Background/Aims: This study examines the feasibility of a preoperative exercise program to improve the physical fitness of a patient before gastrointestinal surgery. Methods: An outpatient exercise program was developed to increase preoperative aerobic capacity, peripheral muscle endurance and respiratory muscle function in patients with pancreatic, liver, intestinal, gastric or esophageal cancer. During a consult at the outpatient clinic, patients were invited to participate in the exercise program when their surgery was not scheduled within 2 weeks. Results: The 115 participants followed on average 5.7 (3.5) training sessions. Adherence to the exercise program was high: 82% of the planned training sessions were attended, and no adverse events occurred. Mixed model analyses showed a significant increase of maximal inspiratory muscle strength (84.1-104.7 cm H2O; p = 0.00) and inspiratory muscle endurance (35.0-39.5 cm H2O; p = 0.00). No significant changes were found in aerobic capacity and peripheral muscle strength. Conclusion: This exercise program in patients awaiting oncological surgery is feasible in terms of participation and adherence. Inspiratory muscle function improved significantly as a result of inspiratory muscle training. The exercise program however failed to result in improved aerobic capacity and peripheral muscle strength, probably due to the limited number of training sessions as a result of the restricted time interval between screening and surgery.
The aim of this study was to describe patients' experiences of, and preferences for, surgical wound care discharge education and how these experiences predicted their ability to self-manage their surgical wounds. A telephone survey of 270 surgical patients was conducted across two hospitals two weeks after discharge. Patients preferred verbal (n = 255, 94.8%) and written surgical wound education (n = 178, 66.2%) from medical (n = 229, 85.4%) and nursing staff (n = 211, 78.7%) at discharge. The most frequent education content that patients received was information about follow-up appointments (n = 242, 89.6%) and who to contact in the community with wound care concerns (n = 233, 86.6%). Using logistic regression, patients who perceived that they participated in surgical wound care decisions were 6.5 times more likely to state that they were able to manage their wounds at home. Also, patients who agreed that medical and/or nursing staff discussed wound pain management were 3.1 times more likely to report being able to manage their surgical wounds at home. Only 40% (107/270) of patients actively participated in wound-related decision-making during discharge education. These results uncovered patient preferences, which could be used to optimise discharge education practices. Embedding patient participation into clinical workflows may enhance patients' self-management practices once home.
Dit onderzoeksrapport past in een nieuwe ontwikkeling in de gezondheidscommunicatie, waarbij medische wenselijkheden (hier: afvallen) worden verbonden met sociale omstandigheden. Het laatste betekent twee dingen. Ten eerste accepteren we hiermee dat veel mensen zelf niet actief op zoek gaan naar, en vaak ook niet zitten te wachten op, gezondheidsinformatie. De boodschap moet dus in een aantrekkelijke vorm en op een toegankelijke manier naar hen toe gebracht worden, waardoor deze toch (eventueel terloops) wordt meegenomen. Ten tweede accepteren we ook dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt verondersteld, veel mensen niet leren en veranderen door een toename in kennis van het gezondheidskundige probleem en het gewenste gedrag. Een dergelijke leerroute is wel mogelijk, maar het alternatief gaat veeleer uit van de alledaagse praktijk, waarin mensen (soms) proberen gezonder te leven, in een bepaalde sociale omgeving, in relatie met anderen, waarin heel diverse zaken meespelen en motieven voor gezond gedrag botsen met verschillende concurrerende motieven (zoals bijvoorbeeld gemak, gewoonte, en geld). Hoe je in zo'n context dan van a naar b moet, hoe je je leven dan anders moet inrichten, dat is de inzet van die alternatieve leerroute. Een van de meest opvallende varianten van dit nieuwe denken is de Entertainment-Education (E&E) Strategy, waarbij educatieve boodschappen worden verweven met amusement. Dat is in Nederland geprobeerd in de TV-serie 'Voor dik & dun'. Deze serie is volgens de E&E formule ontwikkeld. De vraag was of dit werkt (zowel in de praktijk als met betrekking tot het effect). Om die vraag te beantwoorden hebben we - en dit wordt nog weinig gedaan - een opzet gekozen waarin meerdere perspectieven zijn geïntegreerd: het perspectief van de programmamakers, dat van gezondheidsprofessionals en (uiteraard) dat van de kijkers zelf. Bij de laatsten hebben we zowel een kwalitatieve als kwantitatieve onderzoekslijn gevolgd.