Snel nadat duidelijk werd dat Barack Obama de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen had, hield hij in Chicago zijn overwinningstoespraak. Was dit de historische toespraak waar Amerika op zat te wachten? Hoe goed was de speech eigenlijk? Ik zal hier een korte analyse presenteren van Obama's victory speech om aan te tonen dat deze retorisch goed in elkaar steekt.
DOCUMENT
Tegenwoordig worden veel techbedrijven in Silicon Valley beschuldigd van het creëren van problemen in plaats van ze op te lossen. Er wordt bijv. gerefereerd aan de Russische inmenging in de presidentsverkiezingen in de VS. De macht en invloed van techbedrijven is zeer groot geworden. Amazon bepaalt hoe mensen winkelen, Google hoe ze kennis verwerven, Facebook hoe ze communiceren.
LINK
De rechten van jongeren zijn in het geding bij klimaatverandering. “Mama, ik vind dat de stem van jongeren bij klimaatvraagstukken zwaarder moet tellen dan die van ouderen omdat het gaat om onze toekomst.” Zei me mijn dochter van 20, toen we naar Amsterdam gingen voor de Franse Presidentsverkiezingen. Ze deed een paar jaar geleden als scholier mee aan de klimaatmars in Den Haag. We raakten aan de praat over hoe ingewikkeld het is in een democratie om gedifferentieerde medezeggenschap te definiëren. Na wat denkwerk vond ik dat ze wel een punt had, want inderdaad klimaatverandering heeft voornamelijk impact op de belangen van jongeren. Dus het zijn vooral de rechten van jongeren die in het geding zijn.
MULTIFILE
Kinderen groeien op in een wereld die gekenmerkt wordt door een overvloed aan informatie, vooral afkomstig van sociale media. In december 2016 had meer dan 80% van de kinderen van 11 jaar oud de beschikking over een mobiele telefoon die verbonden is met het internet (Kennisnet 2017, p. 16). Te verwachten is dat die groep anno 2020 alleen maar groter is geworden. YouTube, WhatsApp, Instagram en TikTok zijn immens populair onder jongeren maar niet alle informatie, filmpjes en foto’s die ze daar bekijken zijn betrouwbaar. Het verschijnsel nepnieuws is al enige jaren een actueel onderwerp van discussie, vooral sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 (Gilchrist, 2018). Hoewel er aanwijzingen zijn dat het gevaar op misleiding door nepnieuws (desinformatie) of andere vormen van onbetrouwbare informatie (misinformatie) in Nederland minder groot is dan in andere landen (Lauf, Sierhuis en Weggemans, 2018) heeft de Nederlandse overheid als beleid geformuleerd dat ze wil voorkomen dat de democratie en de rechtsorde in ons land erdoor worden ondermijnd. Het kabinet zet daarbij uitdrukkelijk in op verbetering van het vermogen van de burgers om desinformatie te herkennen (Rijksoverheid.nl, 2019). Dat is begrijpelijk als we weten dat onderzoek van het Rathenau Instituut aangeeft dat de mediawijsheid van verschillende groepen burgers (en ook die van jongeren!) vaak tekortschiet (Van Keulen, Korthagen, Diederen en Van Bohemen, 2018). Onderwijs in het herkennen van nepnieuws is dus relevant, óók in de Nederlandse context. Literatuuronderzoek dat wij eerder uitvoerden (Van Helvoort en Hermans, in voorbereiding) geeft aan dat als je kinderen wilt leren hoe ze betrouwbaar nieuws van nepnieuws kunnen onderscheiden, het een effectieve aanpak is om ze zelf nieuwsberichten te laten maken (zie onder andere National Literacy Trust, 2018). Een voordeel van zo’n activerende werkvorm is dat die leidt tot beter begrip van het verschijnsel ‘nieuws’ maar ook dat er een blijvende interesse voor het onderwerp tot stand kan worden gebracht (Tremio, 2017). Met die kennis in het achterhoofd hebben we studenten van de PABO van De Haagse Hogeschool gevraagd om een reeks van vijf lessen te ontwerpen en uit te voeren, waarin kinderen van de hoogste groepen van een basisschool leren wat nepnieuws is, hoe en waarom het wordt gemaakt en hoe het kan worden herkend. In aanvulling op de lessen maakten de studenten vijf quizzen waarmee aan het einde van iedere les werd getest of kinderen het verschil tussen betrouwbare berichten en nepberichten konden herkennen. De lessen werden gegeven in het Kindcentrum Snijders in Rijswijk, een basisschool waar ieder kind van groep 2 tot en met groep 8 een eigen iPad heeft waarvan de beschikbare apps door de school zelf worden beheerd. De kinderen die in het onderzoek hebben meegedaan waren dus gewend om te werken met digitale media. Gedurende vijf weken hebben de kinderen deelgenomen aan de lessen waarin ze onder andere zelf nepnieuws hebben gecreëerd. Door het onderzoek te beperken tot één groep kinderen van een specifieke basisschool waren de studenten in staat om een op maat gemaakte intensieve lessenreeks te ontwerpen en uit te voeren.
