Dit artikel is overgenomen van www.mejudice.nl https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-bijstand-kan-beter Doel van de Participatiewet is om mensen weer op eigen benen te laten staan en (snel) uit te laten stromen naar (betaald) werk of, als dat niet kan, op een andere manier te laten participeren. De afgelopen jaren hebben een aantal gemeenten experimenten uitgevoerd in de bijstand. Alle experimenten hebben met elkaar gemeen dat de interventies als “meer eigen regie, meer maatwerk en minder dwang” kunnen worden omschreven. Onderzoekers buigen zich over de vraag of deze experimentele aanpak effectiever is dan de huidige aanpak.
In de veranderende verhoudingen tussen overheid en burgers wordt steeds meer verwacht van de zelfredzaamheid van mensen. De veronderstelling hierbij is uiteraard dat burgers veelal zelfredzaam (willen) zijn en dat, wanneer ze dat niet (kunnen) zijn, ze hun weg vinden naar een passend ondersteunend aanbod. Hoewel iedereen intuïtief aanvoelt dat voorkomen beter is dan genezen, vraagt zelfredzaamheid in eerste instantie vooral om vaardigheden in zelfdiagnose.Deze vaardigheden kunnen echter alleen worden aangeleerd als er een bepaald bewustzijn is van de risico’s van de financiële situatie. Beter inzicht in hoe bewoners zelf hun financiële situatie ervaren is daarom essentieel om het ondersteuningsaanbod beter te laten aansluiten op de behoeften van bewoners. Via onderzoek en experiment moet er meer inzicht komen op de vraag in hoeverre mensen zelfredzaam (denken te) zijn en hoe deze zelfredzaamheidbevorderd kan worden.
De Nederlandse maatschappij staat voor een belangrijke uitdaging. In 2030 moet de CO2-uitstoot met minimaal 49% zijn teruggedrongen en de Nederlandse industrie dient veel meer circulair te werken dan nu het geval is. In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. Een hele opgave als je bedenkt dat Nederland volgens de Nieuwe Economie Index nu nog op een score zit van 12.1% wat betreft circulariteit (Van ‘t Klooster et al., 2020). Voor de topsector Logistiek betekent dit dat er kennis en nieuwe concepten ontwikkeld moeten worden om duurzame logistieke oplossingen te realiseren.
Industry 4.0 omvat de toenemende digitalisatie binnen bedrijven, resulterend in een inter-connectiviteit tussen mensen, objecten en systemen in real time. Dit resulteert in fundamentele veranderingen in de manier waarop mensen werken, beslissingen nemen en hun activiteiten managen. Deze nieuwe technologieën, zoals robotoplossingen beïnvloeden ook de manier waarop kennis wordt verworven, overgedragen en gebruikt en vragen om nieuwe managementpraktijken om het leren, de kennisdeling en zodoende het continu verbeteren te faciliteren (Lepore, et al., 2022). Dit onderzoek bouwt voort op bevindingen uit eerdere onderzoeken (RAAK Integraal Robotiseren). Waar eerder is gekeken naar succesfactoren voor het implementeren van de robot oplossing, wordt nu gekeken naar het continue verbeteren van de robotoplossing, met de focus op de impact van interne sociale relaties. De Social Network Analysis (SNA) zou kunnen helpen om de ontwikkeling en dynamiek van kennisdelingsrelaties tijdens robotiseringstrajecten in kaart te brengen en interventies te plannen, voor het verbeteren van dergelijke relaties. De uitkomst van dit onderzoek geeft het MKB een meetinstrument, waarmee een nulmeting kan worden gecreëerd. De nulmeting geeft inzicht hoe de inrichting van de interne kennisdelingsrelaties zijn opgebouwd. Met de interpretatie van de resultaten kan bepaald worden hoe effectief deze relaties zijn. Doelstelling van dit onderzoek is het ontwikkelen van een SNA meetinstrument waarmee inzicht gecreëerd wordt in het ontstaan van- en dynamiek binnen kennisdelingsrelaties. Met deze kennis kunnen Mkb’ers interventies uitvoeren om kritische kennis gerelateerd aan de robotoplossing bij de juiste personen te borgen.
De roep om duurzamer te produceren wordt steeds krachtiger. Aan de ene kant vanuit ecologische crises zoals de klimaatcrises en stikstofcrises maar aan de andere kant ook vanuit de grenzen van ons huidige systeem zoals energiecongestie op het net. Ook verscherpte wet- en regelgeving op Europees en landelijk niveau (CSRD, recyclingwetgeving enz) maken de urgentie groter. Het bedrijfsleven realiseert zich dit en wil of moet daarin stappen maken. De grote industriële spelers, in de Brainport regio (zoals ASML en Philips) zijn momenteel al steeds meer duurzaamheidsinformatie in de keten aan het vragen aan zijn leveranciers. Het MKB ziet deze vragen op zich af komen en probeert hier een antwoord op te vinden, maar het ontbreekt heel vaak aan de juiste en betrouwbare informatie. Daarnaast is de volgende stap om duurzamer te gaan produceren. Het MKB wil wel graag verduurzamen maar de vraag is waar te beginnen en hoe stap voor stap te verduurzamen. De insteek van dit project is juist om Alligator Plastics stap voor stap te ondersteunen bij dit vraagstuk. Bij Alligator Plastics is het startpunt de vraag vanuit de klanten naar een CO2-footprint en de wetgeving van het recyclen van kunststoffen. Een materialiteitsanalyse inclusief een aanpak gebaseerd op het sprint-principe, vormen de basis van het onderzoek. Kritische elementen in deze aanpak is om eerst inzicht te creëren op welke duurzaamheidsindicatoren het bedrijf impact wil en kan maken, waarna deze indicatoren meetbaar gemaakt worden. Dit vereist kennis van de betreffende duurzaamheidsindicator en vervolgens kan er op een gestructureerde wijze aan verbeterprojecten gewerkt worden. In dit project werken Fontys Bedrijfsmanagement, Educatie & Techniek en Bee-Sustainable samen met Alligator Plastics.