Uit de conclusie van het proefschrift : " De centrale vraag is opgedeeld in vier onderzoeksvragen. Aan de hand van deze onderzoeksvragen wordt een antwoord op de centrale vraag gegeven. 1 Wat zijn de principes van de Stichting Architecten Research (SAR) en gerelateerde concepten en welke aspecten zijn hieruit af te leiden om de toekomstbestendigheid van renovatieconcepten te beoordelen? 2 Welke overige factoren zijn van invloed op de toekomstbestendigheid van renovatieconcepten en welke aspecten zijn hieruit af te leiden om de toekomstbestendigheid van renovatieconcepten te beoordelen? 3 Welke renovatieconcepten worden er anno 2015 in Nederland aangeboden? 4 Op welke wijze voldoen de renovatieconcepten aan de aspecten die bepalend zijn voor de toekomstbestendigheid? Dit onderzoek is een evaluerend onderzoek naar 25 renovatieconcepten. Het doet geen aanbevelingen aan de conceptontwikkelaars. De 25 aangedragen concepten moeten verder onderzocht worden om de toepasbaarheid van elk van de aspecten nauwkeuriger te beschrijven en gerichter van aanbevelingen te kunnen voorzien. Zo is verder onderzoek naar de aanpasbaarheid van de installaties in combinatie met de verwachte klimatologische veranderingen een onderzoeksgebied. "
DOCUMENT
Het waarborgen van de beroepsbekwaamheid van toekomstig gediplomeerden is voor opleidingen met een beroepsoriëntatie in hoger onderwijs een actueel en weerbarstig vraagstuk. Wereldwijde trends, ontwikkelingen en (innovaties) beïnvloeden de beroepshandelingen sneller dan ooit. Dit artikel biedt een praktische handreiking om stapsgewijs en continu de eisen aan de beroepsbekwaamheid in kaart te brengen, die met name geschikt is voor brede opleidingen, maar ook aangrijpingspunten biedt voor beroepsspecifieke opleidingen zoals bedrijfseconomie, bedrijfskunde en commerciële economie. Dit gebeurt met behulp van de vier perspectieven van de evidence-based practice en de operationalisering van deze eisen in learning outcomes. Daarnaast biedt dit artikel een visie op de rol die landelijke overleggen en lectoraten daarbij kunnen spelen.
DOCUMENT
De provincie Groningen heeft HanzePro gevraagd om een verkenning te doen naar de stand van zaken binnen de restauratiebranche in Groningen, met aandacht voor onderwijs, arbeidsmarkt en innovaties. Het doel van de verkenning is om te komen tot een realistisch en gezamenlijk beeld van de huidige situatie en wat vervolgens nodig is om de restauratiebranche in de provincie Groningen toekomstbestendig te maken. In het voorliggende rapport is de verkenning en haar uitkomsten beschreven.
DOCUMENT
Het toenemend gebruik van AI-toepassingen binnen de gezondheidszorg levert een complex vraagstuk op ten aanzien van de toekomstbestendigheid van opleiden: werkzaamheden en verantwoordelijkheden van betrokken zorgprofessionals veranderen, evenals de mate waarin en de wijze waarop zij (interdisciplinair) samenwerken. Dit beïnvloedt de behoefte en noodzaak voor scholing, zowel voor studenten als voor reeds werkzame zorgprofessionals.
