Slechts 39% van de Nederlandse jongeren tussen 12 en 17 jaar voldoet aan de beweegrichtlijnen. Om dit aan te pakken is samenwerking tussen burgers, overheid, kennisinstellingen, organisaties en bedrijven nodig. Dit wordt onderzocht binnen ‘VMBO in Beweging’. In het eerste deel verzamelen we de wensen en behoeften van vmbo-jongeren op het gebied van beweging in en rondom school.
MULTIFILE
Lesboek voor de vmbo-student, profiel Groen. De student gaat een onderzoek doen naar duurzame ontwikkeling volgens acht vaste stappen.
DOCUMENT
Paper voor ORD 2014 In deze reviewstudie wordt de positie van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) geanalyseerd als deel van het onderwijsbestel zowel in relatie tot de eerste fase voortgezet onderwijs als in relatie tot de beroepsonderwijskolom. De dualiteit van het vmbo wordt beschouwd ten aanzien van ontwikkelingen in maatschappelijke doelen, keuze- en selectieprocessen, inrichtingskenmerken en deelnamepatronen. Er wordt een historisch perspectief gehanteerd, niet zozeer voor een descriptief overzicht maar om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen. Aanvullend vindt een internationale vergelijking plaats met enkele onderwijsstelsels die dezelfde of juist andere kenmerken hebben. Is de meervoudige positie van het vmbo al dan niet herkenbaar in andere stelsels, welke horizontale en verticale verbindingen zijn elders aanwezig, hoe zijn deelnameontwikkelingen vervolgens te begrijpen?
DOCUMENT
Verslag en resulaten van de conferentie ter afsluiting van het traject Sectororiëntatie VMBO
DOCUMENT
De innovatieve kracht van het vmbo maakt deze sector tot een interessant object van onderzoek. Daarmee is het wellicht mogelijk antwoorden te vinden op vragen als welke veranderstrategie succesvol is bij het implementeren van nieuwe methoden en wat daarvan op zijn beurt de invloed is op de kwaliteit van het onderwijs. De (evidence-based) onderzoeksresultaten kunnen tevens ingezet worden bij het bepalen van een beleid en duidelijk maken wat de betekenis van de ontwikkelingen in het (voortgezet) onderwijs is voor de lerarenopleiding en opleiding tot pedagoog. Het is mede om die reden dat er op 1 februari 2008 door het College van Bestuur van de Hogeschool van Amsterdam, in samenwerking met managementadviesbureauBMC uit Amersfoort, een bijzonder lectoraat is ingesteld. In deze ‘Openbare Les’ zal ik eerst stilstaan bij de geschiedenis van het vmboen de vraag of de oorspronkelijke bedoelingen daarvan zijn gerealiseerd. Daarna zal ik dieper ingaan op de vraagstukken waarvoor het voortgezet onderwijs – en dus ook het vmbo – zich gesteld ziet, zoeken naar een verklaring daarvoor en naar de richting waarin de oplossing gezocht moet worden. Vervolgens wil ik aannemelijk maken dat er in het voortgezet onderwijs, en in het bijzonder in het vmbo, sprake lijkt te zijn van een ‘stille revolutie’, ofwel vanonderwijsvernieuwing en schoolontwikkeling, vanuit het hart van het onderwijs, de school zelf. Ten slotte zal ik uiteenzetten welke activiteiten in het kader van het lectoraat Vmbo zullen worden georganiseerd en wel de doelen ermee beoogd worden.
DOCUMENT
Het vmbo bestaat nu ruim 13 jaar. Tijd voor de beantwoording van de vraag hoe het ervoor staat in de nieuwste onderwijssector. Wat is er in het vmbo op pedagogisch-didactisch gebied allemaal gebeurd? Er wordt in het vmbo hard gewerkt aan onderwijsinnovatie en schoolontwikkeling, met onder andere ook (academische) onderzoekers. Deze sector bewandelt na ruim tien jaar nieuwe wegen, die ze zelf heeft gekozen. De ontwikkelingen in het vmbo gaan zowel over het onderwijsaanbod als het onderwijsconcept. Het gaat niet alleen over wat de school aanbiedt, maar ook over hoe het wordt aangeboden. Bovendien gaat het hier om ontwikkelingen die van ‘binnenuit’ zijn ontstaan en/of door platforms zijn geëntameerd en ondersteund. De overheid was hierin als het ware volgend. Het is van groot belang na te gaan waar deze nieuwe wegen toe leiden en wat de effecten van die innovaties zijn: wat werkt er in het vmbo? Het vmbo van dichtbij geeft aan de hand van (praktijkgericht) onderzoek antwoord op bovenstaande vraag, tevens de ambitie van het lectoraat VMBO. Het brengt de theorie van de onderwijskundige tekentafels dichterbij de praktijk op de scholen en vice versa. Voorbeelden van verschillende didactische strategieën in de klas worden geanalyseerd met behulp van recente wetenschappelijk inzichten en academische kennis wordt getoetst in de schoolpraktijk. De verschillende hoofdstukken bewegen daarmee tussen theorie en praktijk.
