Purpose/Objective: Most dose-escalation trials in glioblastoma patients integrate the escalated dose throughout the standard course by targeting a specific subvolume. We hypothesize that anatomical changes during irradiation may affect the dose coverage of this subvolume for both proton- and photon-based radiotherapy. Material and Methods: For 24 glioblastoma patients a photon- and proton-based dose escalation treatment plan (of 75 Gy/30 fr) was simulated on the dedicated radiotherapy planning MRI obtained before treatment. The escalated dose was planned to cover the resection cavity and/or contrast enhancing lesion on the T1w post-gadolinium MRI sequence. To analyze the effect of anatomical changes during treatment, we evaluated on an additional MRI that was obtained during treatment the changes of the dose distribution on this specific high dose region. Results: The median time between the planning MRI and additional MRI was 26 days (range 16–37 days). The median time between the planning MRI and start of radiotherapy was relatively short (7 days, range 3–11 days). In 3 patients (12.5%) changes were observed which resulted in a substantial deterioration of both the photon and proton treatment plans. All these patients underwent a subtotal resection, and a decrease in dose coverage of more than 5% and 10% was observed for the photon- and proton-based treatment plans, respectively. Conclusion: Our study showed that only for a limited number of patients anatomical changes during photon or proton based radiotherapy resulted in a potentially clinically relevant underdosage in the subvolume. Therefore, volume changes during treatment are unlikely to be responsible for the negative outcome of dose-escalation studies.
DOCUMENT
Een nauwkeurige intekening van de tumor en omliggende kritieke organen is essentieel voor radiotherapie om een zo goed mogelijk behandelresultaat te verkrijgen. Het intekenen van kritieke organen is echter gevoelig voor inter- en intra-observervariatie. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat de kwaliteit van intekenen van kritieke organen door MBRT studenten verbetering behoeft, maar dat hulpmiddelen hiervoor niet voorhanden zijn. In het Panoptes project is een web-based hulpmiddel voor het onderwijs ontwikkeld en getest om het intekenonderwijs te verbeteren. Het project is uitgevoerd door het Lectoraat Medische Technologie van de Hogeschool Inholland in samenwerking met de Universiteit van Manchester en het Amsterdam UMC (locatie AMC). De ontwikkelde tool is, na evaluatie, geïmplementeerd in het curriculum van de opleiding Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken in Haarlem.
DOCUMENT
Het doel van het onderzoek is om te bepalen welke voordelen de fusie van PET-CT en MRI-CT hebben in het voorbereidingstraject van de behandeling van de gynaecologische patiënt met radiotherapie ten opzichte van CT alleen. Hierbij is gekeken naar voordelen met betrekking tot intekenen van doelvolumina en risico organen, effecten op intekenvariaties en ook de effecten op het bestralingsplan. Vooral MRI blijkt nuttig te zijn voor de intekening van lymfeklieren, het gebruik van PET in combinatie met CT laat een afname van het doelvolume zien van de primaire tumor. Bij het maken van het bestralingsplan wordt het gebruik van één van beide modaliteiten daarom aanbevolen.
DOCUMENT
Abstract Background: Patients with glioma often suffer from cognitive deficits. Physical exercise has been effective in ameliorating cognitive deficits in older adults and neurological patients. This pilot randomized controlled trial (RCT) explored the possible impact of an exercise intervention, designed to improve cognitive functioning in glioma patients, regarding cognitive test performance and patient-reported outcomes (PROs). Methods: Thirty-four clinically stable patients with World Health Organization grades II/III glioma were randomized to a home-based remotely coached exercise group or an active control group. Patients exercised 3 times per week for 20-45 minutes, with moderate to vigorous intensity, during 6 months. At baseline and immediate follow-up, cognitive performance and PROs were assessed with neuropsychological tests and questionnaires, respectively. Linear regression analyses were used to estimate effect sizes of potential between-group differences in cognitive performance and PROs at 6 months. Results: The exercise group (n = 21) had small- to medium-sized better follow-up scores than the control group (n = 11) on several measures of attention and information processing speed, verbal memory, and executive function, whereas the control group showed a slightly better score on a measure of sustained selective attention. The exercise group also demonstrated small- to medium-sized better outcomes on measures of self-reported cognitive symptoms, fatigue, sleep, mood, and mental health-related quality of life. Conclusions: This small exploratory RCT in glioma patients provides a proof of concept with respect to improvement of cognitive functioning and PROs after aerobic exercise, and warrants larger exercise trials in brain tumor patients.
DOCUMENT
Formation of the pro-apoptotic death-inducing signaling complex (DISC) can be initiated in cancer cells via binding of tumor necrosis factor-related apoptosis-inducing ligand (TRAIL) to its two pro-apoptotic receptors, TRAIL receptor 1 (TRAIL-R1) and TRAIL-R2. Primary components of the DISC are trimerized TRAIL-R1/-R2, FADD, caspase 8 and caspase 10. The anti-apoptotic protein FLIP can also be recruited to the DISC to replace caspase 8 and form an inactive complex. Caspase 8/10 processing at the DISC triggers the caspase cascade, which eventually leads to apoptotic cell death. Besides TRAIL, TRAIL-R1- or TRAIL-R2-selective variants of TRAIL and agonistic antibodies have been designed. These ligands are of interest as anti-cancer agents since they selectively kill tumor cells. To increase tumor sensitivity to TRAIL death receptor-mediated apoptosis and to overcome drug resistance, TRAIL receptor ligands have already been combined with various therapies in preclinical models. In this review, we discuss factors influencing the initial steps of the TRAIL apoptosis signaling pathway, focusing on mechanisms modulating DISC assembly and caspase activation at the DISC. These insights will direct rational design of drug combinations with TRAIL receptor ligands to maximize DISC signaling. © 2009 Elsevier B.V. All rights reserved.
