Spreadsheets are known to be error-prone. Over the last decade, research has been done to determine the causes of the high rate of errors in spreadsheets. This paper examines the added value of a spreadsheet tool (PerfectXL) that visualizes spreadsheet dependencies and determines possible errors in spreadsheets by defining risk areas based on previous work. This paper will firstly discuss the most common mistakes in spreadsheets. Then we will summarize research on spreadsheet tools, focussing on the PerfectXL tool. To determine the perceptions of the usefulness of a spreadsheet tool in general and the PerfectXL tool in particular, we have shown the functionality of PerfectXL to several auditors and have also interviewed them. The results of these interviews indicate that spreadsheet tools support a more effective and efficient audit of spreadsheets; the visualization feature in particular is mentioned by the auditors as being highly supportive for their audit task, whereas the risk feature was deemed of lesser value.
LINK
The Material Sample Management Tool is a label generator and database to support creative communities in documenting and sharing material experiments. It was designed around the idea of collaboratively building an archive of alternative design materials with an emphasis on materials that are easily renewable, reusable, (home) compostable within 90 days, locally abundant and make use of local waste streams. The open-source tool, which functions as a collaborative archive as well as label generator to help showcase material experiments, was developed to help any community of creatives (especially students) share them with peers online and offline, and showcase them the physical material wall in their shared workspaces, studios and tool shops.The “Material Sample Management Tool” was developed in 2020-2021 by AUAS computer engineering students Alec Wouda, Sam Overheul, Kostas Mylothridis, Mitchell de Vries and Jarno van der Velde, with wonderful guidance from Okechukwu Onwunli and the teaching team of the Enterprise Web Applications semester course.Entries into the material archive are produced by students in several courses at AUAS.This tool is part of a larger material archiving project funded by NWO by means of a Comenius Teaching Fellowship awarded to senior lecturer and researcher Loes Bogers. In close collaboration with Textile Lab Amsterdam at Waag, a dedicated project team consisting of design educators, researchers and partners at Waag will develop archiving tools for sharing research into sustainable design materials in higher education. The project is inspired by, and a continuation of the Material Archive developed at Waag by Cecilia Raspanti, Maria Viftrup and other (2017-2019). The project will run until January 2022.The project is further supported by the AUAS learning community on Critical Making and Research through Design: a partnership between the Amsterdam Fashion Institute and various research groups at the Amsterdam University of Applied Sciences: Fashion Research & Technology Visual Methodologies Collective Play and Civic MediaCC BY-NC-SA 4.0 (Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0)
LINK
Evaluating an (implemented) Business Rules Management Solution (BRMS) is not a frequently conducted process within organizations. A tool is needed, which supports this process and supports future BRMS implementations. A literature study is conducted on the relevant building blocks of a BRMS. The results are validated through qualitative expert interviews. This resulted in the BRMS analysis tool that can be utilized to structure the analysis for one or multiple BRMS implementations. Next, the BRMS analysis tool is applied at 13 organizations that implemented a BRMS. The BRMS analysis tool provides the BRMS implementation stakeholders with a tool that structures, in a systematic and controlled way, that is capable to analyze a BRMS implementation for one or multiple organizations. This research contributes to structured and managed information which is important for better business and IT alignment. Furthermore, structured and managed information contributes towards the easier creation of a business case.
Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven (laaggeletterden) zijn ondervertegenwoordigd in onderzoek, waardoor een belangrijke onderzoekspopulatie ontbreekt. Dit is een probleem, omdat zorgbeleid dan onvoldoende op hun behoeften wordt aangepast. Laaggeletterden hebben vaak een lage sociaal economische positie (SEP). Mensen met een lage SEP leven gemiddeld 4 jaar korter en 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid vergeleken met mensen met een hoge SEP. Om laaggeletterden te betrekken in onderzoek, is het o.a. nodig om onderzoek toegankelijker te maken. Dit project draagt hieraan bij door de ontwikkeling van een toolbox voor toegankelijke (proefpersonen)informatie (pif) en toestemmingsverklaringen. We ontwikkelen in co-creatie met de doelgroep toegankelijke audiovisuele materialen die breed ingezet kunnen worden door (gezondheids)onderzoekers van (zorggerelateerde) instanties/bedrijven én kennisinstellingen voor de werving voor en informatieverstrekking over onderzoek. In de multidisciplinaire samenwerking met onze partners YURR.studio, Pharos, Stichting ABC, Stichting Crowdience, de HAN-Sterkplaats en de Academische Werkplaats Sterker op eigen benen (AW-SOEB) van Radboudumc stellen we de behoeften van de doelgroep centraal. Middels creatieve sessies en gebruikerservaringen wordt in een iteratief ontwerpende onderzoeksaanpak toegewerkt naar diverse ontwerpen van informatiebrieven en toestemmingsverklaringen, waarbij de visuele communicatie dragend is. Het ontwikkelproces biedt kennisontwikkeling en hands-on praktijkvoorbeelden voor designers en grafisch vormgevers in het toegankelijk maken van informatie. Als laaggeletterden beter bereikt worden d.m.v. de pif-toolbox, kunnen de inzichten van deze groep worden meegenomen. Dit zorgt voor een minder scheef beeld in onderzoek, waardoor (gezondheids)beleid zich beter kan richten op kwetsbare doelgroepen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het verkleinen van gezondheidsverschillen.
