De constatering dat onderzoek naar de menselijke factor binnen cybercrime en cybersecurity nog in de kinderschoenen staat, terwijl er een grote vraag is naar evidence-based praktisch toepasbare kennis is de reden dat De Haagse Hogeschool (HHs) en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) de handen ineengeslagen hebben voor de totstandkoming van dit lectoraat. Het lectoraat richt zich daarbij op een specifieke doelgroep: het midden- en kleinbedrijf (mkb). Het mbk is de backbone van de Nederlandse economie. Mkb’ers worden echter relatief vaak slachtoffer van cyberaanvallen en hebben niet de capaciteit om zich te weren tegen dergelijke aanvallen. Dit staat in schril contrast met het onderzoek dat wordt uitgevoerd op dit gebied. Onderzoek naar deze doelgroep ontbreekt bij de start van dit lectoraat nagenoeg compleet. Het doel van het lectoraat is om de kennispositie van het mkb op het gebied van cybercrime en cybersecurity te vergroten om zo het slachtofferschap en de impact van cyberaanvallen onder mkb’ers te verlagen. Omdat er nagenoeg geen studies zijn gedaan naar cybersecurity in het mkb zullen eerst basale vragen beantwoord moeten worden. Zo is inzicht nodig in slachtofferschap onder mkb’ers. Hoe vaak komen aanvallen op mkb bedrijven voor? Welke mkb bedrijven worden slachtoffer van cyberaanvallen en zijn er factoren die risicoverhogend of risicoverlagend werken? Wat is de werkwijze van criminelen? En van welke zwakke plekken maken criminelen gebruik om hun aanvallen uit te voeren? Tegelijkertijd moet worden onderzocht hoe mkb’ers zichzelf weerbaarder kunnen maken. Weten mkb’ers welke risico’s ze lopen, hoe ze aanvallen kunnen detecteren en afslaan? Welke factoren beïnvloeden de weerbaarheid? Welke interventiemogelijkheden zijn er om de weerbaarheid te verhogen? De bescherming van het mkb tegen cyberaanvallen ligt echter niet alleen bij het mkb zelf. Ook andere partijen hebben hierbij een rol. Daarom moet onderzocht worden welke rol politie en justitie nog hebben bij de aanpak van cybercrime gericht op het mkb.
DOCUMENT
Digitalisering is van groot belang voor de ruim 13.000 mkb-bedrijven in de metaalindustrie in Nederland om internationaal een sterke concurrentiepositie te behouden. Deze digitalisering brengt ook risico's met zich mee. Uit eerder onderzoek van De Haagse Hogeschool is gebleken dat de metaalbranche zeer kwetsbaar is voor cybercriminaliteit. Een manier om de risico's van digitalisering te minimaliseren is het gebruik van een cybersecurity risicomodel. Bestaande risicomodellen voor cybersecurity lijken echter lastig bruikbaar voor mkb-bedrijven. In dit onderzoek staan daarom de volgende vragen centraal: (1) Op we/ke wijze organiseren midden-en kleinbedrijven in de metaa/sector hun cybersecurity risico-management; en (2) hoe kan dit proces warden verbeterd? Doel van dit project is om via onderzoek te komen tot een voor het mkb te hanteren risicomodel dat kan warden gebruikt om het cybersecurity risicomanagement van mkb-metaalbedrijven te verbeteren. Om dit te bereiken zijn drie stappen ondernomen. Ten eerste is een literatuurstudie uitgevoerd. Ten tweede is een theoretisch cybersecurity risicomodel ontwikkeld. Ten derde is het model vervolgens getoetst in de praktijk. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/raoul-nott%C3%A9-290b6661/ https://www.linkedin.com/in/susanne-van-t-hoff-de-goede/ https://www.linkedin.com/in/rutgerleukfeldt/
DOCUMENT
Geen samenvatting beschikbaar
DOCUMENT
Verslag van een onderzoek naar de omgang van leerkrachten met potentieel problematische kinderen in een multiculturele basisschool, met oog voor het contact tussen kinderen en leerkrachten. Betsy Hijlkema schetst een portret uit het dagelijks leven van twee leerkrachten. Dit onderzoek beoogt een beeld te geven van de competenties die leerkrachten in een etnisch heterogene school nodig hebben om de risicos die kinderen lopen op gedragsproblemen te vermijden. De resultaten zijn bedoeld als input voor opleiders en hun studenten in de lerarenopleiding en professionalisering.
DOCUMENT
Staatssecretaris Van Huffelen (Digitale Zaken) wil ambtenaren verplichten een ‘mensenrechten-impact-assessment’ uit te voeren bij nieuwe én bestaande algoritmes. Een goede ontwikkeling, vinden Quirine Eijkman en collega’s van het College voor de Rechten van de Mens. Maar dan met bindende discriminatietoets.
