Er zijn steeds meer kinderen op de basisschool met een fysieke en/of sensorische beperking, gedragsproblemen, overgewicht of een motorische achterstand. De diversiteit in de gymzaal is toegenomen, ook door de Wet op passend onderwijs. Het is van vitaal belang dat leerkrachten en kinderen individuele verschillen erkennen en begrijpen. Een online toolbox met acht modules helpt iedereen die inclusief bewegingsonderwijs verder vorm wil geven met praktische tips en handvatten.
DOCUMENT
The SUSTainable Artistic INnovation (SUSTAIN) project is a collaborative project between The Hague University of Applied Sciences and Avans University of Applied Sciences. The research was conducted by Jacco van Uden (professor Change Management) and Kim Caarls of The Hague University of Applied Sciences; and Godelieve Spaas (professor Common Economics), Olga Mink and Marga Rotteveel of Avans University of Applied Sciences. We also worked closely with six Spacemakers: Art Partner, Circus Andersom, Future of Work, In4Art, V2_ and Waag. SUSTAIN explores the role of Spacemakers: parties that want to contribute to systemic change by creating space for art in unusual places, such as within the economy, science or technology. The aim: to use art to work towards a sustainable and just society - ecologically, economically and socially. Expectations of what art can do in spheres other than the art world itself are sometimes high. For example, when we claim that art can be the engine of innovation and reflection. But experience shows: art is no panacea. Not everyone sees or recognises the added value of art in transition issues. And when art does come to the table, we do not always manage to make the disruption work. Artists explore the unknown, question what seems logical and connect seemingly disparate elements. It is precisely these qualities that are key to achieving systemic transitions. However, it is not always easy to access the spaces where artists want to make an impact. With this practical research, SUSTAIN offers more insight into the exact role, method and added value of Spacemakers in the transition to be made. The research and results contribute to the further professionalisation of this emerging sector. Just how Spacemaking practices are shaped by different organisations was examined: - Why do Spacemakers do what they do? - What do they see as the promise of art outside the arts? - How do they specifically go about making space for art? - How do Spacemakers deal with the tensions that arise when art gets involved in non-art matters and vice versa? - How do Spacemakers deal with the complicated question of the added value or impact of art and of themselves as space makers? SUSTAIN has produced two key outcomes: 1) The Spacemaker Toolbox, a practical tool for Spacemakers to explore and professionalise their work internally. It involves four models with instructions for use. 2) The Spacemaker Stories, a series of cahiers in which we look at Spacemaker practice from a distance and help Spacemakers articulate more clearly what they do, why they do it, how they do it and what value they create. The five cahiers are: The Calling (38 p.), The Promise of Art (39 p.), The Tension (49 p.), The Help (44 p.) and The Gift (30 p.).
MULTIFILE
Het project SUSTainable Artistic INnovation (SUSTAIN) is een samenwerkingsproject tussen de Haagse Hogeschool en Avans Hogeschool. Het onderzoek is uitgevoerd door Jacco van Uden (lector Verandermanagement) en Kim Caarls van De Haagse Hogeschool; en Godelieve Spaas (lector Gemeenschappelijke Economie), Olga Mink en Marga Rotteveel van Avans Hogeschool. Daarnaast hebben we nauw samengewerkt met zes Spacemakers: Art Partner, Circus Andersom, Future of Work, In4Art, V2_ en Waag. SUSTAIN onderzoekt de rol van Spacemakers: partijen die willen bijdragen aan systemische verandering door ruimte te creëren voor kunst op ongebruikelijke plekken, zoals binnen de economie, wetenschap of technologie. Het doel: met kunst werken aan een duurzame en rechtvaardige samenleving - ecologisch, economisch en sociaal. De verwachtingen van wat kunst kan betekenen in andere sferen dan de kunstwereld zelf zijn soms hooggespannen. Bijvoorbeeld wanneer we claimen dat kunst de motor van innovatie en reflectie kan zijn. Maar de ervaring leert: kunst is geen panacee. Niet iedereen ziet of erkent de meerwaarde van kunst bij transitievraagstukken. En wanneer kunst wel aan tafel komt, weten we de ontregeling niet altijd werkzaam te maken. Kunstenaars onderzoeken het onbekende, stellen vragen bij wat logisch lijkt en verbinden schijnbaar ongelijksoortige elementen. Juist die kwaliteiten zijn van groot belang voor het realiseren van systeemtransities. Het is echter niet altijd gemakkelijk om toegang te krijgen tot de ruimtes waar kunstenaars een impact willen hebben. Met dit praktijkonderzoek biedt SUSTAIN meer inzicht in de precieze rol, werkwijze en toegevoegde waarde van Spacemakers in de te maken transitie. Het onderzoek en de resultaten dragen bij aan de verdere professionalisering van deze opkomende sector. Onderzocht is hoe Spacemaking-praktijken door de verschillende organisaties worden vormgegeven: - Waarom doen Spacemakers wat ze doen? - Wat zien zij als de belofte van kunst buiten de kunsten? - Hoe gaan zij concreet te werk in het maken van ruimte voor kunst? - Hoe gaan Spacemakers om met de spanningen die ontstaan als kunst zich in niet-kunstzaken gaat mengen en andersom? - Hoe gaan Spacemakers om met de ingewikkelde vraag naar meerwaarde of impact van kunst én van zichzelf als ruimtemakers? SUSTAIN heeft twee belangrijke resultaten opgeleverd: 1) De Spacemaker Toolbox, een praktische tool voor Spacemakers om hun werk te verkennen en intern te professionaliseren. Het gaat om vier modellen met een gebruiksaanwijzing. 2) The Spacemaker Stories, een serie cahiers waarin we de Spacemaker praktijk van een afstand bekijken en Spacemakers helpen duidelijker te verwoorden wat ze doen, waarom ze het doen, hoe ze het doen en welke waarde ze creëren. De vijf cahiers zijn: De Roeping (38 p.), De Belofte van Kunst (39 p.), De Spanning (49 p.), De Hulp (44 p.) en De Gift (30 p.).