DOCUMENT
Vraaggericht werken is dé manier om werklocaties te (her)ontwikkelen. Dit boek laat aan de hand van een showcase van zeven succesvolle herstructureringsprojecten van bedrijventerreinen zien waarom deze stelling goed verdedigbaar is. Het resultaat van effectief gebruik van vraaggerichte werkwijzen in deze cases is namelijk heel positief. Sterke combinaties van business- en value cases, die tastbaar bijdragen aan sociaaleconomische vitaliteit en integrale toekomstbestendigheid van de werklocaties, zijn ontwikkeld. Er zijn daarbij concrete effecten bereikt, zoals verbeterde vestigingsfactoren, nieuwe bedrijvigheid, toename in werkgelegenheid en het verminderen van leegstand. Open access CC-BY
MULTIFILE
Uit interviews met meer dan 60 studenten van diverse mbo-opleidingen blijkt dat studenten de meerwaarde zien van leeromgevingen die school en de praktijk dichterbij elkaar brengen. Maar als de begeleiding niet op orde is, ervaren zij al snel dat ze gratis werk verrichten.Veel werkveldpartners zien de toekomstbestendigheid van hun sector en het maatschappelijk belang als voornaamste reden om samen met een mbo-instelling een leeromgeving op te zetten waarbij school en de praktijk dichtbij elkaar worden georganiseerd. Bij het ontbreken van een gezamenlijke visie en aanpak bestaat het risico dat studenten vooral als ‘extra handjes’ worden ingezet en vallen de resultaten van het gezamenlijk opleiden tegen.
DOCUMENT
Background: Dermoscopy is known to increase the diagnostic accuracy of pigmented skin lesions (PSLs) when used by trained professionals. The effect of dermoscopy training on the diagnostic ability of dermal therapists (DTs) has not been studied so far. Objectives: This study aimed to investigate whether DTs, in comparison with general practitioners (GPs), benefited from a training programme including dermoscopy, in both their ability to differentiate between different forms of PSL and to assign the correct therapeutic strategy. Methods: In total, 24 DTs and 96 GPs attended a training programme on PSLs. Diagnostic skills as well as therapeutic strategy were assessed, prior to the training (pretest) and after the training (post-test) using clinical images alone, as well as after the addition of dermatoscopic images (integrated post-test). Bayesian hypothesis testing was used to determine statistical significance of differences between pretest, post-test and integrated post-test scores. Results: Both the DTs and the GPs demonstrated benefit from the training: at the integrated post-test, the median proportion of correctly diagnosed PSLs was 73% (range 30–90) for GPs and 63% (range 27–80) for DTs. A statistically significant difference between pretest results and integrated test results was seen, with a Bayes factor>100. At 12 percentage points higher, the GPs outperformed DTs in the accuracy of detecting PSLs. Conclusions: The study shows that a training programme focusing on PSLs while including dermoscopy positively impacts detection of PSLs by DTs and GPs. This training programme could form an integral part of the training of DTs in screening procedures, although additional research is needed.
DOCUMENT
Abstract Background Dermoscopy is known to increase the diagnostic accuracy of pigmented skin lesions (PSLs) when used by trained professionals. The effect of dermoscopy training on the diagnostic ability of dermal therapists (DTs) has not been studied so far. Objectives This study aimed to investigate whether DTs, in comparison with general practitioners (GPs), benefited from a training programme including dermoscopy, in both their ability to differentiate between different forms of PSL and to assign the correct therapeutic strategy. Methods In total, 24 DTs and 96 GPs attended a training programme on PSLs. Diagnostic skills as well as therapeutic strategy were assessed, prior to the training (pretest) and after the training (post-test) using clinical images alone, as well as after the addition of dermatoscopic images (integrated post-test). Bayesian hypothesis testing was used to determine statistical significance of differences between pretest, post-test and integrated post-test scores. Results Both the DTs and the GPs demonstrated benefit from the training: at the integrated post-test, the median proportion of correctly diagnosed PSLs was 73% (range 30–90) for GPs and 63% (range 27–80) for DTs. A statistically significant difference between pretest results and integrated test results was seen, with a Bayes factor>100. At 12 percentage points higher, the GPs outperformed DTs in the accuracy of detecting PSLs. Conclusions The study shows that a training programme focusing on PSLs while including dermoscopy positively impacts detection of PSLs by DTs and GPs. This training programme could form an integral part of the training of DTs in screening procedures, although additional research is needed
DOCUMENT
In dit rapport beschrijven we de onderzoeksresultaten van het project ‘Toekomstbestendig Sociaal Ondernemen’. Sociale ondernemingen staan voor de continue uitdaging om hun commerciële en sociale doelen in balans te houden. Door het organiseren en behouden van deze balans kunnen sociale ondernemingen blijven bijdragen aan een betere arbeidsmarktpositie voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt en hierin verder groeien en professionaliseren. Er is echter niet één manier om dit te doen en de onderlinge verschillen tussen sociale ondernemingen zijn groot.Via interviews en leernetwerken zijn spanningen en uitdagingen op de thema’s organisatie, personeel, begeleiding, leiderschap en inkomsten vertaald naar concrete voorbeelden en naar factoren die de toekomstbestendigheid van sociale ondernemingen kunnen vergroten: de succesfactoren.