LINK
Witwassen is de zuurstof van de misdaad. Het vormt een omvangrijk en ernstig maatschappelijk probleem. De geldbedragen die in het criminele circuit worden omgezet, zijn onvoorstelbaar groot en fungeren als de motor van de georganiseerde misdaad. De toegenomen globalisering, de voortschrijdende Europese integratie en de opkomst van nieuwe, online, financiële diensten bieden nieuwe kansen voor inventieve witwassers. Succesvolle witwasbestrijding ontmoedigt criminelen en zorgt ervoor dat misdaad niet loont. Hoewel de bestrijding de laatste jaren zowel nationaal als internationaal voortvarend wordt aangepakt, lijken de resultaten vooralsnog tegen te vallen. In dit artikel wordt ingegaan op de onderliggende oorzaken van de kennelijk magere resultaten van de huidige aanpak. Daarnaast wordt vooruitgekeken naar een meer effectieve en doelmatige benadering die gebaseerd op de consistente toepassing van de uitgangspunten van risicomanagement.
DOCUMENT
De JeugdzorgPlus is gericht op jongeren niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening en die zonder behandeling een risico voor zichzelf en hun omgeving vormen. Het ministerie van VWS en betrokken instellingen wilden, nu de JeugdzorgPlus ruim tien jaar bestaat, een onderzoek laten uitvoeren onder een grote groep jongeren die ten minste vijf jaar geleden zijn uitgestroomd uit de JeugdzorgPlus. Het onderzoek is deel van de longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus gericht op het verkrijgen van inzicht in de mate waarin jongeren profiteren van de geboden hulp en welke factoren een relatie hebben met de gemeten effecten. Het Verwey-Jonker Instituut en de Hogeschool Utrecht hebben onderzocht hoe het jeugdigen die tussen 2008 en 2013 in de JeugdzorgPlus hebben gezeten is vergaan. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in het welzijn van de jongeren: hoe gaat het nu met de jongeren, hoe kijken zij terug op hun verblijf in de JeugdzorgPlus en wat kunnen we van hen leren? Tevens dient het onderzoek als verkenning voor hoe JeugdzorgPlus instellingen op de langere termijn vorm en inhoud kunnen geven aan follow up onderzoek, waarbij ook de mogelijkheid voor het gebruik van CBS-gegevens en gegevens van gemeenten wordt bestudeerd. In totaal zijn 46 jeugdigen betrokken in diepteinterviews met behulp van de tijdlijn-methode. Aanbevelingen zijn geformuleerd op grond van deze interviews en rekening houdend met ontwikkelingen in de JeugdzorgPlus.
MULTIFILE
Sport Education (SE) is een didactisch model dat ontwikkeld is om alle leerlingen op school binnen de LO ‘echte’ en vooral prettige sportervaringen op te laten doen. Ondanks het feit dat dit model met name ontwikkeld is op basis van de Amerikaanse situatie, waarin de toegang tot sportclubs en -verenigingen niet voor ieder kind vanzelfsprekend is, is het model ook voor de Nederlandse LO-context bruikbaar. In dit artikel wordt deze meerwaarde verder uiteengezet.
DOCUMENT
Voor logistieke bedrijven en fleetowners betekent de omschakeling naar elektrisch rijden een aanzienlijke extra capaciteit om de voertuigen op te laden. Om inzichtelijk te maken hoeveel ruimte er nog is op een locatie om elektrische voertuigen op te laden binnen het gecontracteerde vermogen en het aansluitvermogen, is in 2018 door de Hogeschool van Amsterdam het EVEC model ontwikkeld (EVEC: Electric Vehicle Expansion Calculator), met als case het bedrijf Deudekom. Vervolgens kwamen de vragen om het model uit te breiden met de mogelijkheid van zonnepanelen en een vaste elektriciteitsopslag. Deze toevoegingen zijn onder het project Nationaal Dataonderzoek Slimme Laadstrategieën (NDSL) gedaan. Om het model nog wat flexibeler te maken is het ook uitgebreid met laadpatronen.
DOCUMENT
Uit vooronderzoek van het lectoraat Cybersecurity in het mkb blijkt dat 39% van de metaalbedrijven slachtoffer is geworden van een cyberaanval. Doordat metaalbedrijven in grote mate afhankelijk zijn van informatietechnologie (IT) is de impact van dergelijke aanvallen groot. Zo rapporteerden directeuren van mkb bedrijven directe financiële schade, verlies of beschadiging van gegevens en tijdsverlies. Vooronderzoek laat zien dat bedrijven te weinig maatregelen nemen om zichzelf te beschermen. Dit komt doordat bestaande risicomodellen voor cybersecurity - deze zijn ontwikkeld voor experts - niet goed toepasbaar zijn voor directeuren in het mkb. Om in die leemte te voorzien vraagt de Haagse Hogeschool samen met de Koninklijke Metaalunie en 12 metaalbedrijven subsidie aan om een risicomodel te ontwikkelen dat wel toegepast kan warden door mkb bedrijven in de metaalsector. Dit onderzoek gaat uit van IS0 270011 en levert een risicomodel op dat door het mkb gebruikt kan warden om op een eenvoudige wijze basale processen random cybersecurity in te richten. Hiermee geven we ondernemers handvaten om zelf hun cybersecurity op orde te kunnen brengen. De uitkomsten van dit project dienen als basis voor een omvangrijker projectvoorstel waarbij we het model verder verdiepen en ook toepasbaar maken voor mkb bedrijven binnen andere branches van de smart industry.