De Test Of Environmental Supportiveness (TOES) is ontwikkeld door prof. dr. Anita Bundy en collega’s. De TOES evalueert de invloed van omgevingsaspecten op het spel van kinderen. Het instrument is van belang voor kinderergotherapeuten en andere professionals, omdat het een beoordeling is op activiteiten-/participatieniveau volgens ICF-CY. De TOES kan door ergo-therapeuten worden toegepast in combinatie met de Test of Playfulness (ToP).Het evalueren van de omgeving, als belangrijke factor die ondersteunt of belemmert, is onderdeel van de theoretische basis van theorie die het effect van de omgeving op de dagelijks handelen van kinderen beschrijft. Het evalueren van de invloed van de omgeving met behulp van de TOES geeft inzicht hoe de omgeving te veranderen of aan te passen om de playfulness van het kind te vergroten. We weten dat het veranderen of aanpassen van de fysieke of sociale omgeving vaak passender en effectiever is dan een interventie om het vaardigheidsniveau van het kind te veranderen. De uitkomst op de TOES geeft therapeuten de mogelijkheid om te adviseren over de omgeving bij kinderen die in de ene omgeving meer playfulness laten zien dan in een andere omgeving (bijvoorbeeld thuis beter dan op school). Dit is belangrijk in het geval van spelen omdat dit een zelfgekozen activiteit is en door het veranderen van de omgeving de kind beter kan slagen in de spelactiviteiten van zijn keuze.
On May 16th 2007 CESRT, Hogeschool Zuyd, took the initiative to organise an expert meeting on the subject of “Supervision in de Bachelor and the Master Social Work in Europe”. A group of supervision experts spent a whole day brainstorming and discussing supervision as a teaching method for practical training and professional development, “the state of the art” in Europe, and recent developments in the field. The expert meeting lead to the launching of a network for supervisors involved in Bachelor and Master (BaMa) Social Work programmes in Europe. The prime objective of the network is to exchange experiences and knowledge and furthermore to contribute to the development of supervision theory and practice in the BaMa Social Work. This report examines the reasoning and motivation on the subject. It provides a summary of the main themes, perspectives and a list of participants.
Publicatie naar aanleiding van de door Stadslab European Urban Design Laboratory georganiseerde Master Class met als thematiek het ontwerpen van een Innovative District voor de Poolse stad Lublin. De Master Class werd gevolgd door 8 internationale deelnemers en stond onder supervisie van Didier Rebois (Europan, Parijs), Marc Glaudemans (Fontys) en Juliette van der Meijden (Fontys)
In het project “ADVICE: Advanced Driver Vehicle Interface in a Complex Environment” zijn belangrijke onderzoeksresultaten geboekt op het gebied van het schatten van de toestand en werklast van een voertuigbestuurder om hiermee systemen die informatie geven aan de bestuurder adaptief te maken om zo de veiligheid te verhogen. Een voorbeeld is om minder belangrijke informatie van een navigatiesysteem te onderdrukken, zolang de bestuurder een hoge werklast ervaart voor het autorijden en/of belangrijke informatie juist duidelijker weer te geven. Dit leidt tot een real-time werklast schatter die geografische informatie meeneemt, geavaleerd in zowel een rijsimulator als op de weg. In de ontwikkeling naar automatisch rijden is de veranderende rol van de bestuurder een belangrijk (veiligheids) onderwerp, welke sterk gerelateerd is aan de werklast van de bestuurder. Indien rijtaken meer geautomatiseerd worden, wijzigt de rol van actieve bestuurder meer naar supervisie van de rijtaken, maar tevens met de eis om snel en gericht in te grijpen indien de situatie dit vereist. Zowel deze supervisie als interventietaak zijn geen eenvoudige taken met onderling een sterk verschillende werklast (respectievelijk lage en (zeer) hoge werklast). Of een goede combinatie inclusief snelle overgangen tussen deze twee hoofdtaken veilig mogelijk is voor een bestuurder en hoe dit dan het beste ondersteund kan worden, is een belangrijk onderwerp van huidig onderzoek. De ontwikkeling naar autonoom rijden verandert niet alleen de rol van de bestuurder, maar zal ook de eisen aan het rijgedrag van het voertuig beïnvloeden, de voertuigdynamica. Voor de actieve bestuurder kunnen snelle voertuigreacties op bestuurdersinput belangrijk zijn, zeker voor een ‘sportief’ rijdende bestuurder. Indien dit voertuig ook automatische rijtaken moet uitvoeren, kan juist een meer gelijkmatig rijgedrag gewenst zijn, zodat de bestuurder ook andere taken kan uitvoeren. Dit stelt eisen aan vertaling van (automatische) input naar voertuigreactie en aan de voertuigdynamica. Mogelijk wil zelfs een sportieve bestuurder een meer comfortabel voertuiggedrag tijdens automatisch rijden. Eveneens voor deze twee voertuigtoestanden, menselijke of automatische besturing, moet gezocht worden naar een goede combinatie inclusief (veilige) overgangen tussen deze twee toestanden. Hierbij speelt de werklast en toestand van de bestuurder een doorslaggevende rol. In de geschetste ontwikkelingen in automatisch rijden kunnen de onderzoeksresultaten van ADVICE een goede ondersteuning bieden. Veel van deze ontwikkelingen worstelen met het schatten van de werklast van de bestuurder als cruciaal (veiligheids) aspect van automatisch rijden. De ADVICE resultaten zijn echter gepresenteerd voor beperkt publiek en gepubliceerd op conferenties, waarvan de artikelen veelal slechts tegen betaling toegankelijk zijn. Daarnaast zijn dergelijke artikelen gelimiteerd in aantal pagina’s waardoor de over te dragen informatie beperkt is. Om een betere doorwerking van ADVICE aan ‘iedereen’ te realiseren en tevens de mogelijkheden hiervan in de toekomst van automatisch rijden te plaatsen, willen wij top-up gebruiken om hierover een artikel te schrijven en dit in een peer-reviewed Open Access tijdschrift online toegankelijk te maken. Hierdoor wordt de informatie voor iedereen, gratis toegankelijk (open access), is de inhoud uitgebreider aan te geven (tijdschriftartikel) en is de inhoud en kwaliteit goed en relevant voor het vakgebied (peer-reviewed).
