Anxiety among pregnant women can significantly impact their overall well-being. However, the development of data-driven HCI interventions for this demographic is often hindered by data scarcity and collection challenges. In this study, we leverage the Empatica E4 wristband to gather physiological data from pregnant women in both resting and relaxed states. Additionally, we collect subjective reports on their anxiety levels. We integrate features from signals including Blood Volume Pulse (BVP), Skin Temperature (SKT), and Inter-Beat Interval (IBI). Employing a Support Vector Machine (SVM) algorithm, we construct a model capable of evaluating anxiety levels in pregnant women. Our model attains an emotion recognition accuracy of 69.3%, marking achievements in HCI technology tailored for this specific user group. Furthermore, we introduce conceptual ideas for biofeedback on maternal emotions and its interactive mechanism, shedding light on improved monitoring and timely intervention strategies to enhance the emotional health of pregnant women.
Purpose – The purpose of this paper is to shed light on some important limitations of the ISO 26000 standard for corporate social responsibility (CSR) for the credible communication of corporate CSR claims. The paper aims to identify and explore firm-level strategies to signal adherence to the standard effectively and their legitimacy consequences for the standard. Design/methodology/approach – The identification of firm-level signaling strategies is mainly derived from an institutional description of the ISO 26000 standard and based on anecdotal evidence from current business practice, initiatives that have been taken worldwide by organizations such as national standards institutes, the ISO 26000 text and adjacent ISO documents, including ISO post-publication surveys. The paper is grounded in signaling theory. Findings – Five signaling strategies for firms are derived and explored which may reduce information asymmetries and engage in efficacious signaling of their underlying CSR quality and thus guide the communication of firms’ adherence to the ISO 26000 standard. Research limitations/implications – The findings urge to empirically investigate the use of ISO 26000 signaling strategies including their legitimacy consequences for firms. Practical implications – The findings of this paper have implications for decisions firms make when considering working with ISO 26000 and communicating their adherence, notably regarding the enhancement of the credibility of their CSR claims. Also, it offers suggestions for certification organizations, national standards bodies and policy makers that want to encourage the adoption of CSR standards, ISO 26000 in particular. Social implications – This paper may have implications for evaluating the CSR claims of firms by stakeholders and broader society. Originality/value – This paper is the first one to address inherent signaling problems of ISO 26000 and to identify signaling strategies to counter these problems in a structured way.
LINK
Existing studies offer very limited insight into how sellers may reduce consumers' perceived risk in order to make consumer-to-consumer electronic marketplaces more successful. Contrary to these studies, the empirical investigation reported in this article acknowledges the role of sellers in enabling these computer-mediated transaction platforms. The study focuses on how information provided by sellersabout themselves (i.e., seller information) and about their products (i.e., product information) can function as risk reduction signals and how these affect a buyer's inclination to purchase. Combining signaling theory with perceived risk theory, the authors present a research model that they test using structural equation modeling with data collected in two different electronic marketplaces, includingeBay.nl. The results indicate that while product and seller information are indeed important risk reduction signals, and as such can play an important role in stimulating purchasing, the risk reduction potential of these forms of information differs across the studied risk types. This article discusses these findings and explains how they contribute to signaling theory and perceived risk theory. Based on the findings, several practical implications for sellers active in electronic marketplaces and for the intermediaries operating these transaction systems are described.
Mensen met autisme redden het vaker niet dan wel op school en op de arbeidsmarkt. Niet kunnen omgaan met stress, bijvoorbeeld door veranderingen in het werk, is de belangrijkste oorzaak. Het zelf kunnen herkennen van stress en nadenken over de oorzaken daarvan is weinig mensen met ASS gegeven, en ook voor mensen in de omgeving (coaches, docenten, collega’s) wordt het vaak pas duidelijk als het te laat is. Vroegtijdige signalering van stress om uitval te voorkomen is derhalve wenselijk. Doel van dit project is het ontwikkelen van een digitale stress duidings- en coachingstool, waarbij zowel het perspectief van begeleiders/coaches als dat van de persoon met autisme zelf wordt ondersteund. Daarbij maken we gebruik van de wetenschappelijk voldoende bewezen technologie van huidweerstand-analyse. Zoals bij alle technologieën die ontwikkeld worden voor stresssignalering geldt ook hier dat menselijke duiding nodig blijft. Centraal in deze aanvraag staan technologische ontwikkelingen die in gang gezet zijn binnen Fontys Hogeschool ICT en Game Solutions Lab om stress-indicatoren te meten en te communiceren, gecombineerd met de domeinkennis van Leo Kanner, Leermakers Zorggroep, de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) en Student+. De innovatie kracht van dit project ligt in de combinatie van menselijke kracht én technologische ondersteuning in lijn met het probleemgebied Enabling Adaptation binnen de Roadmap Design for Change. Deze combinatie maakt het mogelijk om op grond van objectieve data sneller en effectiever stressoren in kaart te brengen en zelfduiding te stimuleren op het juiste moment. Hiermee worden niet alleen actuele risico’s beperkt, maar zal ook voor de lange termijn leiden tot betere zelfkennis en meer zelfregie. Hierdoor kan de doelgroep door juiste aanpassingen wel duurzaam onderwijs volgen of aan het werk blijven.
