Toekomstonderzoek Van trends naar scenarioplanning De toekomst bestaat niet, maar nadenken over de toekomst, met behulp van extrapolaties, fantasie en verkenningen via scenario, kan een bron zijn van inspiratie en creativiteit. Het boek Toekomstonderzoek van Boudewijn Raessens is daar geschikt voor!
DOCUMENT
Introductie van het lectoraat Futures Research & Trendwatching.
DOCUMENT
Rob Brons, voorzitter van het College van Bestuur van De Haagse Hogeschool van 2010 tot 2014, heeft grote interesse voor de toekomst van leren en de rol van het hbo daarin. Vanuit die interesse initieerde hij in 2012 een onderzoek met als vraag: ‘Wat is de toekomst van leren en welke rol speelt de hogeschool daarin?’ dat werd uitgevoerd door Rianne Valkenburg, lector Designerly Innovation, met een multidisciplinaire groep studenten van De Haagse Hogeschool. Bij het afscheid van Rob Brons is vrijwel dezelfde vraag voorgelegd aan alle lectoren: ‘Welke veranderingen signaleer je in de samenleving op het terrein van je lectoraat en wat betekent dat voor het hbo?’ [
DOCUMENT
Introduction (author supplied) : In this paper we propose future mapping, an alternative approach to futures research. With future mapping we intend to overcome some of the main problems that we encountered when applying scenario thinking in the area of product design and innovation. Future mapping attempts to develop multi-layered maps of possible futures, which can be used by pro-active companies and innovation teams as an instrument to ‘navigate’ the future (Munnecke & Van der Lugt, 2006). The approach invites designers to apply their analytical, creative and emphatical skills in a dialogue about future opportunities that lay ahead. In the past few years we have taught and applied the future mapping approach with various groups of Master’s level engineering students, both in The Netherlands and Denmark. We have altered and adjusted the approach as we learned from these experiences. In this paper we will describe the current state of the approach. The paper is not meant to provide a deep theoretical overview or a thorough empirical study. Rather it is meant to provide a hands-on process description to inform about the method and to enable anyone to apply future mapping. After describing why we think future mapping is a promising direction for futures research, we will provide a concise overview of the process steps involved. Then we will describe one student project as a case example. We will discuss the various types of future maps produced by the students. We will conclude by making some general observations about using future mapping as a method for futures research, and by proposing some directions for future work.
DOCUMENT
Om goed in te spelen op complexe ontwikkelingen in onze snel veranderende samenleving, hebben organisaties hulp en handvatten nodig. In dit artikel wordt daartoe een driestapsaanpak beschreven voor het inzetten van toekomstscenario’s bij strategievorming: identificeren van drivers for change; toekomstscenario’s creëren en toekomstscenario’s toepassen. Deze aanpak is in de praktijk toegepast, drie van deze praktijkcases worden hier beschreven: ‘Grafimedia 3.0’; ‘The food after tomorrow’ en ‘Een leefbare stad Eindhoven 2030’. Op basis van de resultaten uit deze cases en de verschillen en overeenkomsten ertussen kunnen de volgende aanbevelingen worden gegeven: de tijdshorizon van de toekomstscenario’s moet aansluiten bij de urgentie van de opdrachtgever; adequate begeleiding bij het toepassen van de toekomstscenario’s is onmisbaar en het is belangrijk om actief te zijn in het verbeelden van de toekomst, voor zowel de makers van de toekomstscenario’s als voor de opdrachtgever. In order to comply with the complex and rapid developments of our society when directing an organization, policymakers need help and guidance. To offer these, this article describes a three-step approach for using future scenarios in strategy development: the identification of drivers for change, the creation of future scenarios and the practical application of these future scenarios. This approach has been used in real life and three of these cases are described here: ‘Grafimedia 3.0’; ‘The food after tomorrow’ and ‘Een leefbare stad Eindhoven 2030’ (‘A livable Eindhoven in 2030’). The following recommendations can be derived based on the case results and their differences and similarities: the time scale of the future scenarios should match the urgency of the client’s situation, adequate tutoring in the practical application of the future scenarios is essential and, lastly, it is important, not only for the creators of the future scenarios but also for the client, to imagine the future in an active fashion.
DOCUMENT
This research paper looks at a selection of science-fiction films and its connection with the progression of the use of television, telephone and print media. It also analyzes statistical data obtained from a questionnaire conducted by the research group regarding the use of communication media.