MULTIFILE
Uit het rapport: "De opgave voor sociale woningbouwrenovatie in Nederland is enorm. De woningen moeten na renovatie veel energiezuiniger zijn. Maar corporaties en bewoners willen de renovatie snel, van hoge kwaliteit, duurzaam, goedkoop en met weinig overlast. De bouwsector heeft grote moeite om aan deze verwachtingen te voldoen zeker nu een tekort aan gekwalificeerde arbeid dreigt. De bouwbedrijven hebben de afgelopen jaren niet stilgezeten. Bouwbedrijven passen lean-principes toe en de realisatie van sociale woningbouwprojecten is duidelijk beter onder controle. Maar het proces voorafgaand aan de realisatie van de sociale woningbouwrenovatie (het voortraject) is vaak verre van optimaal. Actoren in dit voortraject geven aan dat er sprake is van miscommunicatie, late wijzigingsvoorstellen, gebrekkige sturing en omissies. Het gevolg is dat de bouwpartijen in het voortraject van sociale woningbouwrenovaties relatief veel kosten maken, het voortraject lang duurt en niet optimaal is. Lectoraten van HU en HAN beantwoorden samen met opleidingen en bedrijfsleven de vraag: Hoe kan het voortraject van sociale woningbouwrenovatieprojecten efficiënter en effectiever gemaakt worden vanuit een algemene procesaanpak (toolbox) inclusief bijbehorend procesinstrumentarium (tools) die naar gelang de situatie flexibel kan worden ingezet? De onderzoeksmethodologie in het project is 'design research' met daarin onderscheid tussen de praktijk- en kennisstroom. In de praktijkstroom vinden praktijkanalyses en experimenten/interventies bij 9 sociale woningbouwprojecten plaats. De experimenten/interventies zijn gericht op het beheersen van kritieke succesfactoren. Dat vormt de input voor de kennisstroom, casevergelijkend onderzoek, waaruit generieke kennis volgt over het beheersen van het voortraject van sociale woningbouwrenovatieprojecten. Met de toolbox geven de ketenpartners van sociale woningbouwrenovatie projectspecifiek invulling aan de beheersing van het voortraject. De toolbox omvat communicatie-, taak- en verantwoordelijkheidsstructuren en middelen (checklisten, informatiebronnen, analysemethoden) die nodig zijn voor het beheersen van onderdelen die bepalend zijn voor het succes van het voortraject. Het project biedt hiertoe een aanpak en de benodigde tools, ofwel de 'lean project preparation toolbox'."