DOCUMENT
In 2008 heeft het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) de KNGF-beweegprogramma’s herzien; het warden de ‘Standaarden Beweeginterventies’, gericht op mensen met een chronische aandoening. Een dergelijke standaard stelt een voldoende competente fysiotherapeut in staat bij mensen met een chronische aandoening een actieve leefstijl te bevorderen en hun mate van fitheid te verhogen. Basis voor de herziening vormen de oorspronkelijk door TNO ontwikkelde beweegprogramma’s, van waaruit de tekst grondig is geactualiseerd. De gedetailleerde invulling van de programma’s in ‘kookboekstijl’ is niet opnieuw opgenomen. Gekozen is voor een actueel concept dat de fysiotherapeut de mogelijkheid biedt een ‘state-of-the-art’programma te ontwikkelen met respect voor de individuele patiënt en praktijkspecifieke randvoorwaarden
DOCUMENT
Lectorale rede bij de aanvaarding van het ambt van lector Medische Technologie Medische Technologie is een zeer breed begrip dat reikt van infuuspompen tot operatierobots tot lineaire versnellers, et cetera. In het vorige hoofdstuk is al uit de doeken gedaan waar het lectoraat Medische Technologie zich specifiek op richt: medische beeldvorming, radiotherapie en ICT in de zorg. Dat is bij elkaar een zeer breed vakgebied waarvan het lectoraat niet alle facetten kan bestrijken. Daarom richt het lectoraat zich op ontwikkelingen op die terreinen die belangrijke veranderingen in het werkproces teweeg kunnen brengen. Dat zijn de onderwerpen die van belang zijn voor de toekomstige Zorgprofessional 2.0. Hieronder worden de verschillende vakgebieden nader geïntroduceerd en er worden een aantal voor de Zorgprofessional 2.0 belangrijke historische trends beschreven. Samenvattend kan gesteld worden dat het lectoraat Medische Technologie zich heeft ontwikkeld van een specialistisch op radiotherapie gericht lectoraat, naar een breder op medische beeldvorming, radiotherapie, ICT in de zorg en eHealth georiënteerd lectoraat dat op diverse, met name gezondheidszorggerelateerde, terreinen een bijdrage levert aan de opleidingen van Hogeschool Inholland. De bijdrage van het lectoraat Medische Technologie heeft daarbij als doel afstudeerders van diverse studierichtingen op te leiden tot wat in deze rede wordt aangeduid met Zorgprofessional 2.0. Hiermee wordt in deze rede een beroepsbeoefenaar bedoeld die openstaat voor (ICT/technische) innovatie, die zorgconsumenten daarover kan adviseren en die innovatie in de beroepspraktijk weet te implementeren. Praktijkgericht onderzoek speelt daarbij een centrale rol: het draagt bij aan de onderzoekende blik van de Zorgprofessional 2.0, aan het up-to-date houden van de kennis van docenten en studenten en aan de verbinding met het werkveld.
DOCUMENT
Abstract Background: We studied the relationship between trismus (maximum interincisor opening [MIO] ≤35 mm) and the dose to the ipsilateral masseter muscle (iMM) and ipsilateral medial pterygoid muscle (iMPM). Methods: Pretreatment and post-treatment measurement of MIO at 13 weeks revealed 17% of trismus cases in 83 patients treated with chemoradiation and intensity-modulated radiation therapy. Logistic regression models were fitted with dose parameters of the iMM and iMPM and baseline MIO (bMIO). A risk classification tree was generated to obtain optimal cut-off values and risk groups. Results: Dose levels of iMM and iMPM were highly correlated due to proximity. Both iMPM and iMM dose parameters were predictive for trismus, especially mean dose and intermediate dose volume parameters. Adding bMIO, significantly improved Normal Tissue Complication Probability (NTCP) models. Optimal cutoffs were 58 Gy (mean dose iMPM), 22 Gy (mean dose iMM) and 46 mm (bMIO). Conclusions: Both iMPM and iMM doses, as well as bMIO, are clinically relevant parameters for trismus prediction.
DOCUMENT
Purpose / objective: Head and neck cancer patients treated with chemoradiation are at risk for developing trismus (reduced mouth opening). Trismus is often a persisting side-effect and difficult to manage. It impairs eating, speech and oral hygiene, affecting quality of life. Although several studies identified the masseter muscle (MM) as one of the main organs at risk, currently this structure is rarely considered during treatment planning. Prospective studies for chemoradiation are lacking. The aim of our study was to quantify the relationship between radiation dose to the MM and development of radiation-induced trismus in an IMRT-VMAT population. Results: At the first evaluation, 6-12 weeks post-treatment, fourteen patients had developed radiation-induced trismus (15%). On average, mouth opening decreased with 4.1 mm, or 8.2 % relative to baseline. Mean dose to the ipsilateral MM was a stronger predictor for trismus than mean dose to the contralateral MM, as indicated by the lowest -2 log likelihood (Table 1). Figure 1A shows the correlation between the ipsilateral mean masseter dose and the relative decrease in mouth opening, with trismus cases indicated in red. No trismus cases were observed in 33 patients (35%) with a mean dose to the ipsilateral MM < 20 Gy. The risk of trismus in the other 60 patients (65%) increased with higher mean doses to the ipsilateral MM. Figure 1B shows the fitted NTCP curve as a function of the mean dose, with a TD50 of 55 Gy. The actual incidence (with 1 SE) of trismus cases within 5 dose bins is indicated as well, showing a good correspondence with the NTCP fit with a relatively large uncertainty in the dose area > 50 Gy. Patients with tumors located in the oropharynx were at highest risk.
DOCUMENT