Global climate change will result in more extreme heat, drought, and rainfall. The urban environment is particularly vulnerable to these effects. Adaptation to these extreme weather conditions is difficult due to the high complexity of urban land-use patterns and stakeholder configurations. The current practice in the field of urban climate adaptation mainly revolves around the assessment of climatological risks, leaving the question where measures can be implemented under-researched. This study proposes and tests a four-step GIS-based Decision Support Model (DSM) to map the spatial opportunities for adaptation measures in public and private spaces. The DSM was applied to the city of Groningen. The findings revealed that there is a relationship between urban design, climatological risks, and opportunities for adaptation measures, with higher density neighbourhoods showing more opportunities for greening private properties and permeable pavements and lower density neighbourhoods showing opportunities for the implementation of green-blue measures in public space. The application of this DSM can aid urban planners and other stakeholders in mapping spatial opportunities for climate adaptation, that is, allow for more precise site selection for adaptation efforts and for an evaluation of adaptation efforts in different neighbourhood typologies within the urban environment.
DOCUMENT
Self-tracking and automated persuasive eCoaching combined in a smartphone application may enhance stress management among employees at an early stage. For the application to be persuasive and create impact, we need to achieve a fit between the design and end-users’ and important stakeholders’ values. Semi-structured interviews were conducted among 8 employees and 8 human resource advisors to identify values of self-tracking, persuasive eCoaching, and preconditions (e.g., privacy and implementation) for a stress management application, using the value proposition design by Osterwalder et al. Results suggest essential features and functionalities that the application should possess. In general, respondents see potential in combining self-tracking and persuasive eCoaching for stress management via a smartphone application. Future design of the application should mainly focus on gaining awareness about the level of stress and causes of stress. In addition, the application should possess a positive approach besides solely the focus on negative aspects of stress.
DOCUMENT
Een verhaal over de toepassing van automatische beeldherkenning en de detectie van soorten op basis van DNA dat in de omgeving aanwezig is, oftewel eDNA.
DOCUMENT
Bij een aan- of afwezigheidsdetectie zijn de moleculair diagnostische methoden (PCR) sneller dan de klassieke kweekmethode. De detectiegrenzen die de fabrikanten van beide PCR kits aangeven worden ruimschoots gehaald, terwijl detectie bij de klassieke kweekmethode regelmatig bemoeilijkt werd of onmogelijk was door stoorflora. Zowel deze flora als de matrix hebben geen invloed op de detectiegrens van beide PCR kits.
DOCUMENT
Determineren is een belangrijk onderdeel van Integrated Pest Management. Als we niet weten om welk dier het gaat, wetten we niet hoe het leeft, of het schadelijk is en wat we eraan kunnen doen. De meeste determinaties worden aan de hand van uiterlijke kenmerken gedaan, maar er is nog een veelbelovende nieuwe methode: DNA.
DOCUMENT
Het project PreciSIAlandbouw heeft precisielandbouwtechnieken ontwikkeld en gevalideerd op vijf thema's: sensortechnologie, kennis en advies, robotisering, digitalisering, en verdienmodellen. Dit rapport bevat de resultaten van de sensortechnologieën onkruidbestrijding, opbrengstmeting van grasland, vroegtijdige detectie van zoutstress in aardappelgewassen en monitoring van biodiversiteit in de bodem.
DOCUMENT
Het project PreciSIAlandbouw heeft precisielandbouwtechnieken ontwikkeld en gevalideerd op vijf thema's: sensortechnologie, kennis en advies, robotisering, digitalisering, en verdienmodellen. Dit rapport bevat de resultaten van de sensortechnologieën onkruidbestrijding, opbrengstmeting van grasland, vroegtijdige detectie van zoutstress in aardappelgewassen en monitoring van biodiversiteit in de bodem.
DOCUMENT
De afgelopen jaren richt terrorismebestrijding zich meer op het anticiperen op de dreiging die ervan uitgaat. Vroegsignalering van afwijkend gedrag onder jongeren is daarom een belangrijk onderdeel van de aanpak geworden. Eerstelijns professionals die in de haarvaten van de samenleving hun werk doen, worden aangespoord om radicaliseringsprocessen naar gewelddadig gedrag in een vroeg stadium te signaleren. Een rol die ook is toegewezen aan de wijkagent. Tot op heden is echter weinig bekend over hoe lokale politieagenten deze taak naar eigen inzicht oppakken. Ook verschenen in de Sdu uitgave Het tijdschrift voor de Politie 2020(3), 32-35.
