Historici denken traditioneel gezien in woorden. Daarbij zijn teksten als ‘primaire bronnen’ favoriet. Sterker nog, na een onderzoek vinden ze alleen het gene wat geschreven is belangrijk. Deze vorm van representatie (boeken en artikelen) is bij historici het meest geliefd. Zelfs bij presentaties zijn historici geneigd hun werk voor te lezen. Pas de afgelopen 20 jaar nemen historici de film als een representatievorm van de geschiedenis serieus. Toch meer in de vorm van studie en kritiek naar films door anderen gemaakt. Films worden niet vaak gekozen door historici om het verleden weer te geven. Het beeld van de historicus is dat van een schrijver. Hier kunnen we een tweedeling in maken, namelijk de literaire schrijver voor het grote publiek en de historicus met een wetenschappelijke en analytische stijl van schrijven. Staley geeft aan dat deze houding effecten heeft op de wijze waarop wij geschiedenis doorgeven aan onze studenten / leerlingen. Bij het toetsen worden vaak geschreven papers en essays gevraagd, daarnaast worden natuurlijk de tentamens afgenomen. De studenten leren te denken in zinnen, paragrafen en narratieve opstellen. De historici zitten in een tekstuele cultuur en dat in een tijd waarin multimedia zijn hoogtij viert. Staley heeft in het kader van zijn onderzoeken al vele geschiedenisdocenten gesproken. Wat hem opviel was dat een groot aantal docenten hun vraagtekens bij de kwaliteit van de multimediaprojecten plaatsten. In de praktijk betekende dit dat veel docenten multimedia liever achterwege hielden, vanwege de vorm en inhoud die in hun belevingswereld niet aansloot bij de academische cultuur.
DOCUMENT
Dit artikel doet verslag van een onderzoek naar studieprestaties bij het vak geschiedenis als gevolg van het gebruik van een interactief softwareprogramma dat is ontworpen om de leerlingen te laten leren door middel van digitale multimedia. In dit onderzoek wilden Kingsley en Boone meten of het gebruik van deze media de leerprestaties van leerlingen (positief) beïnvloedt
DOCUMENT
In dit artikel worden de uitkomsten van twee experimenten beschreven, waarin in het eerste experiment gekeken werd naar de effecten van verschillende schrijftaken, met en zonder de bestudering van historische bronnen, op het leren van geschiedenis. In een tweede experiment werd onderzocht of het een voordeel was om een tekst te schrijven, als de informatie werd gepresenteerd in de vorm van de te schrijven tekstsoort (verhaal of betoog op basis van argumenten).
DOCUMENT
Lee en Shemilt zetten op een rijtje hoe betekenisvolle vooruitgang in het geven van historische verklaringen eruit kan zien. Daarmee reiken ze criteria aan voor het evalueren van de verklaringen van leerlingen wat betreft de veranderingen en ontwikkelingen in het verleden. Lee en Shemilt (p.46-47) onderscheiden zes niveaus in het geven van verklaringen. Zij suggereren daarmee dus ook dat leerlingen beter kunnen worden in geschiedenis.
DOCUMENT
Om historische concepten effectiever te doceren dan via traditionele leerstofoverdracht mogelijk is, pleiten de auteurs voor het creëren van een krachtige leeromgeving en het aanbieden van een groter, betekenisvoller geheel. Op deze wijze zouden de leerlingen in het voortgezet onderwijs een dieper besef krijgen van historische concepten. Deze opzet is gebaseerd op de leertheorie van Vygotsky die uitgaat van een gezamenlijk, probleemgericht leren waarbij studenten in overleg en debat deelnemen aan het leerproces om samen verder te ontwikkelen
DOCUMENT
Het gebruik van historische begrippen door de geschiedenis (van ideeën) heen kan problemen opleveren als je kijkt naar het begrip zelf. Het begrip verandert met de tijd en is niet meer onderling inwisselbaar met hetzelfde begrip in een andere periode. Maar hoe is dan een geschiedschrijving (van ideeën) mogelijk als de begrippen die gebruikt worden niet hetzelfde zijn? Kuukkanen verdedigt de stelling dat een begrip bestaat uit een onveranderlijke kern en een veranderende, context en tijdsafhankelijke „schil‟. Hierdoor is praten over het veranderen van begrippen „conceptual change‟ mogelijk. Mocht echter de kern van het begrip veranderen dan gaat het niet meer om „change‟ maar om „replacement‟
DOCUMENT