Despite the widely held notion that processes of radicalization tend to happen in relation to others, systematic evidence on the social context in which actors meet and form ties is scarce. This is problematic, as without a more thorough understanding of the relational dimension of radicalization, any strategy to intervene may turn out less effective than perhaps hoped for. Based on our access to detailed police information on eleven Dutch Salafi-Jihadi networks (2001–2014; 273 actors), this article presents a descriptive analysis of the social context in which actors meet and form ties. In most networks, we observe pre-existing family and friendship ties, actors to frequent Salafi mosques and radicalizing settings, and committed actors engaged in functional roles. We also find indications for these elements to facilitate actors to form ties. It is important to note however that we also observe exceptions, both in terms of prevalence and impact of the relational factors we study. In the article, we describe our detailed empirical findings and reflect on the (differential) social context is which actors participating in Dutch Salafi-Jihadi networks meet and form ties.
Frontline professionals such as social workers and civil servants play a crucial role in countering violent extremism.Because of their direct contac twith society,first liners are tasked with detecting individuals that may threaten national security and the democratic rule of law. Preliminary screening takes place during the pre-crime phase. However, without clear evidence or concrete indicators of unlawful action or physical violence, it is challenging to determine when someone poses a threat. There are no set patterns that can be used to identify cognitive radicalization processes that will result in violent extremism. Furthermore, prevention targets ideas and ideologies with no clear framework for assessing terrorism-risk. This article examines how civil servants responsible for public order, security and safety deal with their mandate to engage in early detection, and discusses the side effects that accompany this practice. Based on openinterviews with fifteen local security professionals in the Netherlands, we focus here on the risk assessments made by these professionals. To understand their performance, we used the following two research questions: First, what criteria do local security professionals use to determine whether or not someone forms a potential risk? Second, how do local security professionals substantiate their assessments of the radicalization processes that will develop into violent extremism? We conclude that such initial risk weightings rely strongly on ‘gut feelings’ or intuition. We conclude that this subjectivitymayleadto prejudiceand/oradministrativearbitrariness in relationtopreliminary risk assessment of particular youth.
In the literature about web survey methodology, significant eorts have been made to understand the role of time-invariant factors (e.g. gender, education and marital status) in (non-)response mechanisms. Time-invariant factors alone, however, cannot account for most variations in (non-)responses, especially fluctuations of response rates over time. This observation inspires us to investigate the counterpart of time-invariant factors, namely time-varying factors and the potential role they play in web survey (non-)response. Specifically, we study the effects of time, weather and societal trends (derived from Google Trends data) on the daily (non-)response patterns of the 2016 and 2017 Dutch Health Surveys. Using discrete-time survival analysis, we find, among others, that weekends, holidays, pleasant weather, disease outbreaks and terrorism salience are associated with fewer responses. Furthermore, we show that using these variables alone achieves satisfactory prediction accuracy of both daily and cumulative response rates when the trained model is applied to future unseen data. This approach has the further benefit of requiring only non-personal contextual information and thus involving no privacy issues. We discuss the implications of the study for survey research and data collection.
