Van september 2007 tot september 2009 zijn welzijnswerkers, onderzoekers en studenten uit verschillende instellingen samen bezig geweest om de doelen te realiseren van het Regionaal Innovatieprogramma Maatschappelijke Ondersteuning. Dit is een RAAK-publiek project dat bij de projectaanvang “Procivi” genoemd is. Doelen van het project zijn het gezamenlijk expliciteren en ontwikkelen van werkpraktijken o.g.v. maatschappelijke ondersteuning; het gezamenlijk ontwikkelen van een methodiekboek om de ervaringen van de social workers systematisch te beschrijven en documenteren; het verspreiden van de inzichten en resultaten onder social workers, onderwijsprofessionals en andere betrokkenen; en het verankeren en implementeren van inzichten en resultaten in de beroepspraktijk alsmede in opleidingen. Nadat in het rapport deze aanleiding en doelen uiteengezet zijn, komt het onderzoekskader aan bod en het werkproces waaronder de bijeenkomsten en samenwerking tussen welzijnswerkers en onderzoekers. De producten van het Procivi project – Procivi Reflectie-instrument, Procivi Quick scan, Diamant Reflectie en Methodiekboek - worden daarna besproken, aangevuld met de overige belangrijke resultaten zoals de disseminatie van de projectgegevens. Het geheel sluit af met enkele belangrijke conclusies.
Twee welzijnsinstellingen in Limburg, te weten Trajekt in het zuidelijk deel en Wel.Kom in het noordelijk deel van de provincie, zijn samen met de onderzoeksgroep CESRT van Hogeschool Zuyd in 2007 op basis van een landelijke RAAK subsidie, gestart met een tweejarig actieonderzoek. Doel was om de ‘tacit knowledge’ van de welzijnsprofessionals expliciet te maken en daardoor welzijnsstrategieën van activering en dienstverlening voor het voetlicht te brengen. De uitdaging in het Procivi project lag in het expliciet naar buiten brengen van de ervaringen en ontwikkelde kennis van professionals. Met andere woorden ‘hoe breng je de eigen methodische aanpak onder woorden zodat anderen weet hebben van jouw kennis en inzicht in de gebruikte werkwijzen’. Procivi beoogde om een ontwikkeling in gang te zetten van ‘tacit knowledge’ naar ’reflective knowledge’ (Schön, 1983). Binnen Procivi is daarbij gaandeweg een methodiek ontwikkeld voor de professionalisering van het welzijnswerk in de praktijk. Oftewel voor de ontwikkeling van welzijnswerkers tot reflectieve professionals. In dit rapport wordt deze methodiek uiteengezet. Procivi vertoonde vele kenmerken van een actieonderzoek waarbij de coproductie van onderzoekers en professionals samen centraal stond. De onderzoekers brachten hun kennis van onderzoekstechnieken gekoppeld aan een nieuwsgierige houding ten opzichte van ‘het fenomeen welzijnswerk’ in, terwijl de professionals de kennis en ervaring van welzijnswerk in de praktijk bijdroegen. Het Procivi project heeft meerdere stappen en fases doorlopen die in het eindrapport van Procivi uitgebreid beschreven zijn. De hoofdlijnen bestonden uit het zoeken naar een manier om de kern en het wezen van het welzijnswerk te beschrijven en te duiden en het ontwikkelen van een methode om van binnenuit het welzijnswerk te onderzoeken en te bevragen. Gebruikte methodieken binnen Procivi bestonden uit interviews, focusgroep bijeenkomsten, intervisie bijeenkomsten, expert meetings, spiegel bijeenkomsten en het gezamenlijk ontwikkelen van een reflectie instrument. In dit methodiekboek wordt een beschrijving gegeven van hoe een professionaliseringsproces dat gericht is op reflectie in de welzijnspraktijk vorm gegeven kan worden. Uit de ervaringen die in Procivi zijn opgedaan en alle lessen die daar geleerd zijn, is een methodiek ‘gedestilleerd’ die ook voor andere organisaties in het welzijnswerk van nut kan zijn. Aangezien elke organisatie zijn eigen achtergrond, ervaringen en doelstellingen heeft, is er voor gekozen deze methodiek niet in veel vastliggende details te beschrijven, maar daarentegen in hoofdlijnen. Procivi was een samenwerking van onderzoekers en professionals, een combinatie die belangrijke voordelen bleek te hebben, maar ook enkele nadelen met zich meebracht (zie hiervoor het eindrapport).
