Krimpende en vergrijzende regio’s zijn regio’s in transitie en transformatie, waarin maatschappelijke, economische en bestuurlijke vraagstukken om nieuwe antwoorden vragen. Deze publicatie is een essay over de volgende vragen. Wat betekenen krimp en vergrijzing voor wonen, werken en recreëren? Welke voorzieningen zijn daarbij nodig en welke investeringen vraagt dat? Hoe geven we in een krimpende samenleving vorm aan sociale duurzaamheid en welke rol spelen ouderen als de grootste leeftijdsgroep hierin?
De circulaire transitie is groots, complex en urgent. Binnen CirCollab, een samenwerking tussen 11 lectoraten van de Hogeschool van Amsterdam, Windesheim en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en ruim 30 praktijkpartners, leveren tientallen professionals elk hun bijdrage aan die transitie. Het CirCollab programmateam helpt hen om de circulaire transitie vanuit transdisciplinariteit te versnellen. Luisterend naar de vragen en behoeften die er in het programma spelen, lijkt één van de grote wensen om meer tot actie over te gaan. Frustratie lijkt veelal te liggen in het uitblijven daarvan. We hebben haast, maar verandering gaat langzaam. Zo gaat dat met transities.Maar bij deze transitie lijkt de context, de gevoelde urgentie en de beeldvorming van substantiële invloed op de mensen die deze proberen te realiseren. De urgentie maakt ons gemotiveerd om een positieve bijdrage te leveren, maar het werken aan de circulaire transitie roept bij velen ook zorgen, sombere gedachten en gevoelens van stress of angst op die ons handelen beïnvloeden. We wilden onderzoeken op welke manier deze eco-emoties, zowel de positieve als de negatieve, een rol spelen bij veranderaars in de circulaire transitie, als consortium kijken hoe deze van invloed zijn op onze acties en wat we als CirCollab daarin kunnen betekenen. Dit achten we belangrijk voor ons als veranderaars in de circulaire transitie om onze visie te realiseren én te begrijpen hoe we anderen meekrijgen in onze behoefte aan positieve bijdrage: van praten naar actie.We onderzochten deze leervraag vanuit het framework van de Griekse tragedie, met de werktitel: ‘de tragedie van het fixen’, met als leidende vraag: Hoe gaan we om met ‘de tragedie van het fixen’ van de opgave van de circulaire transitie, wat betekent dit in ons dagelijks leven en in ons werk als actor in deze transitie?Deelvragen hierbij zijn i) Welke psychologische factoren dragen er aan bij dat activiteiten gericht op het versnellen van de circulaire economie slagen (wanneer is er actie) of verzanden? En ii) Hoe kunnen we deze inzichten toepassen om circulair handelen en samenwerken te bevorderen?De Griekse tragedie als metafoorDe veranderende mens die de circulaire transitie wil versnellen verstoort net als in de Griekse tragedie de orde en roept daarmee wellicht ook het noodlot over zich af. Maar de wens om te veranderen is groot. Onze manier van werken daarbij wordt bewust en onbewust gestuurd, gestimuleerd en beperkt door het maakbaarheidsdenken. Vanuit de wens tot waarheid en moraal willen we voor onze problemen een oplossing vinden. Maar veranderen is vaak ook aanmodderen. De één lijkt dat te accepteren, de ander lijkt er op leeg te lopen, en weer een ander stijgt er bovenuit en weet samen met anderen iets voor elkaar te krijgen.Wanneer leidt het ‘heroïsch lijden’ tot waanzin en wanneer tot inzicht en verzoening? Hoe kan de metafoor van de Griekse tragedie ons helpen, vanuit een ander perspectief dan dat van de maakbaarheid, te leren van wat zich afspeelt in een grote maatschappelijke transitie en bij de groep mensen die daar vanuit of samen met CirCollab iets aan probeert te doen?De actoren in de circulaire transitie zijn de potentiële held in hun eigen verhaal, maar het is geen zaak van individuen: het gaat hier over systemische verandering waarbij actoren iets proberen te veranderen aan een systeem waarvan zij zelf onderdeel zijn. Binnen die institutionele context is het nodig zelf, met het CirCollab netwerk, in de chaos betekenis te scheppen.
Vlak voor de zomervakantie van 2022 had ik eer en genoegen een openbare les te geven bij mijn aanstelling als lector aan de Hogeschool Utrecht. Voor die gelegenheid schreef ik een uitvoerig stuk over de waardevolle rol van marketeers om in de komende jaren de transitie te helpen maken van een economie gericht op geld naar een economie waarin een bredere verdeling van welvaart centraal staat.
