This paper analyses co-creation in urban living labs through a multi-level network perspective on system innovation. We draw on the case House of Skills, a large, multi-stakeholder living lab aimed at developing a ‘skills-based’ approach towards labour market innovation within the Amsterdam Metropolitan Region. Ouranalysis helps understand stakeholder dynamics towards system innovation, drawing on an innovative living lab example and taking into consideration the multi-layered structures that comprise the collaboration. Our conceptual framework provides an important theoretical contribution to innovation studies and offers a practical repertoire that can help practitioners improve co-creation of shared value in living labs, towards orchestrating flexible structures that strengthen the impact of their initiatives.
LINK
Wat hebben maatschappelijk werkers, leraren in het middelbaar onderwijs, ondernemers in een grootstedelijke winkelstraat, schoonmakers in een verzorgingstehuis en hbo studenten in de Randstad met elkaar gemeen? Dat ze werken en leren in een omgeving waar 'autochtone' Nederlanders niet meer vanzelfsprekend in de meerderheid zijn. Integratie is hier een zaak van een samenleving van minderheden geworden. (Hoe) lukt het mensen om in zo'n 'superdiverse' omgeving relaties aan te gaan over de grenzen van hun 'eigen' groep heen: op welke terreinen vinden ze elkaar, en wanneer stokt de communicatie? En welke rol spelen verschillen in cultuur hier eigenlijk bij? Dit boek bevat het verslag van een aantal casestudies naar alledaagse omgangsvormen in de grootstedelijke samenleving, verricht door onderzoekers verbonden aan het lectoraat Burgerschap en Diversiteit van De Haagse Hogeschool.
IntroductionMechanical power of ventilation, a summary parameter reflecting the energy transferred from the ventilator to the respiratory system, has associations with outcomes. INTELLiVENT–Adaptive Support Ventilation is an automated ventilation mode that changes ventilator settings according to algorithms that target a low work–and force of breathing. The study aims to compare mechanical power between automated ventilation by means of INTELLiVENT–Adaptive Support Ventilation and conventional ventilation in critically ill patients.Materials and methodsInternational, multicenter, randomized crossover clinical trial in patients that were expected to need invasive ventilation > 24 hours. Patients were randomly assigned to start with a 3–hour period of automated ventilation or conventional ventilation after which the alternate ventilation mode was selected. The primary outcome was mechanical power in passive and active patients; secondary outcomes included key ventilator settings and ventilatory parameters that affect mechanical power.ResultsA total of 96 patients were randomized. Median mechanical power was not different between automated and conventional ventilation (15.8 [11.5–21.0] versus 16.1 [10.9–22.6] J/min; mean difference –0.44 (95%–CI –1.17 to 0.29) J/min; P = 0.24). Subgroup analyses showed that mechanical power was lower with automated ventilation in passive patients, 16.9 [12.5–22.1] versus 19.0 [14.1–25.0] J/min; mean difference –1.76 (95%–CI –2.47 to –10.34J/min; P < 0.01), and not in active patients (14.6 [11.0–20.3] vs 14.1 [10.1–21.3] J/min; mean difference 0.81 (95%–CI –2.13 to 0.49) J/min; P = 0.23).ConclusionsIn this cohort of unselected critically ill invasively ventilated patients, automated ventilation by means of INTELLiVENT–Adaptive Support Ventilation did not reduce mechanical power. A reduction in mechanical power was only seen in passive patients.Study registrationClinicaltrials.gov (study identifier NCT04827927), April 1, 2021URL of trial registry recordhttps://clinicaltrials.gov/study/NCT04827927?term=intellipower&rank=1
MULTIFILE
Dit voorstel betreft een vervolg op eerder gedaan onderzoek naar de mogelijkheden om de oude stadionstoeltjes uit de Amsterdam ArenA, die in aanloop van de EK2020 vervangen worden, te hergebruiken. In dat onderzoek, uitgevoerd door het onderzoeksprogramma Urban Technology van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) in opdracht van de Amsterdam ArenA, zijn aan de hand van een aantal verschillende scenario’s de mogelijkheden onderzocht en hun impact in kaart gebracht. Binnen één van deze scenario’s is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor het verwerken van het plastic van de stoelen door deze te vermalen en vervolgens te 3d-printen met een robotarm, met als doel de mogelijkheden te verkennen om met lokale materialen, lokaal objecten te produceren, voor lokaal gebruik. De eerste resultaten uit dit onderzoek zijn positief, het bleek echter dat de techniek voor het 3d-printen van grote objecten met een robotarm nog in de kinderschoenen staat, wat het gebruik ervan limiteert. Met dit onderzoek willen we samen met de partners deze techniek verder onderzoeken en verbeteren. Allereerst door de ontwikkeling van een nieuwe (interactieve) 3d-printkop voor gebruik op een robotarm en vervolgens deze te integreren met de (ontwerp)software om een goede workflow van design naar fabricage mogelijk te maken. Daarnaast zullen aan de hand van materiaalsamples de ontwerpmogelijkheden getoond worden. Dit zal een volgende stap vormen in de samenwerking tussen de HvA en de Amsterdam ArenA om toepassingsmogelijkheden van het 3d-printen van grote objecten voor de Arena te verkennen.
De coronacrisis heeft aanleiding gegeven tot het project ‘Sociaal Aanraken Op Afstand’. Ingrijpende maatregelen van de overheid zijn afstand houden tot elkaar (de ‘anderhalve meter maatschappij’) en het zoveel mogelijk vermijden van lichamelijk contact. In verpleeghuizen, thuiszorg, ziekenhuizen instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking zijn zorgverleners met schrijnende situaties geconfronteerd: cliënten mochten niet meer bezocht of aangeraakt worden, in de palliatieve fase moest op afstand afscheid genomen worden en zijn er mensen alleen gestorven zonder de nabijheid van hun naasten. Professionals staan voor het vraagstuk hoe de fysieke anderhalve meter-afstand te overbruggen wanneer sociale aanraking niet of verminderd mogelijk is? Dit heeft geleid tot de vraagstelling: ‘Met welke effectieve en toegankelijke toepassingen of interventies, al dan niet ondersteund met technologie, kan sociaal aanraken voor mensen met een palliatieve zorgbehoefte 1) mogelijk blijven, met inachtneming van veiligheidsvoorschriften; 2) op afstand gesimuleerd worden en/of 3) vervangen worden?’ In een samenwerkingsverband is expertise gebundeld op het gebied van zorg, sociale aanraking, technologie en ethiek. Het project is geïnitieerd vanuit de Saxion Academie Gezondheidszorg, lectoraat Verpleegkunde, en de zorgorganisaties Zorgaccent en Gelre Ziekenhuizen, waarbij verbinding is gezocht met relevante lectoraten binnen de hogeschool (Industrial Design, Ambient Intelligence, Sustainable & Functional Textiles, Technology Health & Care en Ethiek & Technologie) en een MKB-onderneming. De complexiteit van het vraagstuk maakt dat bestaande opties zorgvuldig gewogen of aangepast moeten worden, of dat er multidisciplinair gericht nieuwe oplossingsrichtingen ontwikkeld moeten worden. Deze KIEM-aanvraag levert hiertoe een aanzet, op basis waarvan een meer gerichte vervolgaanvraag kan worden geschreven. De innovatievraag blijft actueel, ook na de COVID-19 pandemie, indien zorgvragers om andere redenen geïsoleerd verzorgd dienen te worden, bijvoorbeeld door besmetting met de MRSA-bacterie of andere infectieziekten.