Sinds enige jaren gaan veel van de discussies en gesprekken in de sociale sector over de nieuwe wet op maatschappelijke ondersteuning, de Wmo. Die vervangt onder meer de Welzijnswet en de Wet Voorzieningen Gehandicapten. Het is goed dat substantiële delen van beleid af en toe groot onderhoud krijgen, gelet op het gecombineerde effect van een zich steeds ontwikkelende maatschappij, voortschrijdend inzicht in welk beleid effectief is en verschuivende voorkeuren in de samenleving. Nieuw beleid brengt ook onzekerheid en onwennigheid met zich mee. Het vraagt verandering en aanpassing. Niet altijd is bij de goedkeuring van nieuw beleid meteen duidelijk hoe de uitvoering gaat verlopen, hoe één en ander er bij de implementatie van het beleid uit gaat zien. Over de invoering van de Wmo is al veel gezegd en geschreven. In deze publicatie trachten we de consequenties van de Wmo in beeld te brengen vanuit het perspectief van de professionals uit de sociale sector. Welke sociale interventies moeten ze uit hun gereedschapsbak verwijderen, welke nieuwe instrumenten komen erbij, welke nieuwe kwaliteiten moet de professional in huis hebben?
De rol van technologie in de langdurige zorg neemt toe. Naast conventionele hulpmiddelen als hooglaagbedden en rolstoelen, zijn er diverse relevante vernieuwingen binnen de robotica (zoals elektronische gezelschapsdieren) en op het vlak van bouwkundige installaties, die hun weg vinden richting de ouderenzorg en verpleeghuiszorg. De werelden van zorg en technologie hebben elkaar veel te bieden, zoals op het gebied van informatietechnologie in het algemeen en, als onderdeel van dat domein, zorgdomotica in het bijzonder. In dit artikel gaan wij nader in op de rol van zorgdomotica in de ouderenzorg, en de achtergronden bij de inzet.
Ageing in place is een veelvuldig genoemd concept. Echter, het is de vraag wat dit volgens de wetenschappelijke literatuur inhoudt. In dit artikel wordt het concept ageing in place in kaart gebracht aan de hand van de vijf hoofdthema’s zoals die uit de literatuur zijn gedestilleerd. Een meer eenduidig begrip van ageing in place zal professionals, beleidsmakers, onderzoekers en sociale netwerken kunnen helpen de veelzijdigheid van het concept te zien en toe te passen.
Uit overleg met de Zitadviesteams (ZAT) van verschillende revalidatiecentra blijkt dat zij vaak handbewogen rolstoelgebruikers zien met klachten, zoals bijvoorbeeld overbelasting van de armen, vermoeidheid en pijn, die voorkomen hadden kunnen worden als de rolstoelgebruiker een betere, op de persoon afgestelde, rolstoel had gekregen. Voor een optimale interactie van mens en technologie is een rolstoel passend op de persoon is. Om maatwerk te leveren, is er behoefte aan een meetprotocol om op een gestandaardiseerde manier in kaart te brengen welke rolstoel in- en afstellingen er voor een individuele rolstoelgebruiker noodzakelijk zijn en om de geleverde rolstoel te optimaliseren en vervolgens ook te evalueren. Een dergelijk meetprotocol is al jaren beschikbaar in alle revalidatiecentra in Nederland om het lopen van revalidanten in kaart te brengen. Voor rolstoelgebruikers is een dergelijke gestandaardiseerde analyse van het zitten en rijden echter nog niet beschikbaar. Er zijn verschillende meetinstrumenten beschikbaar maar deze zijn voornamelijk in wetenschappelijk onderzoek ingezet en niet in de revalidatiepraktijk. Het is daarom van belang om uit te zoeken welke meetinstrumenten geschikt zijn om te implementeren in de revalidatiecentra voor de verschillende rolstoelgebruikers (b.v. mensen met een hoge en lage dwarslaesie cq met goede of slechte romp- en/of armhandfunctie). Daarnaast moet er consensus komen over wanneer deze voor- en nametingen het beste kunnen worden uitgevoerd. Het doel van dit project is te komen tot een eerste blauwdruk van een meetprotocol die rolstoelleveranciers en ZATs kunnen gebruiken bij het aanmeten en passen van een rolstoel. Met dit meetprotocol kan een onafhankelijk rolstoeladvies gegeven worden, waarmee veel zit-gerelateerde klachten kunnen worden voorkomen en zal de rolstoelmobiliteit worden bevorderd.