Not much is known about the favourable indoor air quality in long term care facilities (LTCFs), where older adults suffering from dementia live. Older adults, especially those who suffer from dementia, are more sensible to the indoor environment. However, no special requirements for the indoor air in long term care facilities exist. Due to the decrease in cognition function, it is hard to evaluate comfort and health in this group. Nevertheless, infectious diseases are a persistent problem. Based on literature an assessment methodology has been developed to analyse LTCFs to determine if differences in building characteristics and Heating, Ventilation and Air Conditioning (HVAC) systems influence the spread of airborne infectious diseases. The developed methodology is applied in seven long term care facilities in the Netherlands. After that, the methodology has been evaluated and its feasibility and applicability are discussed. From this study, it can be concluded that this method has potential to evaluate, compare LTCFs, and develop design guidelines for these buildings. However, some adjustments to the methodology are necessary to achieve this objective. Therefore, the relation between the indoor environment and infection risk is not yet analysed, but a consistent procedure to analyse this link is provided.
LINK
Purpose – Over 8 per cent of the Dutch nursing home population is bedfast, and this number is slowly increasing. The quality of life (QoL) of this population is lower than that of residents who are still mobile. Little research has been conducted on how to improve the QoL of this bedfast population, particularly through making technological adjustments to the bed and the direct surroundings. The purpose of this paper is to gain insight into the QoL of bedfast residents and how to improve this through technology. Design/methodology/approach – A mixed-method multi-case study with thematic analysis was conducted in two nursing homes with seven participants based on semi-structured interviews and Short Form-12 questionnaire. Findings – The major causes of the experienced low QoL were the limited opportunities for engaging in social contacts with others, and coping with the dependency on other people and having limited control. Participants suggested improvements of QoL through the application of modern ccommunication technologies to engage in social contacts and to control the bed itself and environment around the bed. Practical implications – The results may help improve the design of the bed and the direct environment in order to improve the QoL of bedfast nursing home residents. Originality/value – The QoL of bedfast nursing home residents has not been studied before in relation to the bed itself and technological solutions that may help improve the QoL and level of control. CC BY Published by Emerald Publishing Limited Original article: https://doi.org/10.1108/JET-01-2018-0003 https://www.dehaagsehogeschool.nl/onderzoek/lectoraten/details/urban-ageing#over-het-lectoraat
MULTIFILE
Older adults experience visual problems owing to biological ageing or eye disease. In the Netherlands, the prevalence of visual impairments is the highest in the subgroup of nursing home residents (41.3%). These impairments influence quality of life in terms of limiting daily activities and participation in social activities. Furthermore, 63% of visual problems are defined as ‘avoidable blindness’. For this reason, screening of visual functioning in the nursing home is of major importance. Moreover, visual functioning should also be taken into account to prevent the incidence of falls.
Diëtisten signaleren dat het belang van goede voeding en voorkomen van ondervoeding in verpleeg- en verzorgingshuizen onvoldoende op het netvlies staat bij verschillende disciplines. Er is onvoldoende bekend over de omvang van het probleem en de wijze waarop goede voedingszorg georganiseerd kan worden. Goede voeding speelt een belangrijke rol bij het ouder worden: behoud van vitaliteit, voorkomen van complicaties. Bovendien draagt goede voeding bij aan een betere kwaliteit van leven. Juist voor de meest kwetsbare groep ouderen, verpleeghuisbewoners, is goede voedingszorg daarom belangrijk. Betrokken professionals, zoals diëtisten, management, facilitaire dienstverlening, vragen zich echter af hoe zij optimale voedingszorg kunnen leveren. Vragen die zij hebben betreffen enerzijds ondervoedingszorg: hoe ziet optimale ondervoedingszorg eruit, ter behoud van kwaliteit van leven en ter preventie van complicaties, wie zijn daarbij betrokken en wie heeft welke verantwoordelijkheid? Anderzijds zijn er vragen over goede voedingszorg voor alle bewoners: hoe kunnen we de voedingszorg voor onze bewoners optimaal inrichten, wie en wat hebben we daarvoor nodig, welke barrières moeten we nemen om voedingszorg te optimaliseren, en bij wie (en hoe) moeten we die voedingszorg dan beleggen? In deze RAAK subsidieaanvraag zal een consortium bestaande uit de HAN, diëtistennetwerk DGO, vijf verzorgings- en verpleeghuizen, Universiteit Maastricht, AmsterdamUMC en Stuurgroep Ondervoeding zowel ondervoedingszorg als goede voedingszorg belichten. Door middel van kwantitatief onderzoek willen wij een beeld krijgen van de grootte van het probleem van ondervoeding en determinanten die bijdragen aan incidente ondervoeding. Door middel van kwalitatief onderzoek willen we onderzoeken wie betrokken zou moeten zijn bij optimale voedingszorg, wie daarin welke verantwoordelijkheden heeft en waar optimale voedingszorg belegd zou moeten zijn. Door barrières en good practices in kaart te brengen hopen we concrete aanbevelingen te kunnen doen voor het optimaliseren van goede voedingszorg in verpleeghuizen; dit betreft zowel ondervoedingszorg als goede voedingszorg in het algemeen.
