Personal possessions of nursing home residents can contribute to their sense of home. This study investigated which of the personal belongings were considered most important, and if these items indeed contributed to a sense of home. A qualitative research was conducted with 27 nursing home residents. Photographs, paintings, and pieces of furniture are objects with sentimental value. The television set is valued for its practical function. Residents of larger rooms have more flexibility in bringing along personal items, including pieces of furniture. The results of this study can be used for the design of nursing homes or for making informed choices during the process of institutionalization.
LINK
Super Bowl commercials teach us how to conceive of surveillance. While Apple promises to fight Big Brother with a personal computer, Coca-Cola invites us to think different, i.e. positively about security cameras. The whitewashing of surveillance accompanies the ‘big brotherization’ of Apple. However, the whitewashing may only be a distraction from another more subtle, more effective (and after all more amusing) progression towards a dystopian future: the constant sharing without friction and language and thus without the distance that would allow for reflection and critical thinking. In this essay, I discuss the symbolic value of the year 1984 and its link to the ongoing move from lingual to visual communication. It underlines that the television screen or smartphone is the sibling of the surveillance camera and shows why the dystopian future we fear won’t be like George Orwell’s 1984 or Anthony Burgess’ 1985.
MULTIFILE
De textiel afvalberg groeit gestaag; aan de ene kant wordt er meer geproduceerd, geconsumeerd en afgedankt; aan de andere kant wordt er niet genoeg hergebruikt. Dit vraagt om oplossingen op meerdere niveaus, zowel technische oplossingen als bewustzijns- en gedragsveranderingen. De kleding- en textielsector, een van de meest vervuilende industrieën , werkt hard aan verduurzaming. In het Beleidsprogramma Circulair Textiel 2020-2025, waarmee de Rijksoverheid beoogt voor 2035 de ecologische voetafdruk van de textielsector te halveren, is een grote rol weggelegd voor de thema’s textielrecycling en consumentenbewustwording. Hoewel de toevoer van textielafval groeit, blijven gezonde verdienmodellen voor de verwerking van textielafval achter. De vraag naar gerecycled textiel is gering. In Trashure doet de Haagse Hogeschool in samenwerking met twee mkb-bedrijven onderzoek naar innovatieve en financieel gezonde businessmodellen voor het bereiken van ‘mainstream’ doelgroepen met producten van textielafval. Consortiumpartner i-did is een sociale onderneming die van gerecycled textiel producten maakt met als doel een zo groot mogelijk maatschappelijk bewustzijn creëren aangaande textielconsumptie. De particuliere afzetmarkt voor de producten is klein, omdat ze geen aansluiting vinden bij een groot publiek. In Trashure wordt verkend hoe een groot ‘mainstream’ publiek bereikt kan worden met producten van textielafval en welke rol design hierin kan spelen. Om deze reden wordt een samenwerking opgezet met duurzame couture ontwerper Ronald van der Kemp (RVDK). Trashure heeft een tweeledig doel: het vergroten van bewustzijn aangaande textielconsumptie en het herwaarderen van textielafval, en het vercommercialiseren van een toegankelijke productlijn met als primaire grondstof textielafval. Het beoogde resultaat is een sustainable business case voor Trashure en een generiek businessmodel waarin de rol van design voor de vercommercialisering en brede acceptatie van circulair textiel centraal staat. De intentie achter de samenwerking is om als voorbeeld functie te fungeren van hoe circulair textiel vermarkt en vercommercialiseerd kan worden.