MULTIFILE
In dit artikel wordt besproken welke onderwerpen vaak en regelmatig in het NOS-journaal aan bod komen en of dat ook een evenwichtige spreiding is van onderwerpen over maatschappelijke gebieden. Mijn conclusie is dat dit niet het geval is.
LINK
De conclusie van het onderzoek is dat het zelf creëren van nieuwsitems en het gebruik van de Kahoots effectieve interventies zijn geweest en dat dit de kinderen heeft gestimuleerd om te leren hoe ze nepnieuws van betrouwbaar nieuws kunnen onderscheiden. Een volledig verslag van het onderzoek is te downloaden op de HBO-kennisbank en SURF-sharekit. Daar staan ook bestanden in met Didactische Route-formulieren die de studenten hebben gemaakt om de lessen voor te bereiden, hun Powerpoint-presentaties en documenten met toelichting bij de antwoorden op de Kahoots. CC BY
MULTIFILE
Mensen en conflicten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tijdens conflicten is er vaak sprake van machtsongelijkheid tussen partijen. Deze ongelijkheid in de machtsverhouding tussen partijen is regelmatig onderwerp van gesprek tussen mediators. Dit vormde de aanleiding voor een onderzoek naar de machtbalans in arbeidsmediations. De ervaringen opgedaan tijdens dit onderzoek nemen we mee in dit artikel en we pogen een antwoord te geven op de vraag ‘Heeft de mediator een rol in het herstellen van het machtsevenwicht tijdens een Mediation waarbij sprake is van machtsongelijkheid tussen partijen?’
DOCUMENT
Deze studie richt zich op bloggen op dagbladsites en de betekenis hiervan voor dagbladen. De centrale vraag van het onderzoek is hoe de praktijk van het bloggen op dagbladsites de journalistiek bij die dagbladen beïnvloedt. Hebben bloggers invloed op journalistieke producties, het werk van journalisten en de nieuwsselectie en -presentatie? Om vast te stellen welke invloed bloggers hebben die actief zijn op dagbladsites, zijn inhoudsanalyses uitgevoerd en vervolgens interviews gehouden met drie soorten bloggers: journalisten, expertbloggers en burgerbloggers bij vier landelijke dagbladen (Volkskrant, Trouw, NRC Handelsblad en De Telegraaf), één gratis dagblad (DAG) en twee regionale dagbladen (TCTubantia en AD/Utrechts Nieuwsblad). Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met redacteuren die verantwoordelijk zijn voor het blog-deel op de website.
DOCUMENT
Steeds meer ouderen lijken te worstelen met de integratie van twee aparte werelden, de echte en de virtuele, want zij zien de voordelen van nieuwe communicatiemiddelen en willen de aansluiting met de moderne wereld niet missen. Hedendaagse jongeren staan anders in het leven: voor hen is er maar één wereld. Technologie is zo vanzelfsprekend dat ze helemaal niet meer zien waar ICT een rol speelt en waar niet. Het is er ‘gewoon’ en als het leuk of nuttig is moet je het gebruiken. Het internet en mobiele apparaten zijn alleen maar hulpmiddelen om je zo goed mogelijk te informeren, om te communiceren, te netwerken en je te vermaken.
DOCUMENT
Dit boek geeft een uitgebreide beschrijving en interpretatie van de kredietcrisis zoals die in het najaar van 2008 plaats vond. De inhoud betreft een zeer ingewikkelde en veelzijdige materie die op een duidelijke wijze is weergegeven, waarbij theorie en de praktijk bij elkaar komen. Het bevat enerzijds veel informatie over de kredietcrisis en anderzijds een veelzijdigheid aan onderwerpen zoals: waarderingsgrondslagen, financieringsstructuren, informatie, marketing (vooral promotie, sponsoring, merkenstrategie), integriteit, moral hazard, wilsgebreken, aansprakelijkheid, politiek, risico's, risicomanagement en beloningsstructuren. Het onderwerp beslaat de basis van onze economie, namelijk het vertrouwen in onze samenleving en daarmee transparantie en integriteit. De veelzijdigheid van het onderwerp, de theoretische onderbouwingen, de vele praktijkcomponenten en de vele relevante afbeeldingen, maken van dit manifest een boek over de economie in praktijk. Doelgroepen voor dit zijn: de gedupeerden, de politici en beslissers in financiële instellingen, studenten en middelbare scholieren en alle overige geïnteresseerden. Om het boek voor een breed publiek toegankelijk te houden, is de materie op een eenvoudige wijze beschreven waarbij gebruik wordt gemaakt van veel afbeeldingen en eenvoudig taalgebruik.
DOCUMENT