Het denken over inclusief onderwijs gaat over de vormgeving van onderwijs op een zodanige manier dat alle leerlingen daarbinnen een plaats kunnen vinden. Voordat die stap echter kan worden genomen, moet er gekeken worden naar welk 'mandaat' leerkrachten daarbij van de samenleving nodig hebben. Dit heeft te maken met de professionaliteitsopvatting van leerkrachetn, iets waar in het Nederlandse onderwijs nog nauwelijks bij wordt stil gestaan. Ein van de kernproblemen die binnen het huidige primair onderwijs moet worden opgelost, voordat kan worden nagedacht over vorm en inhoud van inclusief onderwijs, is daarom het (her)formuleren van de professionaliteitsopvatting van het beroep van leerkracht. Pas als die opnieuw geformuleerd is en breed gedragen wordt is duidelijk welk mandaat leerkrachten van de samenleving vragen. Daarna kunnen leerkrachten zich hernemen en daadwerkelijk richting en invulling aan inclusief onderwijs helpen geven.
DOCUMENT
Dit paper is gepresenteerd op de slotbijeenkomst van het EU-Comenius project 'A School for All', waarvan Fontys OSO voorzitter was, op 19 mei 2006 in Tilburg. Hierin wordt, vanuit het perspectief van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid, een profiel geschetst van de professionaliteitsopvatting (model of professionalism) van de 'inclusieve leerkracht', de leerkracht die voorbereid is op het geven van inclusief onderwijs. Dit gebeurt op basis van analyse van: - sociale, historische en politieke context; - de 'models of teacher professionalism'die op dit moment in de Nederlandse situatie herkenbaar zijn binnen de lerarenopleidingen, de wetgeving en de literatuur. (In het Engels, op te vragen per e-mail)
DOCUMENT
In de afgelopen eeuw ondergingen professionals – ook maatschappelijk werkers – een dramatische rolwisseling, zo beargumenteert Ed de Jonge. Hij vergelijkt deze verschuivingen met de dramadriehoek en de dialectische ontwikkeling en concludeert dat professionals in onze tijd de rol van slachtoffer vervullen.
DOCUMENT
Voor wie is deze handreiking? Met deze handreiking willen we professionals ondersteunen bij het cultuursensitief omgaan met onbegrepen gedrag bij mensen met dementie thuis en hun mantelzorgers. We focussen ons daarbij op mensen met een migratieachtergrond. Wijkverpleegkundigen en casemanagers zorgen steeds vaker voor mensen met dementie met een migratieachtergrond en hun mantelzorgers. Onbegrepen gedrag zoals agressie of apathie komt veel voor bij mensen met dementie. De beroepsgroep weet vaak onvoldoende hoe om te gaan met onbegrepen gedrag bij deze doelgroep. Uit de praktijk blijkt echter dat de handreiking ook aansluit bij een bredere doelgroep. De term ‘cultuursensitief’ verwijst naar een brede sensitiviteit van professionals voor de invloed van cultuur, leefsituatie, (migratie)geschiedenis, minderheidspositie en achterstand op iedere persoon of groep. Deze handreiking is vooral bedoeld voor wijkverpleegkundigen en casemanagers dementie, maar ook andere professionals uit zorg en welzijn kunnen hier hun voordeel mee doen. Hierna gebruiken wij daarom de term ‘professional’.
DOCUMENT
De ambitie van kindcentra is om interdisciplinair samen te werken: onderwijs, kinderopvang en zorg samen. Dat vraagt om nieuwe vaardigheden van pedagogische professionals (leraren, pedagogisch medewerkers en zorgprofessionals). In dit rapport wordt geschetst om welke vaardigheden het gaat, van individuele professionals en van interdisciplinaire teams.
