© 2025 SURF
In dit artikel willen we je een beeld schetsen van ‘Five Out in motion offense’. Het is een spelsysteem voor bovenbouwklassen van het voortgezet onderwijs dat oplossingen kan bieden om ruimte en beweging in evenwicht te brengen, en dat aansluit op de behoefte van leerlingen die verder willen in de wedstrijdsport. In een volgend artikel zullen we ingaan op mogelijke manieren waarop aanvallen ‘in motion’ methodisch-didactisch kan worden aangeboden in de praktijk van VO.
In Lichamelijke Opvoeding 2 van 2011 hebben we je een beeld geschetst van ‘Five-Out in motion offense’. Dit eenvoudige spelsysteem zou oplossingen kunnen bieden om ruimte en beweging in evenwicht te brengen tijdens de basketballes. Het afgelopen jaar hebben speldocenten van de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding en tien docenten LO basketbalactiviteiten uitgeprobeerd die gebaseerd zijn op de spelprincipes van het ‘aanvallen in motion’.
In juli 2013 vond in Utrecht het European Youth Olympic Festival (EYOF Utrecht 2013) plaats. Op zeven locaties in de stad streden 2.300 atleten tussen de 13-18 jaar oud uit 49 verschillende landen in negen takken van sport om de medailles. De organisatoren van EYOF Utrecht 2013 wilden niet alleen een mooi toernooi voor de atleten organiseren, maar ook een breder maatschappelijk effect sorteren. Mede om deze reden werd er een programma aan side-events georganiseerd, onder de noemer Achmea High Five Challenge (Achmea H5C). Het doel van de Achmea H5C is om Nederlandse jongeren kennis te laten maken met sport en hun eigen talenten, zodat ze ook na de Achmea H5C aan het sporten blijven. Met het side-events programma wilden de organisatoren bekendheid geven aan EYOF Utrecht 2013 en de officiële partner (Achmea). Verder wil de Achmea H5C bewegen, sportiviteit en vriendschap uitstralen (High Five) en meer kinderen en jongeren via sport in contact brengen met hun talent (Challenge). Het programma beoogde met name kinderen en jongeren te bereiken, die nu nauwelijks bewegen en sporten (Achmea H5C, 2012).
Het Urban Technology onderzoeksprogrammavan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) doet praktijkgericht onderzoek voor de omschakeling naar eencirculaire stad. Eén van de factoren die hierbij een rol spelen is hoe producten circulair ontworpen kunnenworden. In een aantal onderzoeksprojecten wordt door de HvA specifiek gekeken naar het gebruik van lokalereststromen om circulaire producten te ontwerpen. Onder meer aan de hand van een wel heel bijzonderereststroom: de in 2017 afgedankte stadionstoelen van de Amsterdam ArenA. In Product #5 / 2017 en Product#2 / 2018 verschenen de eerste twee delen waarin de achtergrond van dit onderzoek is besproken en waarinsuggesties voor nieuwe stoelontwerpen op basis van upcycling en recycling gedaan zijn.In dit derde en laatste deel richten we ons op de consument. We gaan in op de vraag hoe circulaireproducten door de consument gewaardeerd worden en welke rol de herkenbaarheid
Ongeveer 5000 kinderen in Nederland gebruiken handmatig bediende rolstoelen voor hun dagelijkse mobiliteit. Het lijkt echter dat de momenteel gebruikte rolstoelen vaak ongeschikt zijn voor kinderen. Ze zijn ofwel te zwaar, te onhandelbaar, of voldoen niet adequaat aan de behoeften van het kind om deel te nemen aan het dagelijkse leven (Sol et al., 2021). Bovendien is het proces van het verkrijgen van een optimale rolstoel complex en tijdrovend, waarbij veel verschillende belanghebbenden betrokken zijn in de aanvraagprocedure (Gowran et al., 2021).Doel: Het doel van OPTIMA is inzicht te krijgen in de potentiële en belemmerende factoren van het proces van het verstrekken van kinderrolstoelen.Methode: Binnen dit onderzoek zijn 4 deelstudies uitgevoerd: 1. Focusgroep onderzoek met afzonderlijke stakeholdergroepen, 2. Vragenlijstonderzoek bij alle stakeholdergroepen in NL, 3. Kostenonderzoek middels microcosting approach en beleidsanalyse van huidige kaders, 4. Nominal Group Technique: bijeenkomst met alle stakeholders om de voorlopige uitkomsten te prioriteren en aanbevelingen voor vervolg te formuleren.Het Procesbeschrijving Hulpmiddelenzorg (Nictiz 2009) is gebruikt als raamwerk voor het opzetten van alle deelstudies.Resultaten:De uitkomsten van de focusgroepen uit het eerste werkpakket hebben de volgende thema’s: kennis en expertise, verwerkingstijd, gedeelde besluitvorming (verwachtingen en verantwoordelijkheid), duur van het proces en groei. Het vragenlijstonderzoek heeft het volgende opgeleverd: WMO-adviseurs, leveranciers en fabrikanten het gemiddelde gewicht van kinderrolstoelen onderschatten in vergelijking met de schattingen van ouders. Gedeelde