DOCUMENT
In het hoger onderwijs is 15 tot 20 procent van de studenten, docenten en andere medewerkers neurodivergent. Dat betekent dat zij – net als veel anderen – baat hebben bij een digitale werk- en leeromgeving die beter aansluit op uiteenlopende informatieverwerkingsstijlen, behoeften en voorkeuren. Deze Toolbox voor een Neuro-Inclusieve Digitale Werk- en Leeromgeving is ontwikkeld vanuit het onderzoeksproject DLO Digitale Inclusie aan de Hogeschool Utrecht. In dit project zijn behoeften en ervaringen van studenten, docenten en ontwikkelaars in kaart gebracht, met bijzondere aandacht voor neurodiverse perspectieven. De toolbox bundelt inzichten, ontwerpprincipes en praktische handvatten die kunnen helpen bij het verbeteren van zowel digitale systemen als het gebruik ervan in de onderwijspraktijk. Het uitgangspunt is dat wanneer we rekening houden met neurodiversiteit in ontwerp, inrichting en communicatie, dit de mogelijkheden voor toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid en inclusiviteit voor íedereen in het hoger onderwijs vergroot. De toolbox is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij het ontwerpen, gebruiken of verbeteren van digitale leeromgevingen: van studenten en docenten tot curriculumontwikkelaars, softwareontwikkelaars en product owners. De inhoud is opgebouwd rond drie ontwerpprincipes en drie leidende principes. Waar de ontwerpprincipes richting geven aan het ontwikkelen van toegankelijke en bruikbare digitale systemen, helpen de leidende principes om inclusiever te denken en samenwerken. Zo biedt de toolbox een kader én inspiratiebron voor wie wil bijdragen aan een meer digitaal bewuste en inclusieve werk- en leeromgeving. Disclaimer Deze toolbox is tot stand gekomen binnen het project DLO Digitale Inclusie aan de Hogeschool Utrecht, op basis van onderzoek uitgevoerd in 2023 en 2024. De inhoud is ontwikkeld in samenwerking met een diverse, maar beperkte groep studenten, docenten en ontwikkelaars. Daardoor biedt de toolbox waardevolle inzichten en handvatten, maar geen volledig beeld van alle perspectieven of situaties binnen het hoger onderwijs. De inhoud sluit aan bij de stand van zaken en systemen zoals die destijds binnen de HU gebruikt werden. Een Engelstalige versie van de toolbox is nog in ontwikkeling.
DOCUMENT
In order to empower more people to become more selfreliant in society, interactive products and services should better match the skills and values of diverse user groups. In inclusive design, relevant end-user groups are involved early on and throughout the design and development process, leading to a better user experience. However, for IT businesses not operating in the academic domain, getting access to appropriate user research methods is difficult. This paper describes the design and prototype development of the Include Toolbox, in close cooperation with practitioners of small to medium sized enterprises (SMEs) in IT. It consists of an interactive app paired with a book. The app helps to find suitable research methods for diverse user groups such as older people, people with low literacy, and children. The book offers background information on the advantages of inclusive design, information on different user groups, and best practices shared by other companies.
DOCUMENT
In my previous post on AI engineering I defined the concepts involved in this new discipline and explained that with the current state of the practice, AI engineers could also be named machine learning (ML) engineers. In this post I would like to 1) define our view on the profession of applied AI engineer and 2) present the toolbox of an AI engineer with tools, methods and techniques to defy the challenges AI engineers typically face. I end this post with a short overview of related work and future directions. Attached to it is an extensive list of references and additional reading material.
LINK
Deze toolbox geeft concrete handvatten voor implementatie en toepassing om vraaggericht werken te integreren in gebiedsontwikkeling
MULTIFILE
Wij zijn onderdeel van de Europese Unie (EU), en het Europese speelveld is een dynamische waar je als gemeente- of provincieambtenaar veel kunt halen (en brengen) voor jouw organisatie. Terwijl een heel groot deel van Europese wet- en regelgeving impact heeft op de medeoverheden (denk aan regelgeving over schone lucht, bodem, water, digitalisering), biedt de weg naar Brussel ook kansen voor beleidsbeïnvloeding, netwerken, profileren van je gemeente of provincie en financieringsmogelijkheden ten behoeve van lokale en regionale uitdagingen. Denk aan leren van collega’s uit andere Europese steden en regio’s over hoe zij omgaan met thema’s als wateroverlast, digitale inclusie en woningnood, en Europese financieringskansen voor een innovatieve aanpak om met de gevolgen van klimaat om te gaan. Hoewel jij als (toekomstig) EU-expert binnen je organisatie het belang van investeren in de EU inziet, kan het zijn dat jouw organisatie (nog) niet goed toegerust is op het verzilveren van Europese kansen.
DOCUMENT
In dit boek wil de kenniskring van het lectoraat Groene Leefomgeving van Steden duidelijk maken dat de charette een zeer interessante verrijking is van het onderwijs aan Van Hall Larenstein. Studenten kunnen even snuffelen aan de beroepspraktijk waarin ze misschien later komen te werken. Docenten kunnen hun onderwijsmethoden aanscherpen aan diezelfde praktijk. Hogeschool Van Hall Larenstein vindt via de charettes allerlei nieuwe samenwerkingsverbanden met nationale en internationale partners, en kan via de charettes laten zien hoe interessant en – zeker niet minder belangrijk – leuk het onderwijs kan zijn. De docenten en de organisatoren van deze charettes hopen dat dit boek een inspiratie mag zijn om nieuwe charettes te blijven organiseren.
DOCUMENT