Within the context of the Iliad project, the authors present technical challenges and the first results of having valid 3D scenes of (non-)existing offshore wind farms procedurally and automatically generated within either the Unreal or Unity game engine. The Iliad – Digital Twins of the Ocean project (EU Horizon 2020) aims to develop a ‘system of systems’ for creating cutting-edge digital twins of specific sea and ocean areas for diverse purposes related to their sustainable use and protection. One of the Iliad pilots addresses the topic of offshore floating wind farm construction or maintenance scenario testing and validation using the Unity 3D game engine. This work will speed up the development of these scenarios by procedurally and automatically creating the Unity 3D scene rather than manually (which is done at present). The main technical challenges concern the data-driven approach, in which a JSON configuration file drives the scene creation. The first results show a base wind farm running in Unreal 5.1. The final product will be able to handle environmental conditions, biological conditions, and specific human activities as input parameters.
With the effects of climate change linked to the use of fossil fuels, as well as the prospect of their eventual depletion, becoming more noticeable, political establishment and society appear ready to switch towards using renewable energy. Solar power and wind power are considered to be the most significant source of global low-carbon energy supply. Wind energy continues to expand as it becomes cheaper and more technologically advanced. Yet, despite these expectations and developments, fossil fuels still comprise nine-tenths of the global commercial energy supply. In this article, the history, technology, and politics involved in the production and barriers to acceptance of wind energy will be explored. The central question is why, despite the problems associated with the use of fossil fuels, carbon dependency has not yet given way to the more ecologically benign forms of energy. Having briefly surveyed some literature on the role of political and corporate stakeholders, as well as theories relating to sociological and psychological factors responsible for the grassroots’ resistance (“not in my backyard” or NIMBYs) to renewable energy, the findings indicate that motivation for opposition to wind power varies. While the grassroots resistance is often fueled by the mistrust of the government, the governments’ reason for resisting renewable energy can be explained by their history of a close relationship with the industrial partners. This article develops an argument that understanding of various motivations for resistance at different stakeholder levels opens up space for better strategies for a successful energy transition. https://doi.org/10.30560/sdr.v1n1p11 LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
tract Micro wind turbines can be structurally integrated on top of the solid base of noise barriers near highways. A number of performance factors were assessed with holistic experiments in wind tunnel and in the field. The wind turbines underperformed when exposed in yawed flow conditions. The theoretical cosθ theories for yaw misalignment did not always predict power correctly. Inverter losses turned out to be crucial especially in standby mode. Combination of standby losses with yawed flow losses and low wind speed regime may even result in a net power consuming turbine. The micro wind turbine control system for maintaining optimal power production underperformed in the field when comparing tip speed ratios and performance coefficients with the values recorded in the wind tunnel. The turbine was idling between 20%–30% of time as it was assessed for sites with annual average wind speeds of three to five meters per second without any power production. Finally, the field test analysis showed that inadequate yaw response could potentially lead to 18% of the losses, the inverter related losses to 8%, and control related losses to 33%. The totalized loss led to a 48% efficiency drop when compared with the ideal power production measured before the inverter. Micro wind turbine’s performance has room for optimization for application in turbulent wind conditions on top of noise barriers. https://doi.org/10.3390/en14051288
Het project "CompEfficient" onderzoekt het verbeteren van energie-efficiëntie in de productie van composietmaterialen, gebruikt in transport en bouw, zoals vliegtuigen, auto’s, treinen, en windturbines. Composieten zijn gunstig door hun lichtgewicht en sterke mechanische eigenschappen die bijdragen aan lagere CO2-emissies. Dit onderzoek focust op zowel biobased als hoogwaardige thermoplastische composieten, waarbij traditionele fabricagemethoden veel energie vereisen, resulterend in relatief hoge CO2-uitstoot. Geleid door Hogeschool Inholland, met industriële partners Eve Reverse en Cato Composites, streeft dit eenjarige project ernaar energie-efficiëntie te verhogen door het persproces - waarbij materialen worden verwarmd en gevormd - te optimaliseren. Dit omvat het verminderen van energieverlies bij het verwarmen en het drukzetten van materialen. Het project zal bestaande pers- en verwarmingsmethoden evalueren en nieuwe technologieën evalueren en testen in een labomgeving, met als doel het energieverbruik te minimaliseren terwijl de productkwaliteit gehandhaafd blijft. De verwachte uitkomsten zullen bredere implicaties hebben voor de industrie door bij te dragen aan duurzamere productieprocessen en het verminderen van de milieu-impact van de composietproductie. Deze innovaties zullen niet alleen van belang zijn voor de betrokken bedrijven maar kunnen ook internationaal worden toegepast, gezien de groeiende vraag naar energie-efficiënte en milieuvriendelijke productiemethoden. Dit project biedt een kans om de voetafdruk van de composietindustrie aanzienlijk te verminderen en ondersteunt de overgang naar meer duurzame industriële processen.
