Purpose/objective: Stereotactic radiosurgery of brain metastases requires highly conformal dose distributions. Besides beams setup, characteristics of the linear accelerator collimator may also play a role. In this study we compared the impact of leaf width on the dose outside the target for stereotactic radiosurgery of single brain metastases. Results: The mean dose was evaluated in the first 2 rings of 5 mm around the PTV(table 1). The difference in mean dose for the small lesions(Dpres=24 Gy) of the first ring of 5 mm is 1.8 Gy in favor of the Agility and 0.9 Gy for the larger lesions(Dpres=18 Gy)also in favor of the Agility. The difference is smaller for the larger lesions (figure1). Also for the second ring of 5 mm, adjacent to the first ring, the difference is is 1.1 Gy vs 0.8 Gy also in favor of the Agility. Conclusion: For the small lesions with a volume smaller than 4 cm³ the Agility shows a steeper gradient in the two surrounding rings than the MLCi1. Therefore we recommend the use of the Agility for treating the smaller lesions.
DOCUMENT
a b s t r a c t: Objective: To study the impact of target volume changes in brain metastases during fractionated stereotactic radiosurgery (fSRS) and identify patients that benefit from MRI guidance. Material and methods: For 15 patients (18 lesions) receiving fSRS only (fSRSonly) and 19 patients (20 lesions) receiving fSRS postoperatively (fSRSpostop), a treatment planning MRI (MR0) and repeated MRI during treatment (MR1) were acquired. The impact of target volume changes on the target coverage was analyzed by evaluating the planned dose distribution (based on MR0) on the planning target volume (PTV) during treatment as defined on MR1. The predictive value of target volume changes before treatment (using the diagnostic MRI (MRD)) was studied to identify patients that experienced the largest changes during treatment. Results: Target volume changes during fSRS did result in large declines of the PTV dose coverage up to 34.8% (median = 3.2%) for fSRSonly patients. For fSRSpostop the variation and declines were smaller (median PTV dose coverage change = 0.5% (4.5% to 1.9%)). Target volumes changes did also impact the minimum dose in the PTV (fSRSonly; 2.7 Gy (16.5 to 2.3 Gy), fSRSpostop; 0.4 Gy (4.2 to 2.5 Gy)). Changes in target volume before treatment (i.e. seen between the MRD and MR0) predicted which patients experienced the largest dose coverage declines during treatment. Conclusion: Target volume changes in brain metastases during fSRS can result in worsening of the target dose coverage. Patients benefiting the most from a repeated MRI during treatment could be identified before treatment.
LINK
Stereotactische radiotherapie van wervelmetastasen vereist een hoge precisie in alle stappen van de behandeling. Deze techniek werd in het VU medisch centrum in 2009 geïntroduceerd. Data met betrekking tot de behandeling van de eerste 17 klinische patiënten is geëvalueerd. Deze patiënten werden behandeld op een Novalis Tx versneller die beschikt over zowel een kilovolt (kV) cone beam CT (CBCT) scan als het ExacTrac® kV röntgensysteem. De gebruikte methode van de verschillende beeldmodaliteiten voor positionering en verificatie, de behandelingstijd en de intrafractie beweging worden in dit artikel beschreven.
DOCUMENT
In deze bijdrage aan het vierjaarlijkse SURF trendrapport wordt nader ingegaan op de wijze waarop digitale innovaties als computers en internet zich ingevoegd hebben in de levens van studenten en docenten cq. Onderzoekers in het Nederlandse hoger onderwijs. Verschillende thema s worden daarbij nader beschreven. In de eerste plaats wordt ingegaan op de invloed van digitalisering op het aanbod, met name de wetenschappelijke informatievoorziening en de veranderende rol van tijdschriften en bibliotheken. Het spiegelbeeld van dat aanbod is de vraagzijde, de mate waarin studenten (en medewerkers) toegang hebben tot nieuwe media. Daarbij stelt zich meteen de vraag naar sociale ongelijkheid in het bezit en gebruik van deze technologiekn. Die vraag is rechtstreeks gerelateerd aan diffusiepatronen van innovaties, zowel in huishoudens, studentenhuizen als in organisaties. Vervolgens wordt aandacht besteed aan het bereik: wie maakt er gebruik van de nieuwe mogelijkheden en wat betekent dit voor de tijdsbesteding. De tekst wordt afgesloten met aandacht voor een specifieke groep studenten, te weten studenten met functiebeperkingen, en het omschrijven van onze rol in de vraag of digitalisering van het hoger onderwijs voor hen een zegen of een vloek is.