Het project GOUD (Geïntegreerde Ondersteuning voor multidisciplinaire Uitrol van Datagedreven zorg in verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg [VVT]) komt voort uit toenemende druk op de VVT-sector door vergrijzing en het tekort aan zorgverleners. Volgens recente beleidskaders kan datagedreven zorg helpen bij de benodigde zorgtransitie. Bij datagedreven zorg leren, beslissen en verbeteren hbo- en mbo-zorgverleners o.b.v. data uit het primaire zorgproces zoals sensordata en rapportages. VVT-organisaties zijn begonnen met top-down visievorming en technisch gedreven pilots, maar komen niet verder. Dit komt omdat datagedreven zorg een complex vraagstuk is dat actieve betrokkenheid van diverse stakeholders (zorg, ICT, staf) vereist, iets waar VVT-organisaties moeite mee hebben. Om dit probleem aan te pakken, werken onderzoekers van Windesheim, Saxion, Hogeschool Utrecht en Deltion College samen om twee VVT-organisaties (Den Bouw Woon-zorg-centrum en AxionContinu) te ondersteunen bij de uitrol van datagedreven zorg. Dit doen ze via ontwerpgericht onderzoek. Ze volgen hierbij de fasen van het recent gepubliceerde cyclische model voor “data in een lerende organisatie” (Vilans, 2023), dat niet eerder geoperationaliseerd is in de praktijk: 1.Richten: Visievorming via multidisciplinaire gesprekstools; 2.Inrichten: Vaststellen (technische) infrastructuur, werkprocessen en definiëren van rollen, taken en verantwoordelijkheden; 3.Verrichten: Methodisch experimenteren met zorgdata; 4.Leren/veranderen: Reflectie op gerealiseerde veranderingen. De hulpmiddelen die in deze werkpakketten worden ontworpen worden geïntegreerd in een toolbox, die het cyclische model operationaliseert en beschikbaar wordt gesteld via de website van het landelijke netwerk “Samen datagedreven werken in Zorg en Welzijn”. Verdere doorwerking in de praktijk wordt ondersteund door Werkgeversvereniging Zorg & Welzijn, Health Valley, Scamander, Beter Healthcare en drie andere VVT-organisaties (Noorderboog, Baalderborg groep en Zorggroep Apeldoorn). Het onderwijs en de competentieprofielen voor zorgprofessionals worden doorontwikkeld via TZA IJssel-Vecht, Aart Eliëns Advisering en V&VN. Doorwerking richting onderzoek gebeurt via betrokken practoren- en lectorenplatformen, Vilans, en Maastricht University
Er is een toenemende behoefte aan collectieve woonvormen voor ouderen die tussen zelfstandig wonen en verpleegzorg in zitten. Maar het stichten van nieuwe woonvormen voor ouderen stuit bij ondernemers op problemen: de hoeveelheid aan te betrekken partijen en de landelijke en eigen, interne regelgeving worden als belemmering ervaren voor de ruimte om te ondernemen. Daarnaast blijkt dat het betrekken van (toekomstige) bewoners lastig is, hetgeen juist van groot belang is om het aanbod goed op hun wensen, de marktvraag, aan te laten sluiten. Als gevolg van deze belemmeringen komen initiatieven onbevredigend van de grond en is het huidige aanbod beperkt en/of onvoldoende passend bij de woonwensen van ouderen. Veel ouderen dreigen nu tussen wal en schip te raken. De roep om zelfstandige woonvormen met zorgvoorzieningen vanuit het veld wordt steeds groter. Om (succesvol) nieuwe woonvormen op te kunnen zetten, is het voor ondernemers primair van belang dat de governance op het gebied van regelruimte en inspraak verbeterd wordt. Het doel van dit onderzoek is het beantwoorden van de volgende onderzoeksvraag: ● Hoe kunnen belemmeringen die ondernemers ervaren in de governance van woonvormen worden weggenomen, in het bijzonder op het gebied van het organiseren van inspraak en het omgaan met regelgeving? Verantwoorde rebellie is hierbij het uitgangspunt: ruimte voor ondernemende partijen om het binnen de geldende wet- en regelgeving weloverwogen anders te doen, onder de voorwaarde van het leveren van kwalitatief goede woonruimte waar welzijnsdiensten en zorg mogelijk zijn, met aandacht voor empowerment en zelfstandigheid. De uitkomsten van dit onderzoek bieden ondernemers praktische tools bij het opzetten van nieuwe woonvormen voor ouderen en levert de volgende producten op: ● Handreiking Regels, Regelruimte en Besluitvorming. ● Adviesrapport Inspraak: hoe regel je dat? ● Infographic met betrekking tot het regelen van goed toezicht. ● Manifest Woonzorgvoorziening van de Toekomst voor een succesvolle governance.