Hogeschool Utrecht en politie Midden-Nederland werken samen in een community of practice om politiemedewerkers te professionaliseren en studenten te enthousiasmeren voor een carrière bij de politie. In COP komen deze activiteiten samen.Doel Vanuit een convenant tussen politie Midden-Nederland, lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid en het Instituut voor Veiligheid komen politiepraktijk, onderzoek en onderwijs samen in een community of practice. De politie wil bijscholing op onderwerpen waar de HU expertise heeft. Daarnaast krijgen studenten een unieke inkijk in de politiepraktijk waardoor de instroom van nieuwe politieprofessionals wordt vergroot. Relevantie “Door afstemming over belangrijke maatschappelijke thema’s in het veiligheidsdomein met de politie en ketenpartners zal er meer direct relevant, praktijkgericht onderzoek worden gedaan. De samenwerking biedt ons verder mogelijkheden om potentiële politiemedewerkers en talenten te werven en om studenten te helpen in hun eigen ontwikkeling.” (Politie Midden-Nederland) Activiteiten Vakdagen voor hulpofficieren van justitie & onderzoek naar hun ontwikkelbehoeften; Onderzoek naar ontwikkelbehoeften van operationeel experts; Werven in de wijk; Doorlopend studentonderzoek in verschillende politieteams: in beeld brengen wat jongvolwassenen weerhoudt of juist aantrekt om bij de politie te gaan werken Ook zo nieuwsgierig naar wat de politie nu allemaal écht doet? COP Talks: Tijdens COP Talks krijg je een exclusieve kijk in de keuken van deze bijzondere organisatie. Voor HU-studenten door politieprofessionals: De tramaanslag; Terrorisme in beeld; Achter de zedenzaak. COP Walks: Excursies naar de politie: studenten zien en horen de praktijk van binnenuit; Utrecht-Zuid – gebiedsgebonden politiewerk; Amersfoort – grootschalig optreden en evenementen. Almere – cold case team. 4x per jaar Platform Paardenveld waarin dragers van het convenant uitwisselen over actuele thema’s en gezamenlijke activiteiten. Studentopdrachten Wij zijn graag ‘makelaar’ tussen politiepraktijk en studenten. Heb je een mooie stageopdracht of onderzoeksvraag? Neem dan contact met ons op. Looptijd 01 januari 2022 - 31 december 2025
Terrorisme en drugs vormen een risico voor Nederlandse zeehavens en de zich daar bevindende schepen. De douane voert onder water inspecties uit ter bestrijding van dat risico. Deze inspecties met behulp van duikers zijn kostbaar en tijdrovend voor douane en koopvaardij. De Topsector Logistiek heeft het bedrijfsleven en de douane opgeroepen samen te werken bij de ontwikkelingen van nieuwe concepten. Binnen het voorliggende KIEM Logistiek projectvoorstel beoogt NHL Hogeschool een boundary research uit te voeren voor een innovatieve onder water dome ter oplossing van het gesignaleerde praktijkprobleem bij onder water inspecties. Dit onderzoek vormt een samenwerking tussen onderzoekers en studenten van NHL Hogeschool, het bedrijfsleven en de douane. Doel is een onder water dome daadwerkelijk te ontwikkelen binnen een aansluitend Raak project.
Burgerschapsonderwijs wordt in een polariserende samenleving steeds belangrijker. Een uitdaging is het bespreken van maatschappelijk gepolariseerde vraagstukken, zoals zwarte piet, terrorisme en migratie, en daarmee bij te dragen aan de burgerschapsvorming van jongeren. Docenten zijn zoekende naar manieren om deze onderwerpen te behandelen. Met dit onderzoek willen we meer inzicht krijgen in de manieren waarop docenten vorm kunnen geven aan kritische dialogen over maatschappelijke gepolariseerde vraagstukken. Er wordt daarbij specifiek aandacht besteed aan het aanleren van basisvaardigheden en -houdingen voor dialoog. Een consortium van HvA, UvA, scholen van onder meer de Scholenpanels Burgerschap, de NVLM, VGN en Dialooggroep Burgerschap Amsterdam, gaat een interventie ontwikkelen gericht op het bespreken van deze onderwerpen voor alle maatschappijvakken in vmbo en havo/vwo. In het project wordt onderzocht wat de effecten zijn van de interventie op het burgerschap van leerlingen waarbij docenten hebben deelgenomen aan een professionaliseringstraject. In fase 1 van het project wordt, uitgaande van de kaders van de wetenschappelijke literatuur, samen met expertdocenten een prototype van de interventie bestaande uit handelingsprotocollen (gericht op basisvaardigheden en -houdingen voor dialoog), lessenseries (gericht op het voeren van kritische dialogen over maatschappelijk gepolariseerde vraagstukken) en een professionaliseringstraject ontwikkeld. In fase 2 worden interventie en professionaliseringstraject uitgeprobeerd, geëvalueerd en bijgesteld. In fase 3 wordt de effectiviteit van de ontwikkelde interventie onderzocht onder een grote groep docenten en leerlingen in een quasi-experimenteel design met een voormeting, nameting, retentiemeting en controlegroep. Het onderzoek levert kennis op over hoe docenten maatschappelijke gepolariseerde vraagstukken effectief kunnen inzetten om de burgerschapsvorming van leerlingen te bevorderen. Daarbij levert het project evidence-based handelingsprotocollen, lessenseries en een professionaliseringstraject op voor docenten van de maatschappijvakken in het voortgezet onderwijs. De lesmaterialen zijn zo vormgegeven dat ze toepasbaar zijn bij uiteenlopende maatschappelijk gepolariseerde vraagstukken die docenten in hun lessen aan de orde willen stellen.