LINK
10.000 huishoudens in de Provincie Drenthe gaan aan de slag met energiebesparing binnen hun eigen huishouden. Samen versnellen zij de energietransitie in Drenthe. volgt10.000 huishoudens in de Provincie Drenthe gaan aan de slag met energiebesparing binnen hun eigen huishouden. Samen versnellen zij de energietransitie in Drenthe. In eerste instantie krijgen deze huishoudens de kans om mee te doen aan de actie "Speur de Energieslurper", waarin ze op zoek gaan naar de grootste energieslurpers in huis. Inzichten en tips worden met alle overige Drentse huishoudens gedeeld. In tweede instantie wordt met alle huishoudens die meedoen, een "beweging" gestart. Als je alleen een stap zet, bereik je mooie dingen, maar wat als 10.000 huishoudens samen stappen zetten?!
Verschillende maatschappelijke veranderingen dwingen de bouwbranche tot innovaties. Ondanks de potentie op het vlak van circulariteit en duurzaamheid van 3D-printen met kunststoffen kent deze technologie nog nauwelijks toepassingen in de bouw. Redenen hiervoor zijn achterblijvende materiaaleigenschappen en het verschil in cultuur tussen de bouwwereld en kunststofverwerkende industrie. Het bedrijf Phidias, richt zich op innovatieve en creatieve vastgoedconcepten. Samen met Zuyd Hogeschool (Zuyd) willen zij onderzoek doen naar het printen van bouwelementen waarbij de meerwaarde van 3D-printen wordt gezien in het combineren van materiaaleigenschappen. Zuyd heeft afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar het ontwikkelen van materialen voor 3D-printen (o.a. 2014-01-96 PRO). De volgende fase is de opgedane kennis toe te passen voor specifieke applicaties, in dit geval om de vraag van het MKB bedrijf Phidias te beantwoorden. Vanuit een ander MKB-bedrijf, MaukCC, ontwikkelaar van 3D printers, komt de vraag om de afstemming tussen materialen en hardware te optimaliseren. De combinatie van beide vragen uit het werkveld en de expertise bij Zuyd heeft geleid tot dit projectvoorstel. In deze pilotstudie ligt de focus voornamelijk op het 3D printen van één specifiek bouwkundig element met meerdere eigenschappen (bouwfysisch en constructief). De combinatie van eigenschappen wordt verkregen door gebruik te maken van twee (biobased) kunststoffen waarbij tevens een variatie wordt aangebracht in de geprinte structuren. Op deze manier kunnen grondstoffen worden gespaard. Het onderzoek sluit aan bij twee zwaartepunten van Zuyd, namelijk “Transitie naar een duurzaam gebouwde omgeving” en “Life science & materials”. De interdisciplinaire aanpak, op het grensvlak van de lectoraten “Material Sciences” (Gino van Strydonck) en “Sustainable Energy in the Built Environment” (Zeger Vroon) staat garant voor innovatief onderzoek. Integratie van onderwijs en onderzoek vindt plaats door studenten samen met een coach (docent) en ervaren professional aan dit onderzoek te laten werken in Communities for Development (CfD’s).
Duurzame energie is een belangrijk thema binnen de Hanzehogeschool, maar ook in de regio Noord-Nederland. Alternatieve gassen zoals biogas en waterstof nemen daarbij een belangrijke plaats in. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de energievoorziening op systeemniveau (als maatschappelijk vraagstuk) en naar concrete technologische oplossingen daarbinnen. Het is echter nog onduidelijk hoe vraag en aanbod van alternatieve gassen als waterstof aan elkaar gekoppeld moeten worden, hoe de infrastructuur eruit zal gaan zien en welke schaalgroottes daarbij passen. Dit roept binnen het regionale netwerk van bedrijven en binnen regionale overheden veel vragen op. Veel bedrijven zien kansen, maar zoeken naar de best passende plek binnen de energiewaardeketen. Informatie op dit gebied ontbreekt vaak of is gekleurd.Het voorgestelde onderzoek voorziet in deze leemte. Onderzocht zal worden welke biogas- en waterstofketens kansrijk zijn vanuit economisch en duurzaamheidsperspectief, gericht op de middellange termijn en de regio Noord-Nederland. De focus zal daarbij liggen op levelised cost of energy, energie-efficiëntie van de keten en CO2-reductie, waarbij de gehele energiewaardeketen van duurzame gassen beschouwd zal worden. Dit onderzoek past bij de lectoraten van de Hanzehogeschool rondom het thema Energie, en bij de lectoraten Energietransitie/Waterstoftoepassingen en Life Sciences & Renewable Energy in het bijzonder. Het is een logisch vervolg op eerdere onderzoeksprojecten van de kandidaat postdoc, die zich hebben gericht op ketenanalyses van het biogassysteem. Dit postdoc onderzoek sluit ook direct aan bij masteronderwijs dat aan de Hanzehogeschool gegeven wordt, waarbij studenten duurzame energieketens leren analyseren vanuit techno-economisch gezichtspunt, rekening houdend met duurzaamheidsaspecten. Het voorgestelde onderzoek draagt substantieel bij aan stevige verankering en continuïteit van het onderzoeksportfolio, dat op een natuurlijke en praktische manier verbonden is aan het onderwijs.