Naast kennis en vaardigheden draait professionaliteit om bewustwording van de persoonlijke waarden die professionele besluitvorming beïnvloeden. Inzicht in persoonlijke waarden is bepalend voor de kwaliteit van het professionele handelen. Praktijkgericht en biografisch onderzoekt leidt tot ondersteuning van dit bewustwordingsproces. Doel Het doel van dit onderzoek is om de persoonlijke drijfveren van studenten en beroepskrachten boven water te krijgen. We ontwikkelen daarvoor verschillende instrumenten die bijdragen om de dieperliggende motivaties te articuleren en bewust te maken. De focus is gericht op de morele bewustwording als onderdeel van de persoonlijke levensoriëntatie. We ontwikkelen bruikbare instrumenten om de normen en waarden van studenten en beroepskrachten in kaart te brengen en te analyseren. We ontwikkelen tools en werkvormen die studenten en beroepskrachten ondersteunen in hun zelfreflectie en hun normatieve professionalisering. Resultaten Resultaat is een narratief-biografisch onderzoeksinstrument dat aan elke studierichting aangepast kan worden. Het is een instrument dat gedurende de hele studie als voortgaande relfectie ingezet kan worden. Daarnaast heeft onderzoek in enkele analyse-instrumenten voorzien die bijdragen aan een verdiept inzicht in de onderliggende motivaties van studenten en beroepskrachten voor hun professioneel handelen. We onderscheiden zeven typologieën van studenten die studieloopbaanbegeleiders helpen effectief af te stemmen op de student om haar/zijn waarden en normen expliciet te maken. Voortgaand onderzoek en projecten leiden momenteel tot een variëteit aan didactische werkvormen, reflectietools die vaak onbewuste waardenoriëntatie bespreekbaar maken en in dialoog brengen. Theoretische onderbouwing is beschreven in het proefschrift Van der Zande, E. (2018). Life Orientation for Professionals. A Narrative Inquiry into Morality and Dialogical Competency in Professionalisation. Almere: Parthenon. Looptijd 20 november 2019 - 01 december 2023 Aanpak Dit project valt uiteen in diverse deelprojecten: - Leraar, waar sta je voor? - Didactische integratie van het narratief zelfportret in het leerteamleren
Met deze postdocaanvraag wordt beoogd Virtual Reality (VR) in te bedden in het methodisch handelen van professionals in de jeugdhulp. Dit wordt gedaan binnen het thema hulpverlening bij conflictscheidingen dat als casus fungeert. Bij conflictscheidingen hebben ouders ernstige, vaak langdurige conflicten, waardoor kinderen (blijvend) kunnen worden beschadigd. Kenmerkend voor conflictscheidingen is dat ouders het belang van hun kinderen uit het oog verliezen en nauwelijks zien hoe kun kinderen lijden onder de situatie. Empathie is een belangrijke voorwaarde voor sociaal gedrag en dus een belangrijk element in de hulpverlening aan ouders in conflictscheidingen. Met de komst van technologie, waaronder VR, zijn er mogelijkheden om de hulpverlening te versterken. Jeugdbescherming Overijssel heeft samen met jeugdhulpaanbieders en Enliven Social Enterprise een VR simulatie ontwikkeld waarin ouders vanuit het perspectief van het kind naar de conflictsituatie kunnen kijken om vanuit daar te leren voelen, denken en handelen. VR als een krachtige vorm van ‘Perspectiefwisseling’ kan op deze manier bijdragen aan bewustwording, zelfreflectie en empathisch vermogen van ouders en (aanzetten tot) gedragsverandering. Het lukt nog niet goed om technologische tools structureel in te bedden in hulptrajecten. Dit project heeft als doel om VR te integreren in de methodische werkwijze van professionals. Ook wordt effectiviteit onderzocht en worden de voorwaarden voor implementatie in kaart gebracht. Dit onderzoeksplan is in multidisciplinair samenwerkingsverband tot stand gekomen en wordt in dit verband uitgevoerd. Deze postdoc valt binnen het strategische zwaartepunt ‘Gezondheid en Welzijn’ van Saxion, en maakt een verbinding tussen de Academies Mens & Maatschappij, Mens & Arbeid en Creatieve Technologie. In de opleiding Social Work en in de Master Health Care & Social Work wordt dit thema in modules verwerkt. Een ambitie van deze postdoc is om technologie en methodisch werken in de jeugdhulp als speerpunt in te bedden in de onderzoekslijn Jeugd van het lectoraat Social Work.