besluitvorming wordt niet consistent bereikt, en ouders voelen zich uitgesloten op bepaalde gebieden. Beoordelingen van kennis en expertise verschillen tussen belanghebbenden: WMO-adviseurs (gemiddelde = 5,3), ouders (gemiddelde = 5,9), fysiotherapeuten en ergotherapeuten (gemiddelde = 7,6) en fabrikanten (gemiddelde = 8,1). Belanghebbenden geven prioriteit aan “goed zitten” in kinderrolstoelen, terwijl gewicht en uiterlijk minder aandacht krijgen. Kostenonderzoek & beleidsanalyse: Gemiddelde tijd die ouders kwijt zijn aan het gehele proces is 30 uur, reistijd en reiskosten voor ouders en leveranciers: gemiddeld 30 euro per afspraak. Het totaal aan kosten voor gehele proces (huurprijs van de rolstoel, afspraken voor passingen, levertijd, levering en reparatie) is geheel afhankelijk van complexiteit van de rolstoel, nieuw of herverstrekt product, kennis en expertise van ouders, leveranciers en zorgprofessionals en de woonplaats van ouders. Beleidsanalyse maakt duidelijk dat de wettelijke en beleidskaders: WMO (2017) en verordeningen per gemeente, AVG (2018), MDR (EU wetgeving betreffende medische hulpmiddelen, 2017), Landelijk Normenkader Hulpmiddelen (2020) bijdragen aan complexiteit van het proces en verminderde flexibiliteit bij leveranciers en gemeenten. Nominal Group Technique (NGT): voorlopige uitkomsten van de deelstudies 1,2 & 3 worden voorgelegd aan een afvaardiging van alle stakeholders, waarbij elke mening gelijk is in het prioriteren van de aanbevelingen ten behoeve van het verstrekkingsproces voor kinderrolstoelen in NL. Dit vindt in oktober ’23 plaats.Conclusies: Dit onderzoek benadrukt kritieke verschillen en uitdagingen binnen het proces van het verkrijgen van een kinderrolstoel, waarbij de noodzaak van verbeterde communicatie, gedeelde besluitvorming en afstemming tussen belanghebbenden wordt benadrukt om de algehele ervaring en resultaten voor kinderen en hun families te verbeteren.
Voor u ligt het derde boekje dat wij uitgeven naar aanleiding van de lezingenreeks ‘Kracht van Sport’. Het betreft de vijfde maal dat wij de reeks organiseren. De reeks startte in 2012 met het onderwerp; ‘Olympische Spelen in Nederland: Droom of Nachtmerrie?’, in 2013 gevolgd door ‘Kracht van Sport’ (boekje), in 2014 ‘Kracht van Sport: over de grens’, in 2015 ‘Kracht van Sport: de verbinding’ (boekje), en afgelopen voorjaar (2016) ‘Kracht van Aangepaste Sport’.
De rolstoel: het icoon voor handicap, dat ding waar je in ‘belandt’, meestal afgebeeld in zwaar roestvrijstalen uitvouwbare uitvoering, bedoeld om in voortgeduwd te worden. Die rolstoel, die interesseert ons niet! Welke dan wel? De rolstoel die de gebruiker zijn individuele vrijheid teruggeeft, en stimuleert tot bewegen. Bovendien, de rolstoel die de gebruiker de fysieke activiteit die nog inzetbaar is duurzaam laat gebruiken. Dat wil zeggen inspanning van het bovenlichaam zonder overbelasting en pijn.
NL: Tijdens het ontwerptraject van deze Tolhuijs stoel stond het woord simpel centraal voor zowel destoel zelf als de productietechniek. De intentie is om de stoel te laten produceren in socialewerkplaatsen. De benodigde materialen voor de stoel zijn afkomstig van afvalstromen van anderebedrijven, waarbij het staal uit de fabriek van Bruynzeel storage systems komt en de poten gemaaktzijn van oude deuren.Door het gatenpatroon in het staal kunnen de medewerkers van de sociale werkplaats gemakkelijkde plat aangeleverde onderdelen vormgeven, waardoor een tussenstop bij de metaalwerkplaatswordt voorkomen.Dit ontwerp is onderdeel van het Repurpose Driven Design & Manufacturing onderzoek van UrbanTechnology van de Hogeschool van Amsterdam. Repurpose: Afgedankte producten en reststromenhergebruiken in een andere functie en/of context om daarmee de waarde van deze materialen tebehouden.EN:During the design process of this Tolhuijs chair, the word simple was key for both the chair itself and the production method. The intention is to have the chair produced in sheltered workshops. The materials required for the chair come from waste streams of other companies, where the steel that’s used comes from the factory of Bruynzeel Storage Systems, and the legs are made from old wooden doors.Thanks to the hole pattern in the steel, the employees of the sheltered workshop can easily design the parts supplied flat, thus preventing an extra stop at the metal workshop.This design is part of the Repurpose Driven Design & Manufacturing research from Urban Technology of the Amsterdam University of Applied Sciences. Repurpose: Reusing discarded products and residual flows within another function and/or context to maintain the value of these materials.