Nederland streeft naar een verduurzaming van het energiesysteem. In 2020 moet 14% van onze energie duurzaam opgewekt zijn, waarbij de zon, naast wind, als belangrijkste duurzame energiebron gezien wordt. Systemen voor geconcentreerde zonne-energie kunnen worden ingezet voor het opwekken van elektrische en/of thermische energie. Grootschalige systemen (multi-MW) met spiegels worden reeds toegepast in zonnevelden. Het HAN Lectoraat Duurzame Energie werkt al enige jaren aan innovatieve systemen met lenzen waarbij naast het concentreren van direct licht het overblijvende diffuse licht beschikbaar is voor verlichting van de onderliggende ruimte. We willen de in eerdere projecten opgedane kennis en ervaring nu inzetten in een nieuw project, waarin we streven van prototype naar toepassing te komen. De bedrijven zijn benaderd over de nog openstaande vragen. Hieruit is een nieuwe onderzoeksvraag gevormd: Hoe kan voor systemen van geconcentreerde zonne-energie voor toepassingen in glastuinbouw en gebouwde omgevingen voor de productie van zowel elektriciteit als warmte, de energie-opbrengst verhoogd worden door een optimaler gebruik van de lichtinval en met een compacter en duurzamer systeem? In dit project, CONSOLE (acroniem voor CONcentrated SOLar Energy), gaan we werken aan het optimaliseren van de bestaande systemen en het ontwerpen van verbeterde (hybride) systemen voor het opwekken van warmte en elektriciteit in kassen en gebouwde omgeving. We gebruiken hiervoor zowel modellering als meten en testen en komen vanuit een inventarisatie tot een pakket van eisen wat uiteindelijk tot verbeterde prototypes leidt die geschikt zijn voor commerciële toepassing. We doen dit vanuit een nauwe samenwerking met 12 MKB’s, een branche-organisatie en een Centre of Expertise. Daarnaast is er een directe koppeling met het onderwijs, door de betrokkenheid van docent-onderzoekers en studenten in semesterprojecten, stages en afstudeerprojecten.
Dit projectvoorstel is gericht op het samen met lokale coöperaties ontwikkelen van innovatieve energiediensten, onder meer om problemen als netcongestie het hoofd te bieden. Deze energiediensten bieden lokale coöperaties kansen om economisch renderende taken op te pakken. Bovendien worden de mogelijkheden voor regionale energiediensten onderzocht. Met regionale samenwerking kunnen lokale coöperaties worden ondersteund, kennis van netbeheer verworven worden en gezamenlijk zijn lokale coöperaties een effectieve gesprekspartner voor netbeheerders. Het project kent een vijftal werkpakketten, die ieder een specifiek onderwerp bestrijken. In werkpakket 1 wordt samen met lokale energiecoöperaties gewerkt aan het verkennen van de behoeften aan en mogelijkheden van lokale energiediensten. Hoe kunnen coöperaties zinvol gebruik maken van de (vernieuwde en oude) Experimentenregeling? In werkpakket 2 wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om op regionaal niveau coöperatieve energiediensten te leveren, zoals flexibiliteitsdiensten, energieopslag en vraagzijdesturing. In werkpakket 3 wordt in kaart gebracht welke mogelijkheden blockchain-achtige oplossingen bieden voor onderlinge levering van energie door prosumers en lokale energiecoöperaties. Werkpakket 4 onderzoekt de juridische aspecten van onder meer het EU-Clean Energy Package en de Experimentenregeling in relatie met lokale duurzame energie. Op basis daarvan wordt een ‘juridische routekaart’ ontwikkeld die coöperaties zal helpen om de juridische routes van louter opwek naar een actievere rol in het energiesysteem te verkennen. Werkpakket 5 tenslotte is gericht op coördinatie van het project en verspreiding van de resultaten in de vorm van netwerkbijeenkomsten, een nieuwsbrief en artikelen. Het project sluit nauw aan bij verschillende onderwijsmodules van de Hanzehogeschool, zoals de Innovatiewerkplaats (IWP) Energy Markets van Entrance en de Master Energy For Society.