DOCUMENT
Binnen het project Future-Proof Retail werden acht labformules ontworpen en getest. Het EHBR(etail) lab bleek een van de drie succesformules te zijn: alle betrokken stakeholders hebben deze vorm van samenwerking beoordeeld als heel positief. Tussen 2018 en 2020 vonden zes edities van het lab plaats in verschillende gemeenten in Zuid-Holland. Hierbij had De Haagse Hogeschool de leiding. Onder regie van de opleiding Ondernemerschap & Retail Management werden derde jaarsstudenten via een minor ingezet. De bedoeling van deze handleiding is om te zorgen voor een opschaling van het EHBR(etail) lab in meerdere Nederlandse regio’s en in samenwerking met andere hogescholen en mbo-onderwijsinstellingen. Hierbij is het belangrijk om te realiseren dat de regierol niet alleen specifieke expertise en ervaring in businessmanagement vraagt, maar ook een serieuze investering in tijd en geld. Bovendien is intensieve inzet van hbo-studenten nodig: twee dagen per week gedurende een semester, of minimaal een onderwijsblok van tien weken. Tijdens het living lab worden retailers geactiveerd en kan er een nieuw of aangepast businessmodel ontstaan. Zowel voor individuele retailers of een heel winkelgebied. De verschillende vragen die wor den opgepakt in een EHBR(etail) lab, zijn veel breder dan de vragen bij andere labs. Het inhoudelijke proces is compleet anders dan bij een Hype lab en Lab Circularity, namelijk iteratief - hierbij verwij zen wij graag naar de handleidingen van deze twee labs. Studenten doen met de eerste (hulp)vraag van de individuele retailer of van een heel winkelgebied als startpunt een empathisch onderzoek naar de omgeving. Ze gaan op zoek naar de vraag achter de vraag: wat is nu eigenlijk het probleem of de uitdaging van de ondernemer of het collectief? In het EHBR(etail) lab werken hbo-studenten, bij voorkeur samen met mbo-studenten, met onder zoekers en het bedrijfsleven aan innovatief onderzoek. Dat gebeurt in een zogenaamde quadruple helix-omgeving (zie figuur 1). In cocreatie ontwikkelen de verschillende partijen praktische tools. Gemiddeld nemen vijf tot twintig retailers deel aan een lab. Samen met de studenten doen ze bijvoorbeeld onderzoek naar de relevantie van de deelnemende retailers voor bestaande en nieuwe klanten. De studenten lichten bestaande businessmodellen inclusief ‘customer journey’ door. Het lab werkt in sprints van zes à tien weken, en de deelnemers hanteren de methode van design thinking. Het succes van het lab bleek namelijk in grote mate samen te hangen met de design-thinking skills van de betrokken studenten en docenten. Studenten die in labs het probleem van ondernemers en medewerkers konden herkaderen (het probleem áchter het probleem boven tafel wisten te krijgen), konden veel waarde toevoegen aan het leerproces van de ondernemer. Zeker omdat zij volgens design thinking verbeterplannen ook concreet konden toepassen en uittesten in experimenten.
DOCUMENT