DOCUMENT
Om goede jeugdhulp te kunnen bieden is professionele ruimte essentieel. Dit onderzoek laat zien dat veel professionals in de regio Haaglanden die ruimte vaak niet ervaren. Met name de ruimte om een goede band op te kunnen bouwen met en te doen wat nodig is voor cliënten en de ruimte voor reflectie staan nu volgens professionals onder druk. We zien hierin verschillen tussen professionals van verschillende aanbieders. Terwijl met name werknemers van GI’s onvoldoende ruimte ervaren om te doen wat nodig is voor cliënten en te investeren in hun relatie met cliënten, ervaren werknemers van de gespecialiseerde jeugdhulp te weinig ruimte voor reflectie.
MULTIFILE
Forensisch sociale professionals hebben een cruciale rol in de trajecten van cliënten met verslavingsproblematiek. Veel onderzoek naar de effectiviteit van het forensische werk gaat over methodieken (‘what works’), er is relatief weinig bekend over de persoon van forensisch sociale professional en diens persoonlijke stijl en opvattingen (‘who works’). Wat zijn bijvoorbeeld opvattingen ten aanzien van (de behandelbaarheid van) middelenmisbruik van forensische cliënten en wanneer en hoe grijp je in als een cliënt terugvalt in middelengebruik? Hier is nog nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar verricht. Wel zijn er meerdere onderzoeken uitgevoerd onder (voornamelijk) medische professionals waaruit blijkt dat zij doorgaans vrij negatieve attitudes ten aanzien van (de behandelbaarheid van) verslaafden hebben. Deze attitudes hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van de hulp die deze patiënten krijgen (o.a. minder tijd) en leiden bij hen tot meer onzekerheid en verminderde motivatie voor behandeling. Gedragsdeskundigen en professionals uit de verslavingszorg lijken positiever, hoewel gedegen onderzoek hiernaar beperkt is. Verder is er weinig bekend of er verschillen bestaan in attitudes tussen subgroepen, bijvoorbeeld mannen versus vrouwen, of minder versus meer ervaren professionals. Een relevante vraag is of professionals die specifiek met forensische cliënten met verslavingsproblematiek werken andere attitudes hebben dan professionals die meer in het algemeen met forensische cliënten werken. Ook naar de invloed van eigen middelengebruik of persoonlijke ervaringen met verslaving op attitudes ten aanzien van middelengebruik is weinig wetenschappelijk onderzoek verricht. Tot slot is er voor zover ons bekend geen onderzoek naar de invloed van attitudes op het handelen van professionals en trajecten van forensische cliënten.
MULTIFILE
Is het wenselijk dat professionals die huiselijk geweld of kindermishandeling hebben meegemaakt, hun ervaringen inzetten in het werken met cliënten met vergelijkbare problematiek? Cliënten en (aankomend) professionals in ons onderzoek denken hier positief over. Zij menen dat dit van meerwaarde is voor cliënten, doordat professionals met ervaringen met huiselijk geweld, gemakkelijker een vertrouwensband opbouwen met cliënten, beter aansluiten bij wat cliënten nodig hebben en ook een positief voorbeeld en hoop aan cliënten geven. Voor professionals zelf draagt het bij aan een diepere verwerking en herstel, en geeft het voldoening om de eigen negatieve ervaringen om te zetten in iets positiefs voor een ander. Voor de teams waar deze professionals werken, levert dit eveneens een verrijking op. Wel noemden de geïnterviewden enkele voorwaarden. Zo moet het inzetten van de ervaringskennis in het belang van cliënten zijn: het moet bijdragen aan verwerking en herstel. Hoe dat er dan precies uitziet, bleek lastig te verwoorden. Intuïtie en inschatting van de behoeften van cliënten bleken daarin een grote rol te spelen. Een andere belangrijke voorwaarde was dat professionals hun eigen ervaringen voldoende verwerkt hebben, zodat het risico op valkuilen zoals projectie en vermenging van beleving en emoties tussen cliënten en professionals zo klein mogelijk is. Belangrijk daarbij is dat er visie, draagvlak en kaders zijn binnen de organisaties waar deze professionals werken. Dit helpt een veilig klimaat en ruimte voor reflectie te creëren om ervaringskennis in te zetten.
MULTIFILE