Sportverenigingen in Nederland dragen bij aan een gezonde leefstijl, sociale cohesie en inclusieve sportdeelname. Ondanks dat de sportparticipatie toeneemt, hebben de clubs het moeilijk om hun ledental op peil te houden. Diverse ontwikkelingen spelen daarbij een rol. De focus van het onderzoek in dit proefschrift richt zich op twee maatschappelijke ontwikkelingen, ‘individualisering’ en ‘digitalisering’. In zeven studies wordt antwoord gegeven op twee onderzoeksvragen: 1) hoe het clubgevoel van leden van sportvereniging kan worden geconceptualiseerd in termen van definitie, voorspellers en opbrengsten en 2) hoe sociaalnetwerksites van sportverenigingen kunnen bijdragen het ontwikkelen van het clubgevoel van leden? Die studies vormen samen een multimethode onderzoek. Resultaten laten zien dat clubgevoel verwijst naar de gevoelsband van leden met hun club op basis van participatie, relevantie en de sociale wereld van de club. Clubgevoel hangt samen met bindingsaspecten zoals de intentie om je in te zetten voor de club en te blijven. Sociaalnetwerksites van sportverenigingen kunnen helpen om dit clubgevoel te ontwikkelen, bij voorkeur door de kanalen in te zetten voor informatie en interactie over de club, de sport en de leden. De online kanalen vormen samen de virtuele community van de vereniging die, afhankelijk van de aanpak door de club en de leden, verschillende verschijningvormen kan hebben. Met hun virtuele community bieden sportverenigingen, naast de accommodatie, ook een ónline ontmoetingsplek voor sport en andere activiteiten waarmee ze het clubgevoel onder hun leden kunnen bevorderen. Met dit proefschrift geeft Nanny Kuijsters inzichten voor de ontwikkeling van virtuele community’s voor verenigingen, professionals en geïnteresseerden in de georganiseerde sport.
This paper explores how so-called ‘Web3’ blockchain projects are materially and socially constituted. A blockchain is an append-only distributed database. The technology is being hyped as applicable for a whole range of industries, social service provisions, and as a fix for economic disparities in communities left behind by mainstream financial systems. Drawing on case studies from our ongoing research we explain how, despite being virtual, Web3 projects are dependent on clearly defined spaces of production from which they derive their speculative value. We conceptualise this relationship as Crypto/Space, where space and blockchain software are mutually constituted. We consider how Crypto/Spaces are produced in three ways: 1) how project developers are adopting a parasitic relationship with host locations to appropriate energy, infrastructure, and local resources; 2) how projects enable ‘virtual land grabs’ where developers are engaging in land acquisitions, and associated displacement of local people, with no real intention to use the land for the declared purpose; and 3) how blockchain technology and speculative finance imaginaries are inspiring new anarcho-capitalist crypto-utopian ‘Exit zones’, often in the Global South. Far from being a zero-sum virtual game world, we argue that cryptocurrency projects are parasitic, often requiring predation on poor and otherwise marginalised communities to appropriate resources, onboard new users and enable favourable regulation.
Dit project heeft tot doel in kaart te brengen hoe virtuele en fysieke sociale interacties in de vrije tijd zich tot elkaar verhouden. Wat is de impact van virtualisering van de vrijetijd op lokale praktijken? Vrijetijdspraktijken worden traditioneel gezien als gelegenheden bij uitstek om op een laagdrempelige manier in contact te komen met anderen en worden aangewend om sociale cohesie te bewerkstelligen (bijvoorbeeld via urban gardens). Het internet heeft echter voor nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding en daarmee gepaard gaande sociale interactie gezorgd. Het is mogelijk om -bijvoorbeeld in het kader van een hobby zoals gamen- contact te leggen met gelijkgestemden aan de andere kant van de wereld. Dit roept de vraag op naar de invloed van digitale media en individualisering van de vrije tijd op de omvang en aard van sociale netwerken die aan de basis staan van sociale cohesie en sociaal kapitaal. Mogelijk versterken virtuele praktijken lokale sociale netwerken. Aan de andere kant kunnen mensen met een beperkte toegang tot de virtuele wereld buitengesloten raken. Onderzoek is nodig om te begrijpen hoe virtuele en fysieke sociale contacten op elkaar inwerken. In afstemming met bewoners en lokale organisaties beoogt dit project vervolgens een antwoord te geven op de vraag hoe de interactie tussen virtuele en fysieke praktijken succesvol kan bijdragen aan de kwaliteit van de sociale leefomgeving. Het onderzoek zal een mixed methods benadering toepassen om inzicht te verkrijgen in de (micro)dynamiek van de interactie tussen virtuele en fysieke vrijetijdspraktijken Vervolgens zullen de resultaten van het onderzoek benut worden om met bewoners en lokale organisaties een instrument te ontwikkelen om zowel fysieke als virtuele sociale verbindingen in de buurt in kaart te brengen en te versterken. Het project maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Placemaking and Events van Breda University of Applied Sciences.
SHAREHOUSE is een ruimte voor bedrijven in het STC om te experimenteren met eigen technologie. De experimenten worden wetenschappelijk gestroomlijnd en gericht op dataverzameling ter verbetering van magazijnwerk. Moderne technologieën, mens-technologie interactie, technologieadoptie en sociale innovatie, veiligheid, ethiek en duurzaamheid en de benodigde skills voor (toekomstige) medewerkers in de logistiek staan hierin centraal. SHAREHOUSE creëert tevens een open leeromgeving voor studenten en (MKB-)bedrijven, zodat ze in een praktijkomgeving ervaren hoe zij automated guided vehicles, virtual/augmented reality en wearables en exoskeletten voor goederenverwerking in een magazijn kunnen implementeren en beheersen. Publiek-private learning communities zorgen voor duurzame samenwerking tussen de belangrijkste stakeholders.
SHAREHOUSE is een ruimte voor bedrijven in het STC om te experimenteren met eigen technologie. De experimenten worden wetenschappelijk gestroomlijnd en gericht op dataverzameling ter verbetering van magazijnwerk. Moderne technologieën, mens-technologie interactie, technologieadoptie en sociale innovatie, veiligheid, ethiek en duurzaamheid en de benodigde skills voor (toekomstige) medewerkers in de logistiek staan hierin centraal. SHAREHOUSE creëert tevens een open leeromgeving voor studenten en (MKB-)bedrijven, zodat ze in een praktijkomgeving ervaren hoe zij automated guided vehicles, virtual/augmented reality en wearables en exoskeletten voor goederenverwerking in een magazijn kunnen implementeren en beheersen. Publiek-private learning communities zorgen voor duurzame samenwerking tussen de belangrijkste stakeholders.