De decentralisatie van zorg naar gemeenten in 2015 heeft er mede voor gezorgd dat ‘de wijk’ een steeds meer prominente plaats inneemt in het zorglandschap. Het is een omgeving die continu verandert. Beweegzorgprofessionals (fysiotherapeuten en oefentherapeuten) ervaren druk om met continue innovatie concurrentievoordeel te bereiken in deze veranderende omgeving. Daarnaast worden ze uitgedaagd om unieke capaciteiten te ontwikkelen die onderscheidend vermogen opleveren (Brexendorf, 2015). Omdat het een grote groep beweegzorgprofessionels ontbreekt aan kennis en kunde om dit voor elkaar te krijgen, werd in 2017 via een SIA RAAK MKB subsidie het project ‘MOVES in de beweegzorg’ gestart. Twee lectoraten van de Hogeschool Utrecht, zo’n 20 eerstelijns beweegzorgpraktijken en twee brancheverenigingen hebben zich ingezet om antwoord te krijgen op de vraag: ‘Hoe kunnen beweegzorgprofessionals inspelen op en bijdragen aan de veranderende zorg in de wijken op een manier die -voor hen als MKB-organisaties- haalbaar en rendabel is?’. Twee intensieve jaren van onderzoek zijn bijna voorbij. Kennis over innoveren en positioneren, specifiek binnen de beweegzorg, is opgehaald via literatuuronderzoek. Deze kennis is gebruikt als basis voor vragenlijsten, interviews en focusgroepen met beweegzorgprofessionals én hun stakeholders in de wijk. Er is inzicht verkregen in beïnvloedbare factoren voor innoveren binnen de beweegzorg en mogelijke positioneringsrichtingen voor beweegzorgpraktijken. De opgedane kennis is gedurende het project ‘teruggegeven’ aan het veld via consortiumbijeenkomsten, een mini-symposium, twee handzame publicaties en inspiratiecolleges aan bachelor/master studenten. Er is daarnaast een prototype in ontwikkeling van de zogenaamde MOVES-toolkit voor ‘Positioneren & Innoveren binnen beweegzorg in de wijk’. De zelfsturende toolkit begeleidt praktijkhouders bij het krijgen van inzicht in het huidige imago van de praktijk, het eigen DNA, relevante doelgroepen & hun behoeften en concurrenten in de wijk. Deze inzichten kunnen praktijken gebruiken om hun positionering te kiezen en innovaties in te richten. Zo kunnen ze een onderscheidende positie innemen in het beweegzorgnetwerk in de wijk.
In de palliatieve terminale zorg is men nog erg terughoudend in de toepassing van telehealth technologie, terwijl voorgaande studies wel de potentiele meerwaarde ervan hebben aangetoond. In deze postdoc aanvraag zal daarom nader onderzoek worden gedaan naar de acceptatie van telehealth in de palliatieve terminale zorg. Het doel van het onderzoek is inzichtelijk maken hoe telehealth ingezet zou moeten worden in de palliatieve terminale zorg opdat het van meerwaarde is in het ondersteunen van; 1) de uitwisseling van informatie tussen zorgvragers en zorgverleners, en 2) de sociale interactie van zorgvragers met familie en naasten. De thematiek van het onderzoek sluit aan bij de onderzoekslijn Technology in Society van het lectoraat Technology, Health & Care. Het lectoraat opereert vanuit de pijler Health & Wellbeing dat onderdeel vormt van de corporate onderzoeksagenda van Saxion getiteld Living Technology'. De postdoc zal onder supervisie van de lector het onderzoek nader gaan uitwerken en uitvoeren. Daarbij zal ook nauwe samenwerking worden gezocht met studenten en de praktijk. Tevens zal de postdoc onderdeel uitmaken van een onderwijsteam opdat vervlechting van onderzoek en onderwijs goed tot stand gaat komen. In grote lijnen zal het onderzoek bestaan uit een literatuurstudie en een studie in de praktijk naar het gebruik en ervaringen van telehealth in de palliatieve terminale zorg. Vervolgens zal nader onderzoek zich richten op het ontwerp van een testopstelling voor de toepassing van telehealth in de praktijk van palliatieve terminale zorg. De postdoc zal zorgdragen dat studentopdrachten worden uitgezet bij diverse opleidingen opdat studenten kennis maken met het doen van onderzoek, en dat inspirerende colleges worden ontwikkeld, ingebed en verzorgd in diverse curricula. Daar waar mogelijk gaan studenten en docenten van verschillende opleidingen samenwerken om de gewenste interdisciplinariteit vorm te geven. Tot slot zal de postdoc in het kader van professionalisering zorgdragen voor kennisoverdracht naar docenten.