Introduction: Retrospective studies suggest that a rapid initiation of treatment results in a better prognosis for patients in the emergency department. There could be a difference between the actual medication administration time and the documented time in the electronic health record. In this study, the difference between the observed medication administration time and documentation time was investigated. Patient and nurse characteristics were also tested for associations with observed time differences. Methods: In this prospective study, emergency nurses were followed by observers for a total of 3 months. Patient inclusion was divided over 2 time periods. The difference in the observed medication administration time and the corresponding electronic health record documentation time was measured. The association between patient/nurse characteristics and the difference in medication administration and documentation time was tested with a Spearman correlation or biserial correlation test. Results: In 34 observed patients, the median difference in administration and documentation time was 6.0 minutes (interquartile range 2.0-16.0). In 9 (26.5%) patients, the actual time of medication administration differed more than 15 minutes with the electronic health record documentation time. High temperature, lower saturation, oxygen-dependency, and high Modified Early Warning Score were all correlated with an increasing difference between administration and documentation times. Discussion: A difference between administration and documentation times of medication in the emergency department may be common, especially for more acute patients. This could bias, in part, previously reported time-to-treatment measurements from retrospective research designs, which should be kept in mind when outcomes of retrospective time-to-treatment studies are evaluated.
Objectives: to compare changes over time in the in-hospital mortality and the mortality from discharge to 30 days post-discharge for six highly prevalent discharge diagnoses in acutely admitted older patients as well as to assess the effect of separately analysing the in-hospital mortality and the mortality from discharge to 30 days post-discharge.Study design and setting: retrospective analysis of Dutch hospital and mortality data collected between 2000 and 2010.Subjects: the participants included 263,746 people, aged 65 years and above, who were acutely admitted for acute myocardial infarction (AMI), heart failure (HF), stroke, chronic obstructive pulmonary disease, pneumonia or hip fracture.Methods: we compared changes in the in-hospital mortality and mortality from discharge to 30 days post-discharge in the Netherlands using a logistic- and a multinomial regression model.Results: for all six diagnoses, the mortality from admission to 30 days post-discharge declined between 2000 and 2009. The decline ranged from a relative risk ratio (RRR) of 0.41 [95% confidence interval (CI) 0.38–0.45] for AMI to 0.77 [0.73–0.82] for HF. In separate analyses, the in-hospital mortality decreased for all six diagnoses. The mortality from discharge to 30 days post-discharge in 2009 compared to 2000 depended on the diagnosis, and either declined, remained unchanged or increased.Conclusions: the decline in hospital mortality in acutely admitted older patients was largely attributable to the lower in-hospital mortality, while the change in the mortality from discharge to 30 days post-discharge depended on the diagnosis. Separately reporting the two rate estimates might be more informative than providing an overall hospital mortality rate.
Evidence-based insertion and maintenance strategies for neonatal vascular access devices (VAD) exist to reduce the causes of VAD failure and complications in neonates. Peripheral intravenous catheter failure and complications including, infiltration, extravasation, phlebitis, dislodgement with/without removal, and infection are majorly influenced by catheter securement methods.