DOCUMENT
Wat zijn belangrijke succesfactoren om onderzoek, onderwijs en ondernemen bij elkaar te brengen, zó dat 'het klikt'. De uitdaging voor de toekomst van bedrijven in de smart factoryligt bij data science: het omzetten van ruwe (sensor) data naar (zinnige) informatie en kennis, waarmee producten en diensten verbeterd kunnen worden. Tevens programma van het symposium t.g.l. inauguratie 3 december 2015
MULTIFILE
TNO gebruikt Informatie en Communicatie Technologie (ICT) om producten en diensten toegankelijk te maken voor iedereen, dus ook voor speciale doelgroepen zoals gebruikers met verminderde cognitieve vaardigheden. Hierbij zetten we vaak spraaktechnologie in. Een voorbeeld hiervan is de elektronische reisassistent voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze reisassistent kan relevante informatie voorlezen door gebruik te maken van spraaksynthese. Een ander voorbeeld is een elektronische coach voor kinderen en ouderen. Door de inzet van spraakherkenning en spraaksynthese kan op een natuurlijke manier met de e-coach gecommuniceerd worden
DOCUMENT
De auto is niet meer weg te denken in onze huidige westerse maatschappij en bezet een belangrijke plaats in zowel ons economische als sociale leven. Hoewel Nederland al een van de meest verkeersveilige landen ter wereld is, waren er toch nog 811 verkeersdoden in 2006. Als we ons echter realiseren dat dit slechts een kwart is van de ruim 3200 verkeersdoden in 1972, is sindsdien al veel bereikt. De Nederlandse overheid streeft naar een verdere reductie tot minder dat 580 verkeersdoden in 2020. De daarvoor noodzakelijke verbeterde verkeersveiligheid zal voor een groot deel moeten komen uit nieuwe voertuigtechnologie die ongevallen helpt voorkomen (actieve veiligheid) en de gevolgen ervan beperkt (passieve veiligheid). Een auto veilig door het hedendaagse verkeer loodsen is geen eenvoudige taak, zeker niet onder slechte weersomstandigheden en bij complexe of onoverzichtelijke verkeerssituaties. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bij het overgrote deel van de verkeersongevallen de oorzaak, minstens ten dele, bij een menselijke fout ligt. Intelligente voertuigsystemen, die met behulp van aan het voertuig verbonden omgevingssensoren het verkeer rond het voertuig monitoren, kunnen de bestuurder assisteren. Als er zich geen bijzonderheden voordoen is de bestuurder het meest gebaat bij informatieve- en comfortverhogende systemen. Als er een gevaarlijke situatie dreigt te ontstaan, komen de veiligheidssystemen in beeld. Naarmate de kans op een ongeval toeneemt, lijkt een grotere mate van ondersteuning (van waarschuwen, via assisteren tot interveniëren) gewenst. Vanwege hun veiligheidskritische karakter moeten actieve veiligheidssystemen voldoen aan hoge eisen ten aanzien van prestatie (hoge nauwkeurigheid), robuustheid (weersomstandigheden en wegcondities) en betrouwbaarheid. Hier liggen enorme uitdagingen in zowel het ontwerp als de evaluatie van dergelijke systemen waaraan het lectoraat Automotive control van Fontys Hogescholen door praktijkgericht onderzoek en vraaggestuurd onderwijs wil bijdragen.
DOCUMENT