In order to be successful in today’s competitive environment, brands must have well-established identities. Therefore, during the branding process it is necessary to attribute personality traits and visual elements that best represent the desired identity of the brand. With the recent advances in communication, scholars have analyzed how different visual elements (e.g., logo, typography, color) can visually represent the desired brand personality. However, these elements are typically analyzed separately, since few studies show the association of personality traits with the set of visual elements of the brand (the well-known “visual identity”). Therefore, this work aims to develop a methodological framework that allows the design of visual identity based on the Dimensions of Brand Personality, by assigning a set of visual elements (colors, typographies, and shapes) to each dimension (Sincerity, Excitement, Competence, Sophistication and Ruggedness) suggested by Aaker in 1997. Through a quanti-quali approach, the associations suggested in the proposed framework were duly tested through the application of a questionnaire to a sample of consumers, to gather information about their perceptions. Preliminary results suggest that the proposed framework can successfully generate the desired brand personality perception in consumers, according to the design elements used for the creation of the visual brand identity.
Large cities in the West respond to an ever-increasing shortage of affordable housing by accelerating the process of urban densification. Amsterdam, for instance, aims to increase its housing stock by 10 percent in the next 15 years as its population is expected to grow by 20 percent. As in other cities, it seems inevitable that high-rise buildings with higher skyscrapers than in the past will be built within the existing urban fabric. Such large-scale (re)development projects shape the conditions for inhabitants’ eye-level experiences, perception of place and overall well-being. The new hybrid field of neuroarchitecture offers promising eye-tracking technology and theories for measuring inhabitants’ visual experiences of the city and rethinking the effectiveness of applied design principles across the globe. In this paper, the ‘classic’ design solutions for creating streetscapes on a human scale in densified areas have been assessed by eye-tracking 31 participants in a laboratory setting, all of whom viewed photographs of 15 existing streetscapes in high-rise environments. The study drew on theories from the field of neuroarchitecture and used input from a panel of (landscape) architects and urban designers to design the research and analyze the eye-tracked patterns. The results indicate that the classic design principles (horizontal–vertical rhythms and variety; active ground floor; tactile materials) play a significant role in people’s appreciation of the streetscape and that their attention is unconsciously captured by the presence of these principles. The absence of the design principles seems to result in a scattered ‘searching’ eye movement pattern. This also suggests that a coherent design of streetscapes in high-rise environments may contribute to a human scale at eye-level.
MULTIFILE
Eindpublicatie van het programma Innoveren in Dienstverlening. In negen verschillende projecten werden door creatieve bureau's methoden van service design toegepast. De verschillende projecten zijn uitgevoerd met dienstverleners rondom Utrecht CS, het UMC Utrecht en de Hogeschool Utrecht
Communicatieprofessionals geven aan dat organisaties geconfronteerd worden met een almaar complexere samenleving en daarmee het overzicht verloren hebben. Zo’n overzicht, een ‘360 graden blik’, is echter onontbeerlijk. Dit vooral, aldus diezelfde communicatieprofessionals, omdat dan eerder kan worden opgemerkt wanneer de legitimiteit van een organisatie ter discussie staat en zowel tijdiger als adequater gereageerd kan worden. Op dit moment is het echter nog zo dat een reactie pas op gang komt als zaken reeds in een gevorderd stadium verkeren. Onderstromen blijven onderbelicht, als ze niet al geheel onzichtbaar zijn. Een van de verklaringen hiervoor is de grote rol van sociale media in de publieke communicatie van dit moment. Die media produceren echter zoveel data dat communicatieprofessionals daartegenover machteloos staan. De enige oplossing is automatisering van de selectie en analyse van die data. Helaas is men er tot op heden nog niet in geslaagd een brug te slaan tussen het handwerk van de communicatieprofessional en de vele mogelijkheden van een datagedreven aanpak. Deze brug dan wel de vertaling van de huidige praktijk naar een hogere technisch niveau staat centraal in dit onderzoeksproject. Daarbij gaat het in het bijzonder om een vroegtijdige herkenning van potentiële issues, in het bijzonder met betrekking tot geruchtvorming en oproepen tot mobilisatie. Met discoursanalyse, AI en UX Design willen we interfaces ontwikkelen die zicht geven op die onderstromen. Daarbij worden transcripten van handmatig gecodeerde discoursanalytische datasets ingezet voor AI, in het bijzonder voor de clustering en classificatie van nieuwe data. Interactieve datavisualisaties maken die datasets vervolgens beter doorzoekbaar terwijl geautomatiseerde patroon-classificaties de communicatieprofessional in staat stellen sociale uitingen beter in te schatten. Aldus wordt richting gegeven aan handelingsperspectieven. Het onderzoek voorziet in de oplevering van een high fidelity ontwerp en een handleiding plus training waarmee analisten van newsrooms en communicatieprofessionals daadwerkelijk aan de slag kunnen gaan.
