This article focuses on how length of participation in professional youth work is associated with five outcome variables: prosocial skills, self-mastery, social network, civic participation (volunteering and organizing activities) and finding support from social care services. The study was designed as a longitudinal cohort study of four waves during a 16-month period, gathering the data of 1597 youngsters aged 10–24 who participated in Dutch professional youth work. The results show that, on average, youngsters who participated longer in youth work scored significantly higher on the outcome variables. Respondents did not show individual improvements on outcome variables over the period, but the results demonstrate a cautious positive trend over time in volunteering. Referring youngsters (33%) by youth workers to care services could prevent an exacerbation of existing problems. The results provide knowledge that legitimizes the role of professional youth workers and which can be used by them to improve the support of socially vulnerable youngsters in their personal development and social participation.
De snelle toename van overgewicht en obesitas is een wereldwijd verschijnsel. Oorzaak? Richtlijnen voor gezonde voeding en lichamelijke beweging worden op grote schaal niet gehaald. Een belangrijke risicogroep als het gaat om ongezond gedrag wordt gevormd door jongeren die een laag opleidingsniveau volgen. Het opleidingsniveau en het jong zijn maken dat deze doelgroep moeilijk vatbaar is voor gezondheidsvoorlichting. Jongeren hebben vaak een onvolledig beeld over hoe ze gezond kunnen leven en onderschatten de gezondheidsrisico's die gepaard gaan met hun ongezonde leefstijl sterk. De overheid speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van gezondheidbevorderende interventies. Zij heeft als taak burgers te informeren en oplossingen aan te dragen voor problemen in de samenleving. Deze verantwoordelijkheid heeft ertoe geleid dat de overheid al jarenlang campagnes ontwikkelt om burgers te wijzen op gezond en veilig gedrag. Er bestaat echter veel onduidelijkheid en onzekerheid over de waarde van communicatie als instrument om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Gedrag beïnvloedende communicatie wordt in de overheidsvoorlichting al jarenlang als problematisch beschouwd. Om een blijvende gedragsverandering teweeg te brengen, is het noodzakelijk om te weten hoe het menselijk gedrag werkt en welke factoren hierop van invloed kunnen zijn. Een theorie die het verkrijgen en toepassen van dergelijke inzichten centraal stelt en zich sinds enige jaren in een groeiende belangstelling mag verheugen, is de 'theorie' van social marketing. De inzichten van deze multidisciplinaire aanpak zijn veelbelovend en sluiten goed aan bij het groeiende besef dat gezondheidsinterventies alleen succesvol kunnen zijn indien gekozen wordt voor een geïntegreerde aanpak. Deze publicatie beoogt een bijdrage te leveren aan het verbeteren van gezondheidsvoorlichting aan laagopgeleide jongeren. Er worden nog te veel campagnes ontwikkeld die er niet in slagen deze doelgroep te doordringen van de persoonlijke gezondheidsrisico's die zij lopen. In dit onderzoek zijn de inzichten van social marketing toegepast op de problematiek van overgewicht bij laagopgeleide jongeren. We zijn ervan overtuigd dat met diepgaande kennis van de doelgroep, inzicht in hun gedragingen, motieven, drijfveren, en mediagebruik, ook zij overtuigd kunnen worden van het nut van een gezonde leefstijl.
The COVID19 pandemic highlighted the vulnerability in supply chain networks in the healthcare sector and the tremendous waste problem of disposable healthcare products, such as isolation gowns. Single-use disposable isolation gowns cause great ecological impact. Reusable gowns can potentially reduce climate impacts and improve the resilience of healthcare systems by ensuring a steady supply in times of high demand. However, scaling reusable, circular isolation gowns in healthcare organizations is not straightforward. It is impeded by economic barriers – such as servicing costs for each use – and logistic and hygiene barriers, as processes for transport, storage and safety need to be (re)designed. Healthcare professionals (e.g. purchasing managers) lack complete information about social, economic and ecological costs, the true cost of products, to make informed circular purchasing decisions. Additionally, the residual value of materials recovered from circular products is overlooked and should be factored into purchasing decisions. To facilitate the transition to circular procurement in healthcare, purchasing managers need more fine-grained, dynamic information on true costs. Our RAAK Publiek proposal (MODLI) addresses a problem that purchasing managers face – making purchasing decisions that factor in social, economic and ecological costs and future benefits from recovered materials. Building on an existing consortium that developed a reusable and recyclable isolation gown, we design and develop an open-source decision-support tool to inform circular procurement in healthcare organizations and simulate various purchasing options of non-circular and circular products, including products from circular cascades. Circular procurement is considered a key driver in the transition to a circular economy as it contributes to closing energy and material loops and minimizes negative impacts and waste throughout entire product lifecycles. MODLI aims to support circular procurement policies in healthcare organizations by providing dynamic information for circular procurement decision making.
Vulnerable pregnant women are an important and complex theme in daily practice of birth care professionals. Vulnerability is an important risk factor for maternal and perinatal mortality and morbidity. Providing care for these women is often complex. First, because it is not always easy to identify vulnerability. Secondly, vulnerable women more often cancel their appointments with midwives and finally, many professionals are involved while they do not always know each other. Even though professionals are aware of the risks of vulnerability for future mothers and their (unborn) children and the complexity of care for these women, there is no international definition for ‘vulnerable pregnancies’. Therefore, we start this project with defining a mutual definition of vulnerability during pregnancy. In current projects of Rotterdam University of Applied Sciences (RUAS) we define a vulnerable pregnant woman as: a pregnant woman facing psychopathology, psychosocial problems, and/or substance abuse combined with lack of individual and/or social resources (low socioeconomic status, low educational level, limited social network). In the Netherlands, care for vulnerable pregnant women is fragmented and therefore it is unclear for birth care professionals which interventions are available and effective. Therefore, Dutch midwives are convinced that exchanging knowledge and best practices concerning vulnerable pregnancies between midwifery practices throughout Europe could enhance their knowledge and provide midwives (SMB partners in this project) with tools to improve care for vulnerable pregnant women. The aim of this project is to exchange knowledge and best practices concerning vulnerable pregnancies between midwifery practices in several European countries, in order to improve knowledge and skills of midwives. As a result, guidelines will be developed in order to exchange selected best practices which enable midwives to implement this knowledge in their own context. This contributes to improving care for vulnerable pregnant women throughout Europe.