DOCUMENT
De Politieacademie heeft binnen het politiebestel de taak om wetenschappelijk onderzoek te verrichten en uit te besteden ten behoeve van de politie. Met ingang van 2015 is de strategische onderzoeksagenda voor de politie leidend voor dit onderzoek (Janssen & Venderbosch, 2014). De Politieacademie formuleert deze agenda met input van de Nationale Politie en wetenschappers en de minister van V&J stelt hem vast. De Politieacademie krijgt daarmee de verantwoordelijkheid voor de programmering van het onderzoek ten behoeve van de politie. Een belangrijk aspect van de zorg voor kwaliteit van het onderzoek is de doorwerking van politiekundige kennis in het politieonderwijs en de politiepraktijk. Om deze taak goed op zich te kunnen nemen wil de directeur Kennis & Onderzoek van de Politieacademie inzicht krijgen in de verschillende vormen van politiegerelateerd onderzoek in Nederland
DOCUMENT
Het Samen Opleiden traject De Noord- Hollandse SamenScholing (NHS) is een samenwerking tussen pabo Inholland Alkmaar en vijf schoolbesturen in het primair onderwijs uit de regio. Het doel is om studenten op te leiden tot reflectieve, contextbewuste leraren. Dit opleiden gebeurt in een hybride leeromgeving waarin opleiding en werkveld samenwerken in leerteams. De op deze wijze opgeleide leraren benutten onderzoekend vermogen in hun dagelijks handelen om continue af te kunnen stemmen op wat leerlingen nodig hebben. Deze leerteams bestaan uit eersteen tweedejaarsstudenten, een instituuts- en een schoolopleider. Het lectoraat De Pedagogische Opdracht (DPO) van Inholland legde de theoretische basis voor het definiëren en bevorderen van de reflectieve en contextbewuste professionaliteit van de (aanstaande) leraren en voor het definiëren van de plaats en functie van onderzoekend vermogen in dit proces. Daarnaast volgden de onderzoekers van het lectoraat DPO de leerteams gedurende het eerste jaar om middels actieonderzoek te verkennen hoe reflectiviteit en contextbewustzijn bij studenten versterkt kan worden en hoe zij hiervoor hun onderzoekend vermogen kunnen benutten. Er is in kaart gebracht wat dit betekent voor het samen werken en leren in leerteams en wat dit betekent voor de rol van de lerarenopleider. In dit artikel gaan we allereerst dieper in op de concepten die in het ontwerp en de werkwijze van de leerteams als theoretische basis zijn benut. Vervolgens lichten we toe op welke wijze de onderzoekers met de lerarenopleiders in de leerteams hebben samengewerkt, hoe het proces is verlopen, welke keuzes zijn gemaakt en wat de inzichten zijn. De citaten die de theorie illustreren zijn afkomstig uit actieonderzoek dat onderzoekers van het lectoraat samen met de lerarenopleiders hebben verricht.
DOCUMENT
Rond 2015 werd middels practoraten een start gemaakt met het realiseren van een duurzame verbinding tussen praktijkonderzoek en onderwijsverbetering in het mbo. Een practoraat is een expertiseplatform binnen een mbo-instelling waar praktijk(gericht) onderzoek wordt uitgevoerd. Doel is het bijdragen aan onderwijsvernieuwing en verspreiden van kennis. Voor het bereiken van dit doel wordt van practoraten verwacht dat ze kennisbenutting van practoraatsopbrengsten in scholen stimuleren. De praktijkvraag was hoe practoraten aan deze verwachting kunnen voldoen. In voorliggend onderzoek is een model dat kennisbenutting als dynamische interactie adresseert gehanteerd om het proces van kennisbenutting in de context van practoraten te begrijpen en te bevorderen. Het onderzoek richt zich op de vraag welke strategieën practoren hanteren om kennisbenutting bij docenten(teams) te stimuleren, en welke strategieën docenten(teams) hanteren om kennis te benutten. Het onderzoeksdesign wordt gekenmerkt door het verbinden van activiteiten en praktische inzichten van practoraten in mbo-instellingen met onderzoeksactiviteiten en wetenschappelijke inzichten. Er zijn diverse kwalitatieve en kwantitatieve methoden van dataverzameling ingezet. We concluderen dat het model van kennisbenutting als een dynamische interactie zowel passend is voor de wijze waarop practoren kennisbenutting willen stimuleren en als wijze waarop docenten(teams) opbrengsten van practoraten benutten.
DOCUMENT
Een competent NT2-docent houdt ontwikkelingen in zijn/haar vakgebied bij: professionaliseren is een must. Wanneer onderwijsprofessionals kennisnemen van inzichten uit onderzoek over wat werkt (en wat niet), kunnen zij hun onderwijs ‘evidence-informed’ vormgeven en vernieuwen. Dat vereist natuurlijk wel dat docenten weten wat werkt en daarvoor is toegang tot wetenschappelijke kennis nodig. Internationaal onderzoek laat echter zien dat het professionals in de onderwijspraktijk vaak schort aan tijd en middelen om kennis te nemen van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Een gevolg daarvan zou kunnen zijn dat het onderwijs te weinig vernieuwt en/of dat vernieuwingen die wel plaatsvinden niet evidence-informed zijn. De onderwijsinspectie concludeerde recent dat het lerend vermogen van het onderwijs inderdaad relatief klein is in vergelijking met andere disciplines, en dat onderwijsvernieuwing te weinig systematisch plaatsvindt en onvoldoende duurzaam is (Inspectie van het onderwijs, 2019). Daar zijn ongetwijfeld vele redenen voor, maar één ervan is dat de afstand tussen onderwijs en onderzoek vrij groot is. Er vindt nog weinig kennisdeling plaats tussen wetenschap en de onderwijspraktijk in vergelijking met sommige andere disciplines.
DOCUMENT