Deze rapportage bevat de evaluatie van het PUEV programma van de provincie Gelderland. Deze evaluatie is tot stand gekomen middels gesprekken met de EV-coördinatoren van de Gelderse milieuregio?s, het EV-projectbureau van de provincie Gelderland en de drie binnen de provincie aanwezige veiligheidsregio?s. De gesprekken zijn gevoerd in november en de-cember 2010 en geven een weerslag van de stand van zaken tot eind 2010. Daarnaast is dossieronderzoek uitgevoerd bij ruimtelijke plannen en milieuvergunningen. Per geformuleerd streefbeeld wordt een stand van zaken gegeven. In februari 2011 is naar aanleiding van de voorlopige resultaten een workshop georganiseerd met ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemende organisaties over vervolgactiviteiten die naar aanleiding van de evaluatie gedaan kunnen worden. Een verslag van deze workshop is onderdeel van deze evaluatie.
Naar een cyberweerbaar Amersfoort. Aanzetten voor gerichte risicocommunicatie ter bevordering van de cyberweerbaarheid op basis van een onderzoek onder het Amersfoortse Burgerpanel. Lectoraat Maatschappelijke Veiligheid, Hogeschool Saxion.
MULTIFILE
Why are risk decisions sometimes rather irrational and biased than rational and effective? Can we educate and train vocational students and professionals in safety and security management to let them make smarter risk decisions? This paper starts with a theoretical and practical analysis. From research literature and theory we develop a two-phase process model of biased risk decision making, focussing on two critical professional competences: risk intelligence and risk skill. Risk intelligence applies to risk analysis on a mainly cognitive level, whereas risk skill covers the application of risk intelligence in the ultimate phase of risk decision making: whether or not a professional risk manager decides to intervene, how and how well. According to both phases of risk analysis and risk decision making the main problems are described and illustrated with examples from safety and security practice. It seems to be all about systematically biased reckoning and reasoning.
Ambtenaren openbare orde en veiligheid spelen een centrale rol in de zorg voor maatschappelijke veiligheid. Hun focus ligt van oudsher op de preventie van slachtofferschap van veelvoorkomende criminaliteit (zoals diefstal, vernielingen en vandalisme) en high impact crime (zoals woninginbraak, overvallen en straatroven) binnen hun verzorgingsgebied. Intussen heeft de digitalisering van de samenleving een ongeëvenaarde gelegenheid voor criminaliteit gecreëerd. De totale maatschappelijke schade van cybercrime werd voor 2018 op 10 miljard euro geschat (1% van BNP). Uit cijfers van het CBS blijkt dat tussen 2012 en 2018 het slachtofferschap van hacken zelfs hoger lag dan dat van fietsendiefstal. Nederlandse gemeenten hebben cybercrime in de afgelopen twee jaar dan ook breed als beleidsprioriteit omarmd. Maar in de vertaling van deze beleidsprioriteit naar concrete acties gaat het mis. Duidelijk is dat de ambtenaren openbare orde en veiligheid een taak voor zichzelf zien in de preventie van cybercrime, maar waar te beginnen? In dit project bundelen professionals uit twaalf gemeenten en vier regionale veiligheidsnetwerken hun slagkracht met onderzoekers van twee hogescholen en het NSCR voor de cyberweerbaarheid van de samenleving. De hoofdvraag van dit project luidt: Met welke interventies kunnen ambtenaren openbare orde en veiligheid de cyberweerbaarheid van burgers en bedrijven binnen hun gemeente vergroten? Middels actieonderzoek werken professionals van gemeenten en regio’s samen met onderzoekers aan het verbeteren van bestaande en het ontwikkelen van nieuwe interventies. Daarbij verscherpen zij hun beeld van de omvang en achtergronden van slachtofferschap van cybercrime. Ook onderzoeken zij achtergronden en verklaringen voor het risicobewustzijn en preventief gedrag onder doelgroepen. Deze inzichten worden in verschillende iteraties aangevuld met effectstudies, om tot een set beproefde interventies te komen waarmee de cyberweerbaarheid van burgers en bedrijven zal toenemen.
• Medische beeldvorming met röntgenstraling is vaak essentieel voor goede diagnostiek. Tegelijkertijd kan de straling nadelige bijwerkingen hebben zoals een verhoogd risico op kanker. Omdat kinderen hiervoor extra gevoelig zijn is er de laatste jaren veel aandacht voor deze risico’s. Het ongeboren kind wordt daarbij meestal buiten beschouwing gelaten. • Er bestaat echter veel ongerustheid onder zwangere vrouwen over de gevolgen voor het ongeboren kind van de radiologische verrichtingen die zij soms moeten ondergaan. • Die ongerustheid wordt aangewakkerd door verschillen in praktijkvoering tussen ziekenhuizen en tussen de Medisch Beeldvormende en Bestralingsdeskundigen (MBB-ers) die de onderzoeken uitvoeren. • Vooronderzoek, uitgevoerd door hogescholen i.s.m. het beroepenveld wijst uit dat MBB-ers over onvoldoende up-to-date kennis beschikken over het onderwerp en dat zij behoefte hebben aan een leidraad die hen ondersteunt bij de uitvoering van het onderzoek en de communicatie met de patiënt. • Om het probleem waarmee de MBB-er kampt op te lossen kiezen wij gezamenlijk voor een vorm van ondersteuning die naadloos aansluit bij de prioriteiten van de zogenaamde Bonn Call for Action, zoals opgesteld door de WHO om medische stralingsbelasting te matigen. • Dit project richt zich dan ook op o de ontwikkeling van een praktische leidraad voor MBB-ers met veel aandacht voor risicocommunicatie en o een e-learning module die voor bij- en nascholing kan worden ingezet. • Door deelname aan het project van alle hogescholen met een opleiding tot MBB-er en de beroepsvereniging van MBB-ers wordt gewaarborgd dat een breed gedragen eindproduct wordt opgeleverd dat landelijk wordt geïmplementeerd. • Door de participatie van de verloskunde-academie worden ook zwangere vrouwen zelf bij het project betrokken en met de ondersteuning van het RIVM wordt op het gebied van risicocommunicatie met zwangeren over straling een belangrijke slag gemaakt. Bij het project is bovendien een sterke adviesraad geformeerd waarin alle belanghebbende beroepsverenigingen zijn vertegenwoordigd.