LINK
In het kader van het RAAK MKB project Wireless Sensortechnologie bij Calamiteiten van het Saxion Kenniscentrum Design en Technologie - lectoraat Ambient Intelligence - hebben studenten van de minor Ambient Intelligence een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar nieuwe, slimme technologieën om een natuurbrand te detecteren. Van hun uitgebreide verslaglegging geven we in dit rapport de hoofdlijnen weer. Er is uitgegaan van de Nederlandse situatie die geschetst is door de brandweer van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. De mogelijke nieuwe technieken worden beschreven. Als veel belovend komt de technologie van wireless sensornetwerken naar voren.
MULTIFILE
De balans tussen de belastbaarheid van sporters en de belasting moeten zo goed mogelijk afgestemd zijn om optimale trainingseffecten te realizeren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen externe en interne trainingsbelasting, wat duidt op de belasting die extern of intern door de sporter wordt ervaren. Het sturen en bewaken van de balans wordt bij professionele sporters doorgaans verzorgd door (para)medische professionals en/of sportwetenschappers. Doordat er tegenwoordig vele manieren van test- en meettechnologie zijn om o.a. interne en externe belasting te meten is er een grote hoeveelheid aan data beschikbaar in de praktijk, waarvan het verwerken en analyseren arbeidsintensief is. Daarom is er vanuit de praktijk de behoefte om deze data snel inzichtelijk te maken. Vanuit het project is daarom een belastingsmonitor ontwikkeld o.b.v. big data technologieën. Het doel van dit rapport is een praktijkvalidatie van de belastingmonitor. Hierbij wordt enerzijds gekeken naar de verzamelde data door de praktijkpartners en anderzijds wordt onderzocht of veranderingen in ratio's tussen interne:externe belasting een valide manier is om veranderingen in fysieke fitheid te meten?Data door de praktijkpartners zijn op diverse manieren en voor diverse variabelen verzameld. De variabelen zijn onder te delen in de kopjes: (I) individuele kenmerken, (II) externe belasting, (III) interne belasting, (IV) herstel en (V) psychosociale stress. Doordat de diverse sportclubs variabelen verzamelen die zij van belang achten is het niet mogelijk geweest om 1 database op te stellen welke alle variabelen bevat. Hierin zou immers duidelijk moeten zijn wat per variabelen de definitie is, welke per sportclub kan verschillen. Voor toekomstige projecten is het wenselijk om hier uniformiteit in aan te brengen voor aanvang van het project. Dit zal eenvoudiger zijn naarmate ruwe data beschikbaar is, omdat het onwaarschijnlijk is dat de sportclubs hun definities aanpassen. De gebruikte meetinstrumenten en -methodes zijn voor het overgrote deel overeenkomstig uit de wetenschappelijke literatuur en tevens overeenkomstig met de wetenschappelijke standaard. Kanttekening is dat er voor dit rapport geen zicht is op de daadwerkelijke uitvoering van de betreffende metingen.De vraag of de veranderingen in ratio's tussen interne:externe belasting een valide manier is om veranderingen in fysieke fitheid te meten is beantwoord door gebruik te maken van een dataset van 1 voetbalclub (van 3 teams) over 2 seizoenen. Er gekeken of veranderingen in ratio's opgesteld uit diverse maten voor interne belasting (ervaren mate van inspanning en load) en externe belasting (totaal gelopen afstand en totaal gelopen afstand op hoge snelheid) met diverse tijdsintervallen een relatie vertoonden met veranderingen in fysieke fitheid, gemeten met gestandaardiseerde submaximale inspanningstesten. Uit de resultaten bleek dat er geen relatie is gevonden tussen vooraf genoemde variabelen. Er blijken diverse obstakels te zijn waardoor de verandering in ratio’s mogelijk niet correleren met de verandering in interne belasting tijdens fysieke testen. De belastingsmonitor kan dus niet gebruikt worden om fysieke fitheid van sporters inzichtelijk te maken wanneer gekeken wordt naar de opgestelde ratio’s tussen interne en externe belasting. Fysieke testen blijven hiervoor nog steeds noodzakelijk, omdat deze het beste beeld geven van de huidige fysieke fitheid van de sporters. De belastingsmonitor is daarom, voor nu, alleen geschikt voor het afzonderlijk inzichtelijk maken van de diverse variabelen uit de dataset.
DOCUMENT