LINK
Dit programma, gefinancierd door de Europese Commissie, zal een nieuwe strategie voor ontwerp en adoptie van ICT-competenties ontwikkelen en vertalen naar een curriculum voor beroepsonderwijs en -opleidingen in Europa. Doel is om huidige en toekomstige competentietekorten in de Europese softwaresector aan te pakkenDoel De Europese Software Skills Alliantie (gefinancierd door de Europese Commissie) is een samenwerkingsverband met als doel het ontwerpen, implementeren en verspreiden van een nieuwe strategie voor het opstellen en adopteren van ICT-competenties om huidige en toekomstige competentietekorten in de Europese softwaresector aan te pakken. Resultaten Alle partners werken samen om ervoor te zorgen dat de nieuwe Software Skills-strategie voortkomt uit de vraag van het werkveld naar softwarevaardigheden. Hierbij speelt de combinatie van beroepsonderwijs en -opleiding en werkgebaseerde leerinitiatieven een rol om snelle bijscholing en omscholing te implementeren. De nieuwe strategie en onderwijsoplossing houden rechtstreeks verband met erkende Europese instrumenten, en normen die vaardigheden en loopbaanontwikkeling in het algemeen mogelijk maken. Bovendien zullen nieuwe mechanismen hierin worden opgenomen, voor een duurzame implementatie in de verschillende programmalanden. Looptijd 01 december 2020 - 31 december 2024 Meer nieuws Website ESSA softwareskills.eu Aanmelden ESSA nieuwsbrief LinkedIn groep ESSA Needs Analysis Rapport - Europe’s Most Needed Software Roles and Skills Presentatie Key Findings 2021 Needs Analysis Report Artikel: The Software Skills and Professionals You Need in Your Team Artikel: The Top 4 Skills for Software Professionals Artikel: 2021 Retrospective: The Good, the Bad, and the Merry Artikel: NL Case Studie - Digitale certificaten voor de erkenning van niet formele educatie Blog HU lector Pascal Ravesteijn: Towards an European Software Skills Strategy ESSA highlights Launch event ESSA Case Study Booklet - 12 ideas to tackle the shortage of Software Professionals in Europe Wetenschappelijk issue: Bridge the Gap: ICT Competences and Vocational Education and Training ESSA CommunityESSA heeft de ESSA Software Skills-community opgericht om individuen met elkaar te verbinden die ernaar streven te voldoen aan de bijscholings- en bijscholingsbehoeften van de softwaresector in Europa. De community richt zich op de volgende onderwerpen: software, ontwikkeling van software vaardigheden, lesgeven en leren, training, human resources, technologie en carrières. Aanpak Het project bestaat uit zes werkpakketten. Het lectoraat Procesinnovatie & Informatiesystemen is actief betrokken bij alle werkpakketten en co-lead voor werkpakket vier waarin doormiddel van een pilot het ontworpen curriculum wordt getoetst. Hierbij zijn de belangrijkste resultaten van dit werkpakket: modulaire opleidingsprogramma's om de nieuwe curricula voor beroepsonderwijs en -opleidingen te implementeren, die elk bestaan uit een reeks modules die samen de geformuleerde leerdoelen omvatten; proefprogramma's voor beroepsonderwijs en -opleidingen opzetten en uitvoeren voor verschillende doelgroepen in 7 EU-partnerlanden, de doeltreffendheid meten, feedback verzamelen en de opleidingsprogramma's herhalen en verbeteren; werkplek leren opnemen in de nieuwe opleidingsprogramma's met mogelijkheden om kennis toe te passen in praktische situaties die verband houden met elke rol en waar mogelijk transnationale leerervaring opnemen; een Train-the-Trainer-programma ontwikkelen om de bijscholing van docenten te vergemakkelijken waarbij zij de kennis, het vertrouwen en de hulpmiddelen verkrijgen om de training volgens de hoogste kwaliteitsnormen te geven. Relevantie beroepspraktijk ESSA heeft tot doel een innovatief en uitgebreid onderwijscurriculum te ontwikkelen dat is aangepast aan verschillende rol- en functieprofielen en onderliggende competenties, kennis en vaardigheden van de sector. Stap 1: Een analyse van de markt- en bedrijfsbehoeften worden uitgevoerd om een gefundeerde basis te leggen voor de ontwikkeling en implementatie van zowel de Software Skills Strategie als de onderwijsprogramma's. Een belangrijk element hierbij is het werkplek leren (bv. via stage of learning-on-the-job). Stap 2: In een pilot wordt het nieuw ontwikkelde onderwijsmateriaal getest om daarna een vaste plek te krijgen in het curriculum van zowel hoger onderwijsinstellingen als commerciële trainingsbureaus in Europa. Meer weten? www.softwareskills.eu/ DigitalEurope.org ESSA LinkedIn en Twitter