenlijke agenda van praktijkgericht onderzoek op het terrein van zowel technologische als organisatorische innovaties als ondersteuning bij gepersonaliseerde zorg. Het concept positieve gezondheid impliceert de noodzaak van gepersonaliseerde zorg, toegesneden op de wensen en behoeften van de individuele patiënt. Zorgtechnologie wordt ingezet als mogelijkheid om deze gepersonaliseerde zorg vorm te geven (zowel in de vorm van big data als een online of blended vorm, afgestemd op de individuele behoeften en omstandigheden. Sociale innovatie, in dit kader op te vatten als bewustwording va nut en noodzaak en het verwerven kennis en competenties bij zorgaanbieders (professionals) ten behoeve van optimaal gepersonaliseerde zorg. De maatschappelijke impact moet inzichtelijk gemaakt worden aan de hand van uitkomstmaten passend bij het concept positieve gezondheid. Afstemming vindt plaats door samenwerking van lectoraten in interactie met relevante stakeholders: bedrijven, zorggebruikers, kennis- en overheidsinstanties