Het project Early STATUS (Early Strategic Alerts for Turnaround of Small businesses) wil een instrument voor het vroegtijdig signaleren van stagnatie bij MKB bedrijven en een adviesmethode om de koers van deze bedrijven te wijzigen onderzoeken en testen. De vraagarticulatie bestond uit 26 interviews en 8 focusgroepen, in het kader van een KIEM subsidieproject. Uit het vooronderzoek komt naar voren dat het kleinere MKB, bedrijven met 10 tot 50 werknemers, kwetsbaar is voor verval: de waan van de dag regeert en er is weinig capaciteit om de bakens te verzetten. Dit is een structureel probleem en komt door de coronacrisis nijpender naar voren. Opvallend is dat accountants en bedrijfsadviseurs moeite hebben problemen tijdig te signaleren en te adresseren. In de wetenschappelijke literatuur is er weinig aandacht voor dit fenomeen. De vraagarticulatie heeft geleid naar de volgende behoefte: “een praktisch instrumentarium te gebruiken door mkb-ondernemers en hun adviseurs om strategische problemen vroegtijdig te signaleren en alle betrokkenen aan te zetten tot ingrijpen.” Het instrumentarium wordt ontwikkeld door een consortium dat bestaat uit 3 lectoren, 4 onderzoekers en 5 studenten van Hogeschool Rotterdam, aangevuld met een externe onderzoeker. Praktijkpartners zijn 2 accountantskantoren, 6 MKB adviesbureaus en accountancybrancheorganisatie SRA. De Universiteit van Leiden, Erasmus Universiteit Rotterdam en Montpellier Business School leveren academische experts. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: “in welke mate draagt een vroegsignaleringsinstrument dat wordt uitgezet via een accountantskantoor bij ondernemers en medewerkers en daaropvolgend een adviesmethode die wordt toegepast door mkb-adviseurs en accountants bij aan het vroeg signaleren en verder voorkomen van verval bij mkb-ondernemingen met 10-50 medewerkers?” Het instrumentarium wordt door het onderzoekconsortium ontwikkeld en vervolgens getest door accountants en mkb-adviseurs bij hun cliënten: maakt het vroegsignaleringsinstrument een eventuele strategische crisis voldoende tijdig duidelijk en stimuleert de adviesmethode de betrokkenen voldoende om daadwerkelijk in te grijpen?
De vraag naar de stand van zaken rond signalering en diagnostiek van seksueel misbruik bij mensen met een LVB en de wijze waarop psychomotorisch therapeuten hieraan een bijdrage (kunnen) leveren, is een centrale vraag in ons RAAK-PRO onderzoek “Seksueel trauma bij mensen met een licht verstandelijke beperking: de inzet van psychomotorische therapie”. Nu een grootschalig onderzoek direct bij cliënten niet mogelijk is, willen we de kwaliteit van het onderzoeksproject waarborgen door de noodzakelijke informatie langs andere weg te verzamelen. In de voorgestelde RAAK Impuls wordt door middel van online onderzoek een inventarisatie gemaakt van (het beleid ten aanzien van) preventie, signalering en behandeling van slachtoffers van seksueel misbruik in de verstandelijk gehandicaptenzorg. Deze studie kent twee onderdelen: beleidsonderzoek en hulpverlenersonderzoek. Voor elk onderdeel wordt een aparte online enquête gemaakt. 1) In het beleidsonderzoek vullen managers/leidinggevenden op directieniveau van organisaties in de verstandelijk gehandicaptenzorg een online enquête in over het beleid ten aanzien van preventie, signalering en behandeling van slachtoffers van seksueel misbruik. 2) In het hulpverlenersonderzoek vullen gedragsdeskundigen, psychomotorisch therapeuten en (persoonlijk) begeleiders een online enquête in over preventie, signalering en behandeling van slachtoffers van seksueel misbruik. Met behulp van deze enquête wordt een inventarisatie gemaakt van preventieve maatregelen, diagnostische instrumenten en behandelmethoden en behandelprotocollen die gebruikt worden in de behandeling van cliënten met seksueel misbruik ervaringen. Op basis van de resultaten wordt voor het werkveld een rapport geschreven met daarin de huidige stand van zaken ten aanzien van preventie, signalering en behandeling van seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijk beperking. In het rapport zullen ook handvatten en mogelijke verbeterpunten worden geformuleerd.. Daarnaast zal het rapport inzicht geven in de wijze waarop seksueel misbruik zich manifesteert bij mensen met een LVB. Deze informatie is van groot belang in het kader van het hoofddoel van het overkoepelende onderzoeksproject.