Mondkapjes, of mondmaskers, zijn door de SARS-COV-2 pandemie niet meer uit het straatbeeld weg te denken. De kwaliteit en comfort van de pasvorm van medische en niet-medische mondmaskers wordt bepaald door hoe goed het mondmasker overeenkomt met de afmetingen van het gezicht van de drager. Echter is er geen goed overzicht van de antropometrie van het gelaat van de Nederlandse bevolking waardoor de pasvorm van mondmaskers nu vaak niet optimaal is. Er is dus vraag naar een laagdrempelige en veilige manier om gezichtskenmerken in kaart te brengen en betere ontwerprichtlijnen voor mondkapjes. Driedimensionaal (3D) scannen doormiddel van Light Detection and Ranging (LiDaR) technologie in combinatie met slimme algoritmes lijkt wellicht een manier om gezichtskenmerken snel en laagdrempelig vast te leggen bij grote groepen mensen. Daarnaast geeft het 3D scannen van gezichten de mogelijkheid om niet enkel de afmetingen van gezichten te meten, maar ook 3D pasvisualisaties uit te voeren. Hoewel 3D scannen geen nieuwe technologie is, is de LiDaR technologie pas sinds 2020 geïntegreerd in de Ipad en Iphone waardoor het toegankelijk gemaakt is voor consumenten. Doormiddel van een research through design benadering zal onderzocht worden of deze technologie gebruikt kan worden om betrouwbare en valide opnames te maken van gezichten en of er op basis hiervan ontwerprichtlijnen ontwikkeld kunnen worden. In dit KIEM GoCi-project zal daarnaast ingezet worden om een kennisbasis en netwerk op te bouwen voor een vervolg aanvraag over de inzet van 3D technologieën in de mode-industrie.
This PD project aims to gather new knowledge through artistic and participatory design research within neighbourhoods for possible ways of addressing and understanding the avoidance and numbness caused by feelings of vulnerability, discomfort and pain associated with eco-anxiety and chronic fear of environmental doom. The project will include artistic production and suitable forms of fieldwork. The objectives of the PD are to find answers to the practice problem of society which call for art that sensitises, makes aware and helps initiate behavioural change around the consequences of climate change. Rather than visualize future sea levels directly, it will seek to engage with climate change in a metaphorical and poetic way. Neither a doom nor an overly techno-optimistic scenario seem useful to understand the complexity of flood risk management or the dangers of flooding. By challenging both perspectives with artistic means, this research hopes to counter eco-anxiety and create a sense of open thought and susceptibility to new ideas, feelings and chains of thought. Animation and humour, are possible ingredients. The objective is to find and create multiple Dutch water stories, not just one. To achieve this, it is necessary to develop new methods for selecting and repurposing existing impactful stories and strong images. Citizens and students will be included to do so via fieldwork. In addition, archival materials will be used. Archives serve as a repository for memory recollection and reuse, selecting material from the audiovisual archive of the Institute of Sound & Vision will be a crucial part of the creative work which will include two films and accompanying music.