Middels een RAAK-impuls aanvraag wordt beoogd de vertraging van het RAAK-mkb project Praktische Predictie t.g.v. corona in te halen. In het project Praktische Predictie wordt een prototype app ontwikkeld waarmee fysiotherapeuten in een vroeg stadium het chronisch worden van lage rugpijn kunnen voorspellen. Om chronische rugpijn te voorkomen is het belangrijk om in een vroeg stadium de kans hierop in te schatten door psychosociale en mogelijk andere risicofactoren op chronische pijnklachten te herkennen en hierop te interveniëren. Fysiotherapeuten zijn met deze vraag naar het lectoraat Werkzame factoren in Fysiotherapie en Paramedisch Handelen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen gegaan en dit heeft aanleiding gegeven een onderzoek op te zetten waarin een dergelijke methodiek ontwikkeld wordt. De voorgestelde methodiek betreft een Clinical Decision Support Tool waarmee een geïndividualiseerde kans op chronische rugpijn kan worden bepaald gekoppeld aan een behandeladvies conform de lage rugpijn richtlijn. Hiervoor is eerst geïnventariseerd welke methoden fysiotherapeuten reeds gebruiken en welke in de literatuur worden genoemd. Op basis hiervan is een keuze gemaakt ten aanzien van data die digitaal verzameld worden in minimaal 16 fysiotherapiepraktijken waarbij patiënten gedurende 12 weken gevolgd worden. Met de verzamelde data worden met machine learning algoritmes ontwikkeld voor het berekenen van de kans op chroniciteit. De algoritmes worden ingebouwd in de Clinical Decision Support Tool: een gebruiksvriendelijke prototype app. Bij het ontwikkelen van de tool worden eindgebruikers (fysiotherapeuten en patiënten) intensief betrokken. Op deze manier wordt gegarandeerd dat de tool aansluit bij de wensen en behoeften van de doelgroep. De tool berekent de kans op chroniciteit en geeft een behandeladvies. Daarnaast kan de tool gebruikt worden om patiënten te informeren en te betrekken bij de besluitvorming. Vanwege de coronacrisis is er een aanzienlijke vertraging in de patiënten-instroom (doel n= 300) ontstaan die we met ondersteuning van een RAAK-impuls subsidie willen inlopen.
Kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) komen te vaak in de problemen in het onderwijs, waarbij een deel van de kinderen zelfs uit het onderwijs valt. Dit heeft mogelijkerwijs te maken met twee duidelijke knelpunten van het beleid van passend onderwijs. Ten eerste is passend onderwijs nog te veel een bestuurlijk construct en nauwelijks op het handelingsniveau van professionals gericht. Ten tweede vormen de grenzen van onderwijs en de jeugdhulpverlening nog te veel een belemmering om met vereende kracht leerlingen op maat te ondersteunen. Het op maat ondersteunen vraagt om een versteviging van vaardigheden van leerkrachten en jeugdhulpverleners om het welbevinden en leergedrag van ASS-leerlingen te stimuleren. Daarbij kunnen professionals elkaars expertise beter benutten om op deze manier samen in de klas op een talentgerichte wijze het welbevinden en leergedrag van leerlingen met ASS te ondersteunen. Het doel van deze aanvraag is het ontwikkelen van een bruikbaar prototype van een professionaliseringsaanbod voor leerkrachten en jeugdhulpverleners dat de vaardigheden die deze professionals in de klas nodig hebben versterkt, zodat leerlingen met ASS op een passende wijze ondersteund worden in hun leergedrag en welbevinden. Het consortium –bestaande uit leerkrachten uit het (speciaal) primair onderwijs, jeugdhulpverleners, gedragsdeskundigen – managers en onderzoekers, brengt via een ontwerponderzoek de behoeftes en benodigde vaardigheden in kaart en ontwikkelt ontwerpprincipes en een concept professionaliseringsaanbod. Dit concept is de basis van een professionaliseringsaanbod waarmee een bredere groep leerkrachten en jeugdhulpverleners tools krijgt om leerlingen met ASS effectief te ondersteunen. Het doel van deze aanvraag is in lijn met het landelijk beleid rondom passend onderwijs en de nationale wetenschapsagenda bij het thema ‘Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs’. Verbetering van het handelen van leerkrachten en jeugdhulpverleners in een integrale aanpak zorgt voor betere schoolresultaten, minder schooluitval en een betere communicatie tussen leerkrachten en hulpverleners en draagt bij aan een inclusieve maatschappij.