LINK
Het vmbo bestaat nu ruim 13 jaar. Tijd voor de beantwoording van de vraag hoe het ervoor staat in de nieuwste onderwijssector. Wat is er in het vmbo op pedagogisch-didactisch gebied allemaal gebeurd? Er wordt in het vmbo hard gewerkt aan onderwijsinnovatie en schoolontwikkeling, met onder andere ook (academische) onderzoekers. Deze sector bewandelt na ruim tien jaar nieuwe wegen, die ze zelf heeft gekozen. De ontwikkelingen in het vmbo gaan zowel over het onderwijsaanbod als het onderwijsconcept. Het gaat niet alleen over wat de school aanbiedt, maar ook over hoe het wordt aangeboden. Bovendien gaat het hier om ontwikkelingen die van ‘binnenuit’ zijn ontstaan en/of door platforms zijn geëntameerd en ondersteund. De overheid was hierin als het ware volgend. Het is van groot belang na te gaan waar deze nieuwe wegen toe leiden en wat de effecten van die innovaties zijn: wat werkt er in het vmbo? Het vmbo van dichtbij geeft aan de hand van (praktijkgericht) onderzoek antwoord op bovenstaande vraag, tevens de ambitie van het lectoraat VMBO. Het brengt de theorie van de onderwijskundige tekentafels dichterbij de praktijk op de scholen en vice versa. Voorbeelden van verschillende didactische strategieën in de klas worden geanalyseerd met behulp van recente wetenschappelijk inzichten en academische kennis wordt getoetst in de schoolpraktijk. De verschillende hoofdstukken bewegen daarmee tussen theorie en praktijk.
LINK
Onderwijs op maat. Elke leerling telt. Het zijn mooie woorden en we noteren ze makkelijk in een beleidsplan. Maar wat betekent het werkelijk als je het onderwijs en de leerlingenzorg zo wilt inrichten dat je recht doet aan elke leerling? Het antwoord op deze vraag komt voor een belangrijk deel van de scholen zelf. De vmbo-scholen weten als geen ander dat de gemiddelde leerling niet bestaat. Met name in het vmbo veranderde het onderwijs de afgelopen jaren ingrijpend om de leerlingen beter voor te bereiden op een vervolgopleiding en hun rol in de samenleving. In de schoolpraktijk worden de beste oplossingen bedacht. We kunnen veel leren van elkaar; leerlingen, docenten en schoolleiders. Maar het is ook goed om expertise van buiten in te roepen om het werk in het onderwijs in een breder kader te plaatsen en te leren van ervaringen en opvattingen die elders leven. In het afgelopen schooljaar werkten ISIS/Q5 en het project Kwaliteit van de leerlingenzorg in het vmbo en praktijkonderwijs samen aan een reeks masterclasses, waarin experts hun kennis en ervaring deelden met schoolleiders. De deelnemende schoolleiders toonden zich achteraf tevreden. Ze gaven aan het prettig te vinden om op deze manier hun kennis te kunnen delen en te verdiepen. Na de succesvolle bijeenkomsten van vorig schooljaar bieden we een vijftal nieuwe masterclasses aan met experts, die hun kennis graag willen delen met schoolleiders in het vmbo en praktijkonderwijs.
DOCUMENT
Recentelijk bezocht minister Van Bijsterveldt een praktijkschool voor VMBO in Parkstad Heerlen. Zij benoemde het belang voor een leerling om op kleinschalig niveau vorm te geven aan het doorgaan van de ene opleiding in de andere. Dicht bij de leerling staan en dicht bij de leerling zijn ontwikkeling volgen. Dit is onder andere mogelijk door een bijpassende vorm te vinden van leren en werken in de beroepspraktijk. Het project ‘Onderwijs in de praktijk’ is hier een voorbeeld van.
DOCUMENT
Diverse vmbo-scholen experimenteren met vormen van competentiegericht onderwijs (CGO). De verwachting is dat leerlingen, dankzij realistische en beroepsgerichte opdrachten, meer gemotiveerd raken. Verder is het de bedoeling dat leerlingen kennis, vaardigheden én houdingen weten te ontwikkelen, zodat ze ook beter voorbereid raken op de beroepspraktijk. Tijd om eens te kijken naar de stand van zaken.
DOCUMENT